Privatiseer het Hoger Beroepsonderwijs

Door Ewoud Jansen

24 juni 2011

Waarom zou het opleiden van boekhouders, journalisten, verpleegsters en andere beroepsbeoefenaren een taak van de overheid moeten zijn?

We zijn eraan gewend dat het zo gaat maar is het logisch en gewenst? Is marktwerking geen optie? Tegenstanders van marktwerking zullen kunnen opmerken dat het HBO in Nederland uitgevoerd wordt door zich marktpartijen wanende instellingen en niet door de overheid. In deze optiek is juist een doorgeschoten marktdenken één van de oorzaken van de problematiek in het HBO.

Maar van echte marktwerking is natuurlijk geen sprake want de instellingen worden uiteraard met publieke middelen gefinancierd. Wat dat betreft hadden we de afgelopen jaren het slechtste van twee werelden: semi autonome organen die niet of nauwelijks onder rechtstreeks overheidstoezicht staan maar die wel met belastinggeld worden bekostigd. Het is tijd voor heldere keuzes.

Of we plaatsen het HBO inderdaad rechtstreeks onder toezicht van de overheid of we laten het echt over aan de markt. Vooralsnog lijkt ook VVD staatssecretaris Zijlstra de eerste optie te verkiezen met meer inspectie en centrale normering van exameneisen. Maar waarom niet eens nagedacht over privatisering? Het zou een disciplinerende werking kunnen hebben op het gedrag van zowel opleidingen als studenten.

Laten we met die laatste groep beginnen. Geen overheidsbekostiging betekent een hoger collegegeld. Als de investering groter wordt zullen aankomende studenten beter moeten nadenken over welke studie gevolgd gaat worden. Dit vermindert de grote instroom ongemotiveerde studenten die met name meer algemene opleidingen kennen. Een hoger collegegeld dwingt tot een meer weloverwogen studiekeuze.

Ook het studiegedrag zelf zal een positieve impuls ondergaan als de opleiding een private investering is. Thans besteden Nederlandse studenten zo’n 20 a 25 uur per week aan hun studie met magere zesjes en studievertraging tot gevolg. Het hoeft geen betoog dat indien die studie inspanning omhoog gaat, het studierendement navenant hoger wordt.

Studievertraging wordt nu nog grotendeel afgewenteld op de belastingbetaler. Met privatisering betaalt de student zelf de volledige lasten van vertraging en kan de rekening niet meer vrijblijvend ergens anders neerleggen. Het is dus te verwachten dat de studie inspanning een stuk hoger zal zijn indien de student zelf de volledige kosten van de opleiding draagt.

Verder is het privatiseren van de opleidingskosten ook goed voor de arbeidsparticipatie omdat de afgestudeerde de volledige opleidingskosten, en niet slechts een beperkt deel, zelf moet terugverdienen. Het is dus een goed middel tegen mensen die op kosten van de belastingbetaler een dure opleiding doen om vervolgens part time op de bank te gaan zitten. Uiteraard mag iedereen die dat wil part time op de bank zitten maar het is niet gewenst dat daar een grote publieke investering in opleidingen aan vooraf gaat.

Natuurlijk zullen de lagere overheidslasten onverkort tot uiting moeten komen in een verlaging van de inkomstenbelasting. Op die manier blijft de terugverdientijd van een privé investering in hoger onderwijs beperkt.

Geprivatiseerde opleiders zullen veel kritischer dan nu het geval is, moeten afwegen hoe ze hun middelen besteden en wat ze aanbieden. In het huidige hoger onderwijs schommelen de jaarlijkse kosten per student tussen de €8.000 en €9.000. Dit zou dus het kostendekkende collegegeld moeten zijn.

Uit onderzoek van de Tilburgse hoogleraar Jan Bouwens blijkt dat van die kosten gemiddeld ongeveer 80% opgaat aan indirecte - niet rechtstreeks onderwijs gerelateerde zaken. Op een vrije markt zullen afnemers niet bereid zijn te betalen voor zoveel overhead. De huidige (lage) onderwijsintensiteit kan worden aangeboden voor veel minder dan €8.000 per jaar.

Een opleider kan er ook voor kiezen juist veel meer onderwijs te bieden voor dat bedrag. Dat dit niet onmogelijk is blijkt uit de prestatie van het IVA in Driebergen, een niet door de overheid bekostigde HBO opleiding die voor €8.000 per jaar een programma aanbiedt met meer dan 30 contacturen in de week. Dit is een aantal dat op geen enkele publieke instelling wordt gehaald.

Het huidige centraal gedicteerde en uniforme collegegeld geeft instellingen geen enkele prikkel om na te denken over wat ze studenten bieden voor dat geld. Op een vrije markt zullen ze dat wel moeten doen.

Ten slotte zouden afnemende werkgevers er ook voor moeten kunnen kiezen om hun boekhouders, commerciële binnen – buitendienst medewerkers en andere functionarissen zelf op te leiden. Het zelf opleiden van een schoolverlater zou dan beloond kunnen worden met het afschaffen van werkgeverslasten voor een werknemer in opleiding.

Voor de werkgever wordt de keuze tussen het zelf intern opleiden van werknemers of het aannemen van een afgestudeerde een ‘make or buy decision’. Deze mogelijkheid zal een extra prikkel betekenen voor de opleidingsinstituten om kwaliteit en toegevoegde waarde te bieden en hun bestaansrecht te bewijzen.

 

Over de auteur

Drs. Ewoud Jansen is econoom & publicist. Hij werkt als hogeschooldocent Finance & Accounting, Fontys Hogescholen
International Business & Management Studies

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl