Wie gaat dat betalen?

Door Molinari

2 juli 2010

Het probleem met de staatsschuld wordt nog erger dan we denken.

Velen zijn somber over het aflossen van de staatsschuld. Een onderbelicht aspect hierbij is de ontwikkeling van de beroepsbevolking. De schuld wordt betaald door de productieven. Om een goed beeld te krijgen moeten we niet kijken naar de schuld per inwoner maar naar de schuld per productieve arbeidskracht.

De staatsschuld wordt betaald door de productieve beroepsbevolking, maar die neemt af.
Als alles gelijk blijft dan maakt het weinig verschil of je de schuld omslaat over alle inwoners of over alle productieven. Maar bij sterke veranderingen in de demografische samenstelling kan dit verschil wel degelijk heel groot zijn. Als we op deze manier de toekomstige ontwikkelingen in kaart brengen geeft deze manier van kijken een verontrustend beeld.

Laten we eerst eens bedenken wat een productieve werknemer is. Alle mensen in het bedrijfsleven zijn wel productief, maar hoe zit het met ambtenaren? Heel veel ambtenaren leveren ook productie zoals bijvoorbeeld de vuilnisman of de plantsoenenmedewerker. Deze mensen zouden misschien bij een privaat bedrijf productiever kunnen zijn en efficiënter kunnen werken, maar hun werk levert zeker een bijdrage. Toch moet er wel belasting worden opgebracht om hun salarissen te betalen.

Maar niet alle ambtenaren zijn productief. Er zijn er nog al wat die gemist kunnen worden. Deze ambtenaren kosten alleen maar geld. Er is heel wat regeldruk en die moet nodig omlaag. De ambtenaren die werken aan deze regels kosten dubbel geld. Ten eerste moet je alle salarissen en onkosten betalen. Maar daar bovenop hebben allerlei bedrijven en burgers ook nog eens last van al deze regels. Hier geef je dus geld uit en de uitgave heeft ook nog eens een negatief effect. Deze ambtenaren zijn dus zeker niet productief.

Veel ambtenaren kosten alleen maar geld en leveren geen productieve bijdrage.
Hoe zien de ontwikkelingen de komende tijd eruit? Er zijn wel plannen om het aantal ambtenaren te verminderen. Er wordt een getal genoemd van 5000 ambtenaren die zullen verdwijnen. Op één miljoen ambtenaren hooguit een druppel op een gloeiende plaat. En dan moet het project wel slagen. Er zijn al heel wat plannen geweest om het aantal ambtenaren te verminderen en die zijn allemaal mislukt.

Wat je hierbij in de gaten moet houden is dat de beroepsbevolking de komende tijd kleiner zal worden door de vergrijzing. Stel dat het aantal ambtenaren gelijk blijft dan groeit het relatieve aandeel dat ambtenaren uitmaken van de beroepsbevolking. Ook als het aantal ambtenaren maar licht daalt dan zal het relatieve aandeel ambtenaren toenemen. het productieve deel van de beroepsbevolking zal dan afnemen. En daarbij neemt de beroepsbevolking als geheel ook nog eens af.

Er zijn al heel wat plannen geweest om het aantal ambtenaren te verminderen en die zijn allemaal mislukt.
De beroepsbevolking wordt kleiner en het aantal productieven zal dus afnemen. De staatsschuld per productieve werknemer neemt dus toe zelfs als de staatsschuld gelijk zou blijven. Dat maakt het dus een stuk lastiger om de schuld af te betalen.

Dan wordt er gezegd dat het een oplossing is om de arbeidsparticipatie en de arbeidsproductiviteit te verhogen. Als de arbeidsparticipatie hoger wordt dan wordt de beroepsbevolking groter en het probleem kleiner. En als de arbeidsproductiviteit groeit dan wordt de productie per medewerker hoger. Dan kan deze medewerker ook meer meebetalen aan het afbetalen van de staatsschuld en wordt het probleem ook kleiner.

De situatie is zeer kwetsbaar en voordat je het weet zit je met Griekse situaties of erger.
Maar daarbij ga je voorbij aan een belangrijk feit. Deze maatregelen hadden we ook kunnen nemen als er geen staatsschuld was geweest. En dan kun je het wel zo draaien dat we de schuld wel af kunnen betalen. En dat het daarom wel meevalt met het probleem. Maar dan nog is het verschil met de situatie zonder staatsschuld heel groot. Het verlies ten opzichte van het alternatief is dus heel groot.

De vergrijzing komt eraan en dat heeft grote gevolgen voor de houdbaarheid van de staatsschuld. Er zullen minder mensen zijn om de schuld terug te betalen. Dat deze mensen in de toekomst productiever zullen zijn vind ik een grote gok. Dat zullen we toch eerst eens moeten bewijzen. De staatsschuld mag daarom absoluut niet oplopen. De situatie is zeer kwetsbaar en voordat je het weet zit je met Griekse situaties of erger.

Molinari

Over de auteur

Molinari is een alias refererend naar Gustave de Molinari, een Belgische econoom uit de 19de eeuw.

De Molinari was een van de eerste economen die voorstander was van de privatisering van politie- en defensietaken.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl