“Het probleem met het verdedigen van menselijke vrijheid is dat je de meeste tijd besteedt aan het verdedigen van deugnieten en schurken. Want het is tegen hen dat onderdrukkende wetten in eerste instantie gericht zijn, en onderdrukking moet bij het begin gestopt worden wil het sowieso gestopt worden.”
H.L. Mencken

Vrijheid, etatisme en de economie

Door Jacob Hornberger

27 mei 2011

Hier in het westen worden we grootgebracht met de filosofie dat de overheid voor mensen hoort te zorgen, hun economische activiteiten in goede banen dient te leiden en het onrecht in de wereld dient te bestrijden. In grote lijnen accepteren zowel liberalen als conservatieven dat dit permanente taken voor de staat zijn. Soms hebben ze zich er zelfs van overtuigd dat de verzorgingsstaat onlosmakelijk verbonden is met vrijheid en welvaart. Wat de libertariër doet verschillen van liberalen en conservatieven is dat libertariërs zich in morele en intellectuele zin hebben losgebroken van dit kader. In tegenstelling tot liberalen en conservatieven erkennen we dat de staat in praktische zin niets met vrijheid te maken heeft en zelfs het tegenovergestelde is van vrijheid.

Echte vrijheid zou volgens consequente libertarische filosofie zelfs de ontmanteling van de staat betekenen. Laten we vaststellen dat de verzorgingsstaat synoniem staat voor een economisch systeem waarbij de overheid inkomens van particulieren belast en de opbrengst hiervan na aftrek van forse administratieve kosten weer aan anderen geeft. De verzorgingsstaat programmering bestaat onder andere uit sociale zekerheid, medische zorg, subsidies, ontwikkelingshulp en het uitdelen van bailouts. Al deze programma’s worden mogelijk gemaakt met behulp van geld dat onder dwang wordt afgenomen van groep A, om het vervolgens bij groep B terecht te laten komen. De meeste mensen die vandaag de dag leven zijn grootgebracht met dit gedachtegoed en zien dit dan ook als een essentieel onderdeel van een welvarende samenleving.

Het is niet verrassend dat de verzorgingsstaat in de publieke opinie beschouwd wordt als de gulle gever van vrijheid. Vanaf het zevende levensjaar leren we dat we het hier goed hebben en dat we in een vrij land wonen. De overheid keurt de schoolboeken op “kwaliteit”, betaalt de leraren en bepaalt in grote lijnen de programma’s en de beoordelingscriteria. Het gevolg: Economische theorie bestaat uit het maken van wat sommetjes en geschiedenisles is afgestompt tot een nobel socialistisch stripverhaal. Leerlingen die zich slecht aanpassen aan de illusies van de samenleving blijven zitten of krijgen Ritalin voorgeschreven.

Tegen de tijd dat het 18e levensjaar aanbreekt bestaat er meestal geen twijfel meer aan de vrijheidsconsensus: Je laat de leeuw niet in z’n hempie staan, je juicht voor politici en met koninginnedag sta uitgedost in oranje te zuipen op één van de vele gesubsidieerde evenementen. Misschien voel je zelfs wel ontroering bij het horen van het Nederlandse volkslied.

Noord Korea, Venezuela en Nederland

Stel dat we aan een Nederlander vragen of - naar zijn mening - mensen in Noord Korea vrij zijn. De meeste zullen nee zeggen: “Noord Korea is een communistische dictatatuur en geen democratie”. Weinig mensen zullen in hun antwoord refereren aan het economische systeem dat Noord Korea hanteert.

Wat als we dezelfde vraag stellen over Venezuela? Misschien zijn zij wel vrij, omdat er in Venezuela verkiezingen gehouden worden. In dat geval wordt er vergeten dat een democratisch verkozen heerser ook een dictator kan zijn. Wederom zullen weinig mensen de nadruk leggen op het (socialistische) economische systeem dat Venezuela hanteert. Het idee komt simpelweg niet bij ze op, omdat ze niet hebben geleerd om op deze manier te denken.

Het economische beleid van een land bepaalt voor een groot deel de spelregels en de welvaart voor de inwoners. Nu is het zo dat Noord Korea en Venezuela dezelfde verzorgingsstaat programma’s toepassen als de meeste westerse staten. Het gaat dan dus om zaken als sociale zekerheid, medische zorg, onderwijs, subsidies, ontwikkelingshulp en het uitdelen van bailouts. De bevolkingen van al deze landen zullen net als wij in grote lijnen beweren dat ze vrij zijn en dat het systeem waarin ze leven essentieel is voor de waarborging van hun vrijheid en welvaart.

Het libertarische concept van vrijheid

Aanhangers van de libertarische filosofie hebben een andere interpretatie van vrijheid dan etatisten. Het libertarische concept ‘vrijheid’ is in economische zin als volgt: Wij geloven dat mensen vrij moeten zijn om ieder vak of beroep te kunnen uitoefenen zonder staatslicenties, vergunningen of andere vormen van officiele toestemming.

Laat consumenten in plaats van de overheid beslissen wie op wat voor manier welk werk gaat doen. Wij geloven dat mensen vrij horen te zijn om vrijwillige, wederzijds voordelige transacties met anderen te doen op wereldwijde schaal, zonder bemoeienis van overheid. Wij geloven dat mensen vrij horen te zijn om oneindig veel rijkdom te vergaren en - even belangrijk - zelf mogen beslissen wat ze met die rijkdom doen: Uitgeven, sparen, investeren of doneren aan een goed doel. Mensen moeten in staat zijn zelf voor hun pensioen te zorgen (of niet), te doneren aan een goed doel (of niet) en om hun bejaarde ouders bij te staan (of niet). Voor de libertariër is vrijheid direct verbonden met de mate waarin de mens vrij is zijn eigen economische beslissingen te maken.

Vanuit libertarische filosofie is de etatistische interpretatie van vrijheid fout, vals en frauduleus. Het etatisme plaatst de overheid in morele en intellectuele zin boven het individu. Als mensen willen deelnemen aan de economie dan moet dit onder toezicht en goedkeuring van de overheid. De overheid kan hen ervan weerhouden om deel te nemen in wederzijds voordelige transacties met anderen door middel van minimumloon wetten, handelsembargo’s, immigratiecontrole, voorschriften, licenties enzovoort. Alle inkomens worden belast naar tarieven die de overheid adequaat acht om de afhandig gemaakte rijkdom vervolgens te herverdelen op basis van hun consensus. Mensen zijn gedwongen hun inkomen te delen met anderen: Ouderen, zieken of gewoonweg de politiek bevoorrechten. Dit alles in de naam van vrijheid en welvaart.

Wanneer je aan een libertariër vraagt of we in ons land wel of niet vrij zijn dan is het antwoord “Nee”, omdat economische vrijheid essentieel is voor het leiden van een vrij bestaan. Als mensen geen economische vrijheid hebben, dan kunnen ze logisch gezien niet vrij zijn. Etatisten menen soms wel vrij te zijn, omdat ze zich onder de omstandigheden toch vrij voelen. Het ontkennen van de realiteit verandert echter niets aan de realiteit.

Volgens de libertariër zou je bijvoorbeeld het recht moeten hebben om een huisarts te raadplegen die geen officieel diploma heeft (of niet). Ook mag je een immigrant in loondienst nemen voor een salaris dat lager is dan het minimum loon (of niet). Je zou er ook voor mogen kiezen jezelf niet te verzekeren voor gezondheidszorg (of wel). De libertarische interpretatie van vrijheid wekt bij veel etatisten verdoezeling, verwarring en soms zelfs boosheid op. Ze kunnen vaak niet bevatten dat ze niet vrij zijn. De reden voor dit fenomeen is, nogmaals, dat de meeste van ons niet meer buiten het paradigma van de verzorgingsstaat kunnen denken. Dit is zonder twijfel te danken aan de indoctrinatie die dankzij leerplicht en publiek onderwijs plaats vindt in de kinderjaren: Een periode waarin het jonge individuutje getraind wordt om de verzorgingsstaat met vrijheid en deugd te associëren.

De staatsgeleide economie

Nog een punt waarop libertariërs en etatisten sterk van ideeën verschillen is het concept van de staatsgeleide economie. Wat is het standaard debat dat plaats vindt tussen liberalen en conservatieven in het politieke domein? Het is meestal dat de ene flank de andere beschuldigd van wanbeheer van de economie. De liberale linkse partijen beschuldigen de conservatieve rechtse partijen van slecht economisch beleid en vice versa. Rechtse partijen fungeren in dit spel over het algemeen als een spreekbuis voor de belangen van het grote geld dat winst wil maken via regulering en interventie terwijl linkse partijen het opnemen voor de zwakkere belasting consumenten. De etatist ziet niet dat er in plaats van linkse en rechte partijen werkelijk maar 1 partij is en dat is de partij voor de staat. Deze partij wil altijd meer geld voor de achterban en meer gunsten voor de geldschieters.

Soms vragen liberalen of conservatieven aan een libertariër: “Wat is jouw plan voor de economie”. De libertariër heeft geen plan. De etatist sputtert dan meestal dat dat belachelijk en onverantwoordelijk is. “Hoe kan je een verkiezing winnen als je geen plan hebt?”. Daar is een simpele reden voor: Wij vinden dat de overheid zich niet zou mogen bemoeien met de sociaal-economische activiteiten van de samenleving.

Zo zijn er fundamentele verschillen tussen libertariërs en etatisten over het concept van vrijheid en de rol van overheid in de samenleving. Etatisten zien de sturende activiteiten van de verzorgingsstaat als een essentieel en deugdelijk onderdeel van vrijheid en welvaart. De libertariër is daarentegen van mening dat mensen het recht horen te hebben om al hun economische activiteiten zelf te mogen plannen. Een mens mag dus ook deelnemen in een particuliere onderneming die op geen enkele manier wordt gecontroleerd door de overheid. Hij mag zoveel rijkdom vergaren als hij wil en hij mag bovendien zelf bepalen hoe die rijkdom besteed wordt.

Nog een groot verschil tussen libertariërs en etatisten zit hem in moraal. Liberalen en conservatieven vinden dat er in morele zin niets mis is met een overheid die onder dwang geld extraheert uit een groep mensen met het doel dit geld aan een andere groep mensen te geven. Zowel liberalen als conservatieven zijn in grote lijnen van mening dat dit mechanisme ons grootste morele goed is. Het onder dwang in beslag nemen en het herverdelen van welvaart weerspiegelt volgens hen de goedheid, zorgzaamheid en het medeleven van de samenleving.

Libertariërs beweren het tegendeel en bestempelen het onder dwang afhandig maken van andermans eigendommen om dit aan derden te geven als principieel verkeerd. We noemen dit diefstal en diefstal is immoreel, zelfs als de dief de opbrengst besteedt aan goede doelen, zoals het betalen van de scholing van een arme student, het helpen van een behoeftig oud paar of het betalen van een medische operatie voor een ziek persoon. Veel etatisten zullen het met libertariërs eens zijn als het gaat om diefstal in de particuliere sfeer. In dit geval vinden ze dat schending van eigendomsrecht moreel verwerpelijk is, zelfs als de opbrengst ervan gebruikt wordt voor een goed doel.

Het verschil in opvatting ontstaat wanneer overheid zich in de kwestie mengt. In de etatistische filosofie kan een immorele handeling geconverteerd worden naar een moreel verantwoorde handeling als de overheid het de handeling verricht. Met andere woorden: Als de dief een particulier is dan zijn de etatist en de libertariër het erover eens dat er sprake is van diefstal, maar als er gestolen wordt namens de overheid dan zal de etatist deze handeling in veel gevallen loven of noodzakelijk achten. De libertariër zal het alsnog beschouwen als diefstal en daarom onacceptabel.

Tot slot nemen we een kijkje naar de economische consequenties van de verzorgingsstaat en de staatsgeleide economie. Stel je een spectrum voor dat aan de ene kant libertarisch is en aan de andere kant etatistisch. Aan het etatistische einde van het spectrum beheert en bepaalt de overheid alles en is iedereen onderworpen aan de staat. Aan het libertarische einde van het spectrum betrekken mensen zich in vrije ondernemingen (als in: geen toezicht of management vanuit de staat), hebben mensen het recht om ongelimiteerde rijkdom te vergaren (als in: geen inkomstenbelasting) en zijn mensen vrij om te bepalen wat ze met hun eigen geld doen (als in: geen verplichte officieel verplichte verzekeringen).

Afdwaling naar een totalitaire staat

Wat liberalen en conservatieven zich niet realiseren is dat een volledig etatistische samenleving een samenleving is die zich op de rand van de hongersdood bevindt. Aan de andere kant van het spectrum - de libertarische samenleving - kunnen mensen de welvaart proeven van een bloeiende economie waarin mensen elkaar vrijwillig van dienst zijn en schaarse middelen op creatieve manieren benutten: consumeren, sparen, investeren, doneren et cetera.

De reden voor deze economische resultaten liggen in spaargeld en kapitaal. Wanneer mensen vrij zijn om te houden wat ze verdienen zullen ze onvermijdelijk een deel opsparen. De gespaarde middelen bieden het kapitaal dat bedrijven nodig hebben om hun activiteiten uit te breiden en te verbeteren. Dit produceert hogere omzet en winst, waardoor firma’s hogere lonen kunnen uitbetalen aan hun medewerkers. Het gevolg is een een stijgende levensstandaard. In een samenleving waarin de staat alles bezit en reguleert, wordt particulier spaargeld en kapitaal verdrongen. Zo is iedereen op lange termijn gedoemd een leven te leiden van armoede en tot in het extreme zelfs te verhongeren.

In het midden van het spectrum bevindt zich de verzorgingsstaat en de staatsgeleide economie, waarbij de overheid continu probeert voldoende welvaart uit de particuliere sector te lichten om zo de voortdurend groeiende zorgsector te kunnen blijven bekostigen. Wat onvermijdelijk gebeurt is dat de welzijnssector zo groot en vraatzuchtig wordt dat de particuliere sector krimpt naar een punt waar het de last niet langer kan dragen. Het resultaat is een situatie van crisis en chaos waarin belastingconsumenten eisen dat de overheid iets uit de toverhoed haalt om hen te redden.

Omdat etatisten ervan overtuigt zijn dat ze vrij zijn, leggen zij de schuld van de economische malaise onvermijdelijk bij slechte economische regulering en vrije ondernemingen in plaats van bij de overheid en hun socialistische, herverdelende programma’s. Zodoende doet de etatist een beroep op de overheid voor meer toezicht en controle over de economische activiteit en welvaart.

Het is dus geen verrassing dat libertariërs een hele andere diagnose stellen over het probleem. Het zijn volgens libertariërs juist de programma’s en de economische mechanieken van de verzorgingsstaat die aan de wortels liggen van de economische ontbering. De oplossing ligt niet in nog meer overheidsingrijpen, maar juist in decentralisatie en de vrijheid om eigen keuzes te maken. Oftewel het ontmantelen van de verzorgingsstaatprogramma’s en te pleiten voor een scheiding tussen economie en staat.

Decennia lang hebben libertariërs tevergeefs geprobeerd het publiek duidelijk te maken dat de verzorgingsstaat niets met vrijheid te maken heeft en dat deze op lange termijn leidt tot economische ontbering en armoede. Dat er niet geluisterd wordt heeft alles te maken met het etatistische referentiekader dat het denkvermogen van de bevolking overschaduwt.

Steeds meer mensen beginnen vragen te stellen over buitenproportionele overheidsuitgaven, niet-af-te-lossen-staatsschulden en de bijbehorende inflatie. De tijd zal ons leren of men in staat is het etatistische referentiekader te erkennen voor wat het is en te pleiten voor de ontmanteling van de verzorgingsstaat. Als dit lukt, hebben libertariërs eindelijk een kans de verzorgingsstaat achter zich te laten in ruil voor een bloeiend economisch tijdperk.

Dit is een vrije vertaling van http://informationliberation.com/?id=35361 door Jacob Hornberger. Nederlandse vertaling geschreven door Jan van Vliet op 21 mei 2011.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl