De retoriek van lastenverlichting

Door Frank Karsten

16 augustus 2002

Je zou denken dat met de komst van een rechts kabinet en de roep om meer eigen verantwoordelijkheid de lastenverlichting voor burgers niet ver om te hoek ligt. Toch gaat het bij alle partijen meer om (verkiezings)retoriek dan daadwerkelijke wensen. Een soort verbale 'windowdressing'.


Is er een maximum aan lastenverzwaring?
Praten over minder belastingen is te vergelijken met het aaien van kinderhoofjes tijdens de verkiezingscampagnes en met de politieke toespraken over moraliteit. Dé manier om aan de macht te komen. Bedoeld om het kiezersvolk in de waan te houden dat en het land in goede handen is bij de regering die zich er zich als een goed huisvader over zal ontfermen.

Zo verrast Hans Hillen (CDA) in zijn column van deze week in Elsevier met de roep om juist zwaardere lasten. Om zo de problemen wat betreft zorg, onderwijs, veiligheid en files tegen te gaan. Als dat de algemene koers is van het CDA lijkt deze partij opvallend veel op een PvdA met een geloofsovertuiging. Ten gunste van Hillen moet gesteld worden dat hij in ieder geval duidelijk is. Of hij daarmee even gewacht heeft tot na de verkiezingen is echter waarschijnlijk. Vóór de verkiezingen sprak het CDA (en de linkse partijen) voornamelijk over hogere uitgaven, alsof men eerder geld intern zou gaan verschuiven dan de werkende burger verder uitwringen. Een beetje schuiven met potjes. Nu zal wel blijken dat er inderdaad geschoven wordt met potjes maar dat het potje van de burger ietsje leger wordt.

Verder deden de ministers Heinsbroek en de Geus deze week een, waarschijnlijk vergeefse, poging tot lastenverlichting met het voorstel om de ww- en wao-premies te verlagen. Het oogstte echter negatieve reacties bij collega Hoogervorst (nota bene VVD).

Het is natuurlijk ook buitengewoon logisch dat de overheid geen lastenverlichting wil (maar er wel over praat). Het verkleint de macht van de overheid en die kan zich bij kritiek omtrent maatschappelijk problemen niet meer verdedigen met het argument meer geld tegen het probleem te hebben aangegooid. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de overheidsuitgaven in de vorige eeuw stegen van 10% naar 52%. Ook aan de andere kant van de oceaan doet zich een soortgelijke ontwikkeling voor. Aan het begin van zijn ambtstermijn gaf president George Bush sr. aan tegen lastenverzwaring te zijn ("Read my lips. No new taxes!"). Die woorden kon hij niet waarmaken. Zijn zoon G.W.B. lijkt dezelfde kant op te gaan.

Het probleem is niet welke politieke kleur de regering draagt. Het probleem is de regering zelf die een monopolie heeft op het opleggen van belastingen en de uitvaardiging van wetten. Net als bij het staatsmonopolie dat KPN heeft ontvangen van de overheid betekent dat een slechter product tegen hogere kosten.

De econoom Hans Hermann Hoppe schreef eerder al: Als eenmaal het principe van een overheid - een monopolie op wetgeving en het heffen van belasting - juist bevonden wordt, is elk idee over het beperken van overheidsmacht en het veiligstellen van individuele vrijheid en eigendom een illusie.

Lastenverlichting? Misschien eens een keer 0.3 procent. Structurele lastenverlichting? Niet in dit leven.

Over de auteur

Frank Karsten is oprichter van de Stichting Meervrijheid en hoofdredacteur van de bijbehorende website.

Samen met Karel Beckman schreef hij De Democratie Voorbij, een boek dat inmiddels in 20 talen beschikbaar is.

In 2018 publiceerde hij De DiscriminatieMythe, waarin hij een kritische visie op het gelijkheidsdenken uiteenzet.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl