“Het is maar goed dat de mensen ons geld- en banksysteem niet begrijpen, want als ze dat zouden doen geloof ik dat er vóór morgenochtend een revolutie zou zijn'.”
Henry Ford

Financiële planning in het post-verzorgingsstaattijdperk

Door Paul Verhaegh

27 maart 2011

Als iemand mij advies vraagt over financiële planning kom ik altijd op de proppen met mijn vierpuntenplan.

1. Blijf gezond. 2. Zorg dat je employability in orde is. 3. Los schulden - als je die hebt - zoveel mogelijk af, in plaats van je hele inkomen uit te geven. 4. Doe iets dat je leuk vindt, want dan heb je meer plezier in het leven, en mensen die plezier hebben leven niet alleen langer maar blijven ook makkelijker gezond.

"Wat doe je dan als je - buiten je schuld - ziek wordt?", is dan meestal de - eerste - reactie die je krijgt, want de Nederlander focust immers altijd op de de downside van de dingen. "Als je die andere drie punten dan wel in orde hebt, hoeft dat geen ramp te worden", antwoord ik dan steevast.

De basisgedachte achter mijn vierpuntenplan voor financiële planning is dat een mens uiteindelijk zelf verantwoordelijk is voor zijn of haar leven en toekomst. Als puntje bij paaltje komt kun je beslissingen dienaangaande aan niemand delegeren, wat anderen ook mogen zeggen.

De moderne verzorgingsstaat, zoals die sinds WO II is opgezet, heeft de rol van de eigen verantwoordelijkheid duidelijk ondermijnd.

Onder het vaandel van 'solidariteit'  is er een grootschalig systeem van gedwongen afdrachten aan collectief beheerde fondsen en organisaties opgezet, waaruit vervolgens allerlei claims worden betaald. Van vrijwilligheid is bij deze solidariteit geen sprake. De beslisingsmacht over solidariteit is van de burgers afgepakt en in handen van de overheid gelegd. Een bevriende hoogleraar hoorde ik het als volgt zeggen: "Dank zij de verzorgingsstaat betaal je voortdurend voor mensen die je niet kent en die je ook nooit tegenkomt, terwijl je voor familie of vrienden die in de problemen zitten geen geld meer overhebt, omdat je alles wat er - na belasting en premieheffing - over is zelf nodig hebt.

Dit stelsel van gedwongen afdrachten wordt door een combinatie van ontwikkelingen steeds moeilijker financierbaar. Die ontwikkelingen zijn de vergrijzing van de bevolking, de verschuiving van het zwaartepunt van de wereldeconomie van Europa en Noord-Amerika naar Zuid-Oost Azië, en - last but not least - de instroom van migranten die voor de Europese verzorgingsstaten per saldo kostenposten blijken te zijn.

Het grootste probleem gaat zich voordoen bij de gezondheidszorg. 'Kosten langdurige zorg gaan exploderen', zo kopte het Financieele Dagblad op 9 februari 2011.  De krant baseert zich op een studie van het wetenschappelijk bureau van het CDA. Zonder maatregelen gaat de premie AWBZ van 3,5% nu stijgen naar 8,1% in 2060. Nu duurt het nog lang voordat het 2060 is, maar de trend is duidelijk. Voor de oplossing kijkt de CDA-studie onder meer naar landen als Duitsland, Oostenrijk, Italië en Frankrijk. In die landen krijgen mensen die zorg nodig hebben, een budget dat ze zelf mogen aanvullen. Zo komt er meer verantwoordelijkheid te liggen bij mensen zelf. De gemeentelijke overheden bieden in de genoemde landen een vangnet voor mensen met minder geld. Een andere oplossing is  volgens het CDA verhoging van de pensioenleeftijd.

In het Verenigd Koninkrijk heeft men al langer problemen met de financierbaarheid van de gezondheidszorg. Het gevolg is dat daar op dit moment al sprake is van beleid waarbij medische behandeling van kankerpatiënten door een commissie ("panel") wordt getoetst op zin versus kosten. Een lezenwaardig artikel daarover vindt u hier.

Verder is de Britse regering voornemens om ouderen die over financiële reservers beschikken, te laten betalen voor hun medische behandeling. In gewoon Nederlands noemen we dat "je vermogen opeten". Een artikel daarover - onder de titel Baby boomers 'must pay for their own elderly care' - kunt u hier lezen.

Het heeft er alles van dat we terug gaan naar de tijd van voor de verzorgingsstaat, toen iemand die medische hulp nodig had maar daarvoor niet verzekerd was, zijn of haar hele hebben en houden moest verkopen op de behandeling te kunnen betalen. Die situatie komt in het post-verzorgingsstaattijdperk - want zo kunnen we dat wel noemen - weer terug.

Een vraag die zich dan opdringt is waarvoor we de overheid dan nodig hebben. Want als je toch alles zelf moet doen, dan kun je het ook wel zelf af?

Wie de vraag zo stelt ziet echter over het hoofd dat niet iedereen meer gaat betalen. Wie niets heeft om op te eten, krijgt ook zorg, alleen zonder (extra) eigen bijdrage. De overheid treedt weer eens op als herverdeler. In die zin is de rol van de overheid in het post-verzorgingsstaattijdperk niet anders dan die in de hoogtijdagen van verzorgingsstaat, met dien verstande dat zij voor de welvarenden onder ons niets meer te bieden heeft, behalve dan de rekening van het Grote Project getiteld "De Verzorgingsstaat".

De gevolgen laten zich raden: zij die alleen maar bijdragen zullen zich daaraan proberen te onttrekken, hetzij door hun welvaart buiten bereik van de overheid te brengen, hetzij door af te zien van het scheppen van welvaart en zich te positioneren aan de uitdelende kant van de overheid. Een dergelijk proces zal financierbaarheid van het grote project "De Verzorgingsstaat" verder ondermijnen. We zien dat proces nu al optreden, met de bijbehorende spanningen tussen de verschillende sociaal-economische groepen. Uit een onderzoek van het CPB uit 2003 (link) blijkt dat niet-Westerse migranten de (Nederlandse) verzorgingsstaat meer kosten dan zij met belastingen en premies bijdragen.

Dergelijk feiten voeden de anti-immigrantengevoelens in Nederland, ook al gelden die als politiek niet correct. Anderen wijzen naar de generatie van de babyboomers, die de welvaart met volle teugen geniet en heeft genoten maar deze eigenlijk cadeau heeft gekregen. Het bashen van babyboomers geldt - vooralsnog - als wel politiek correct, zodat het veiliger is de babyboomers de schuld te geven dan kritiek te leveren op de immigratiepolitiek van Nederland.

Feit is echter dat het noch de babyboomers, noch de immigranten zijn die op zichzelf het probleem zijn (het probleem van culturen die elkaar niet verdragen laat ik maar even buiten beschouwing, want daar gaat het nu even niet over), maar de belofte van de verzorgingsstaat. Tot ver in de jaren 80 gold in Nederland als onofficiële filosofie dat werken of een uitkering genieten een kwestie van keuze was. Nu kun je dat politiek wel willen c.q. geloven, maar in de praktijk loop je dan toch tegen de menselijke natuur aan. De menselijke natuur brengt nu eenmaal met zich mee dat de mens geneigd is het zichzelf makkelijk te maken.

In een situatie waarin werken of een uitkering een kwestie van persoonlijke keuze is moet je niet verbaasd zijn dat nogal wat mensen voor het makkelijke geld kiezen. Dat heeft niets te maken met "goed" of "slecht", maar is gewoon de menselijke natuur. Het is diezelfde  menselijke natuur die door de maakbaarheidsprofeten zwaar onderschat is, en het is die onderschatting die er verantwoordelijk is dat het overheidsbeleid niet de resultaten oplevert die de politici uit de maakbaarheidsschool voor ogen hadden (en hebben).

Het alternatief voor de illusiepolitiek van de maakbaarheidsdromers is een politiek die zich richt op het bevorderen van zelfredzaamheid van burgers. Een dergelijke benadering zal ook eerder bijdragen aan de maatschappelijke vrede, dan een politiek die zich richt op de vraag voor wie de voordelen van de verzorgingsstaat bedoeld zijn: jongeren of ouderen, allochtonen of "Nederlanders"?  En aan mensen voor wie zelfredzaamheid een nastrevenswaardig doel is, is mijn vierpuntenplan voor financiële planning vast ook wel besteed.

Paul Verhaegh
Paul Verhaegh (1962) studeerde Nederlands recht en Fiscaal recht in Leiden. Hij werkt als zelfstandig gevestigd fiscaal en juridisch adviseur te Eindhoven. Daarnaast is hij politiek actief, onder meer binnen de Libertarische beweging en schrijft hij op het blog www.liberaal-eindhoven.nl

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl