Mañana- mentaliteit is niet duurzaam

Door Ewoud Jansen

17 april 2012

Linkse partijen zijn voor een duurzame economie. Daar kun je natuurlijk ook moeilijk tegen zijn. Ik zou het ook prachtig vinden als we van de wind konden leven. Maar wat betreft de overheidsfinanciën is het duurzaamheidsdenken vaak minder goed ontwikkeld. Ook niet trouwens bij partijen die rechts heten te zijn.

Bij duurzame overheidsfinanciën lopen de overheidsuitgaven in de pas met de overheidsinkomsten en de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP) en blijft de staatsschuld beheersbaar. Op dit moment overschrijdt het financieringstekort de Europese begrotingsnormen.

Maar de wil om daar op korte termijn echt iets aan te doen verdampt. “Nu niet, de economie is te fragiel” hoor je.overal. Mañana dus, als de economie het weer hebben kan. Wanneer denken die wensdenkers dat de economie weer dusdanig hard gaat groeien dat we wel kunnen bezuinigen?

Zelfs wanneer we ons wel aan Europese begrotingsregels houden zal de staatsschuld absoluut en als percentage van het BBP stijgen. Kijken we naar het volgende vereenvoudigde voorbeeldje.

Stel een land heeft een BBP van €100 en een staatsschuld van 60% van het BBP. Bij het volgens het stabiliteitspact maximale toegestane financieringstekort van 3% van het BBP neemt de schuld toe met €3 tot €63. Om weer uit te komen op 60% is een BBP nodig van €63/0.6 = €105. Dat betekent een economische groei van 5%. Dat is geen cijfer dat er voorlopig inzit. En als we de economie niet grondig hervormen en saneren zit zo’n groeicijfer er nooit meer in. Zo stijgt de staatsschuld zowel absoluut als relatief steeds verder en wordt op een gegeven moment te zwaar.

Tegen overheidsuitgaven en staatsschuld kun je op twee manieren aankijken. Ideologisch en praktisch. Hoe groot het aandeel van de overheid in de economie mag zijn is mede een ideologische vraag. Puur praktisch gezien hoeft een groot aandeel geen probleem te zijn.

Maar ideologisch gezien is er natuurlijk van alles tegen een groot aandeel in te brengen. Een groot aandeel betekent minder individuele vrijheid en eigen verantwoordelijkheid voor de burgers. En dat geeft wel weer praktische problemen.

Want weinig eigen verantwoordelijkheid gaat meestal samen met ondoelmatigheid en inefficiëntie. En te weinig vrijheid remt de ondernemingszin. En praktisch gezien is het grootste probleem natuurlijk om die overheidsuitgaven niet onbeheersbaar te laten groeien.

Een regeling invoeren die de overheid geld kost is makkelijk. Politici doen het graag en continu want het maakt ze populair. Regelingen weer afschaffen is moeilijk en stuit altijd op grote maatschappelijke weerstand.

Ziehier het dilemma van de parlementaire democratie. Helaas dus geen systeem dat erg bevorderlijk is voor duurzame overheidsfinanciën. Wat is het toch altijd lekker makkelijk om mensen die op de centjes letten weg te zetten als cijferfetisjisten en boekhouders. Wat kun je toch lekker de solidaire peer uithangen door het geleende geld kolkend weg te laten lekken.

Wachten met bezuinigen is geen optie. Het lost niets op en later is bezuinigen echt niet leuker of makkelijker. Uiteraard is het verhogen van belastingen geen bezuinigen.

Dat is vanuit overheidsperspectief gewoon de weg van de minste weerstand. En het zal evenzeer moeilijk blijken om ze later, als de economie er wellicht wat beter voor staat, ze weer te verlagen. Dan is de overheid weer gewend aan de hogere inkomstenstroom en zal er ongetwijfeld permanent leuke nieuwe bestemmingen voor weten te vinden. Ook is het niet verstandig om simpelweg met de kaasschaaf overal langs te gaan. Er moet intelligent bezuinigd en hervormd worden.

Ten eerste moet er diep gesneden worden in bureaucratie, dood hout en onzin. Daarvan is er heel veel te vinden. Bij de rijksoverheid en de door haar gefinancierde instanties en organen. Weg ermee. Dat bespaart belastinggeld maar kost uiteraard ook banen.

Maar aangezien dit uiteindelijk nutteloze, door de belastingbetaler gesubsidieerde arbeid is, leidt het niet tot reëel welvaartsverlies. En als we die niet productieve arbeid op termijn kunnen aanwenden voor het maken van echt waardevolle en relevante producten en diensten dan kan de economie weer echt groeien. Geen fictieve groei door mensen met geleend geld en belastinggeld aan de pruttel te houden met nonsens, maar echte reële welvaartstoename.

Snoei is bloei weet iedere tuinier. Hier en daar zal de botte bijl moeten worden gehanteerd. Maar veel vaker zal met een fileermes de onzin moeten worden weggesneden. Daar moeten we niet mee wachten. Dat is de mañana mentaliteit. Dat is niet duurzaam.

Ewoud Jansen Econoom & publicist

Dit artikel verscheen eerder in de Volkskrant van 30 maart 2012.

Over de auteur

Drs. Ewoud Jansen is econoom & publicist. Hij werkt als hogeschooldocent Finance & Accounting, Fontys Hogescholen
International Business & Management Studies

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl