Wordt het Hong Kong of Zimbabwe?

Door Karel Beckman

28 juni 2010

De huidige schuldencrisis toont eens te meer het gelijk van de Oostenrijkse School.

De economische crisis is niet de schuld van het kapitalisme of de vrije markt, maar, zoals de "Oostenrijkse" economie ons leert, van het interventionistische monetaire beleid dat door de westerse overheden is gevoerd. Dat had ik al eens geconstateerd in mijn artikel 'Failliet van het interventionisme', maar dat was nog geschreven voor de "Griekse crisis" uitbrak. Deze crisis - een schuldencrisis van nationale overheden - bevestigt de Oostenrijkse theorie eens te meer.

De economische crisis is niet de schuld van het kapitalisme of de vrije markt, maar van het interventionistische monetaire beleid dat door de westerse overheden is gevoerd.
Voor de meeste mensen is het duidelijk dat er grote problemen zijn in het financiële stelsel, maar niet precies wat de oorzaken zijn, wat er het beste aan kan worden gedaan en wat de gevolgen zijn van de oplossingen die nu worden gekozen. Zoals altijd wordt het beeld opgeroepen dat het allemaal de schuld is van het kapitalisme en dat mensen moeten bezuinigen en ‘inleveren’ omdat speculanten er met hun geld vandoor zijn gegaan. Maar waarom die speculanten dan niet kunnen worden aangehouden zoals iedere dief – en waarom ze zelfs in staat zijn om complete landen ‘aan te vallen’, wordt nooit helemaal duidelijk.

Nou is dat niet zo verwonderlijk, want politici, bankiers en toezichthouders hebben er geen belang bij om uit te leggen hoe het echt zit. Dan zou namelijk duidelijk worden dat zij verantwoordelijk zijn. En ze zouden moeten uitleggen dat er geen pijnloze oplossingen zijn, maar dat een groot deel van de welvaart die wij als burgers dachten te bezitten, niet meer bestaat. Daar helpt geen reddingspakket of noodoperatie meer aan. De autoriteiten durven dit nauwelijks zelf onder ogen te zien, laat staan dat ze die boodschap willen verkondigen. En eerlijk is eerlijk, de burgers willen het ook niet weten. Liever steekt iedereen zijn kop in het zand.

De ongemakkelijke waarheid is, dat
a) overheden, burgers en bedrijven meer schulden hebben gemaakt dan ze ooit kunnen terugbetalen, en
b) dit is mogelijk gemaakt door overheden en het stelsel van centrale banken, door de schepping van grote hoeveelheden kunstmatig geld

Politici, bankiers en toezichthouders hebben er geen belang bij om uit te leggen hoe het echt zit.
Die geldschepping wordt gerechtvaardigd aan de hand van pseudowetenschappelijke economische theorieën, gebaseerd op Keynes, die beweren dat je van consumeren rijk wordt en dat je een economie kunt laten groeien door er geld in te pompen. Maar de ordinaire werkelijkheid is dat de machthebbers – onze democratisch gekozen politici – de controle over het geldstelsel hebben verworven en dat voor hun eigen doeleinden hebben misbruikt. De gevolgen van dit wanbeleid worden nu zichtbaar. Niettemin blijven ze hardnekkig hetzelfde rampzalige beleid voeren, dat tot de ineenstorting van het geldsysteem zal leiden en tot maatschappelijke en economische chaos. Tenzij we er iets aan doen.

Mondiale instabiliteit
Op zondagavond 9 mei 2010 besloten de EU-lidstaten, de Europese Commissie, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Europese Centrale Bank (ECB) tesamen om €750 miljard beschikbaar te stellen om Griekenland te redden van een faillissement. Het verhaal was dat dit noodzakelijk was, omdat een Grieks faillissement rampzalige gevolgen zou hebben gehad. Het zou een “kettingreactie” hebben veroorzaakt, andere landen zouden zijn meegesleurd, het vertrouwen in de eurozone zou onderuit zijn gegaan, de Europese economie zou tot stilstand zijn gekomen. De kosten van een dergelijk scenario, zo werd gezegd, zouden veel hoger zijn opgelopen dan de kosten van deze “reddingsoperatie”. (De directeur van De Nederlandsche Bank, Nout Wellink, had hierbij de euvele moed om te verklaren dat ‘de ECB niet de Rubicon is overgestoken’. Dat doet denken aan de historische uitspraak van de Amerikaanse president Nixon destijds: ‘I am not a crook’.)

Precies hetzelfde argument werd in het najaar van 2008 gebruikt bij het redden van de banken in de VS en Europa. Grote banken zouden een ‘systeemrisico’ vormen, als ze failliet zouden gaan, zouden ze andere banken meesleuren, de kredietverlening zou tot stilstand komen, en daarmee de hele economie. Om dit te voorkomen stelden de overheden vele honderden miljarden beschikbaar aan de grote banken. (Een compleet overzicht van deze steunoperaties is te vinden in het Monthly Bulletin van april 2010 van de ECB.)

Die geldschepping wordt gerechtvaardigd aan de hand van pseudowetenschappelijke economische theorieën, gebaseerd op Keynes.
Je kunt je afvragen waarom andere landen failliet zouden gaan als Griekenland failliet zou zijn gegaan. Nederland en Duitsland betaalden recordlage rentes voor hun leningen, omdat het vertrouwen in deze landen hoog was – waarom zou dat anders worden als Griekenland failliet gaat? Je zou eerder andersom verwachten: het geld zou naar de landen stromen waar wel vertrouwen in bestaat. Evenzeer kun je je afvragen waarom gezonde banken onderuit zouden gaan als hun concurrenten failliet gaan. Ook hier zou je verwachten dat ze daar juist van zouden profiteren.

Als een faillissement van Griekenland of van enkele banken werkelijk een fatale kettingreactie zou veroorzaken – en ik ga ervan uit dat dit juist is – dan kan dat maar één ding betekenen: dat die andere landen en andere banken er ook heel erg beroerd voor staan.

Dit laatste werd van diverse zijden bevestigd nadat de Griekse reddingsoperatie bekend was geworden. Zo rechtvaardigde Jan Kees de Jager, demissionair minister van financiën, tegenover de Tweede Kamer het steunpakket voor Griekenland als volgt: ‘We hebben het al lang niet meer over Europa. We hebben het over het voorkomen van mondiale financiële instabiliteit.’ (Financieele Dagblad, 11 mei 2010) De Jager – die te prijzen valt om zijn eerlijkheid – zei ook dat een ondubbelzinnig signaal nodig was, omdat op ‘vrijdagavond [7 mei] een zeer kwetsbare situatie ontstond die leek op de uren voorafgaand aan de val van Lehman [de grote Amerikaanse bank die in het najaar van 2008 omviel]. Er was een plotseling tekort aan liquiditeit voor banken, bedrijven en landen. Ook bij landen waar u van uw stoel zou vallen als u wist om wie het ging.’

Je kunt je afvragen waarom andere landen failliet zouden gaan als Griekenland failliet zou zijn gegaan. Zou er dan juist niet meer geld naar stabiele landen stromen?
De lezing van De Jager werd de dag daarna bevestigd door een artikel in het Financieele Dagblad, waarin werd gemeld dat ‘een dreigende ineenstorting van de Europese obligatiemarkten’ de EU en de ECB ertoe aan hadden gezet om het hulppakket van €750 mrd in het leven te roepen. ‘Acute financieringsproblemen voor bijna alle eurolanden stonden voor de deur’, meldt de krant. (Gert ten Have, “Geldkraan landen ging dicht”, 12 mei 2010.)

Blijkwaar is het hele financiële systeem inderdaad zo kwetsbaar dat zowel alle grote financiële instellingen als alle landen op de rand van de afgrond staan.

Hoe heeft dit zover kunnen komen? Op die vraag wordt zelden ingegaan door onze politieke en financiële autoriteiten. Als er al een ‘oorzaak’ wordt genoemd voor de kwetsbaarheid van het systeem, dan zijn het de kwaadaardige “speculanten” (in vroeger tijden zouden het ongetwijfeld “Joodse speculanten” zijn geweest), die op de een of andere manier in staat zijn om, als een soort financiële terroristen, vanachter hun pc’s natiestaten als Duitsland en Frankrijk met de financiële dood te bedreigen. Wat doen die speculanten eigenlijk dat niet mag? Kopen of verkopen ze Griekse staatsobligaties, weigeren ze nieuwe staatsobligaties te kopen, kopen of verkopen ze euros, vragen ze hoge rentes voor riskante leningen aan Griekenland of andere landen? Waarom zou dat niet mogen? Is dat niet wat iedere fondsbeheerder doet?

In werkelijkheid maken speculanten slechts een klein deel uit van de beleggingsmarkt. Zij kunnen niet meer doen dan gebruik maken van de zwaktes van partijen in de markt. Ze kunnen een kaartenhuis omver blazen, maar alleen nadat iemand anders dat kaartenhuis heeft gebouwd. De werkelijke reden van de kwetsbaarheid van het systeem – en dat geldt zowel voor de bankencrisis als de landencrisis – kan in één woord worden samengevat: schulden. Ons financiële systeem is een kaartenhuis van op elkaar gestapelde schulden.

Speculanten kunnen een kaartenhuis omver blazen, maar alleen nadat iemand anders dat kaartenhuis heeft gebouwd.
Griekenland zit klem omdat het land zich zwaar in de schulden heeft gestoken. Het heeft jarenlang meer uitgegeven dan het heeft verdiend. De banken op Wall Street kwamen om dezelfde reden in de problemen: hun klanten, onder meer de hypotheekbezitters, hadden zich zwaar in de schulden gestoken. In beide gevallen brak de crisis uit toen duidelijk werd dat de schuldenaren – de Griekse overheid en de Amerikaanse huizenbezitters – hun schulden niet meer konden afbetalen.

Maar, zoals De Jager al signaleerde, het probleem is veel groter dan Griekenland of de Amerikaanse hypotheekmarkt. In alle westerse landen hebben bedrijven en consumenten zwaar geleend, is het kapitaal van banken uitgehold en zuchten overheden onder torenhoge staatsschulden. In de Verenigde Staten hebben burgers en bedrijven op dit moment samen schulden van zo’n $40.000 miljard, de federale overheid van ruim $10.000 miljard. Die overheid heeft ook nog eens $50.000 miljard aan toekomstige verplichtingen op zich genomen. In Europa gaat het ongetwijfeld om soortgelijke bedragen.

Lees verder op de website van Karel Beckman.

Gerelateerde links:
- Mises.org
- Het failliet van het interventionisme - Karel Beckman
- Wat heeft de overheid met ons geld gedaan?
- Kwam de economische crisis nu echt als een verrassing?
- De oorzaken van de kredietcrisis
- Is de kredietcrisis voorbij?
- Geld & Inflatie FAQ
- Monetair beleid voor dummies
- Ron Paul over de economische crisis
- Recessies zijn onnodig op een vrije markt
- Grote mythen over de Grote Depressie
- De culturele en spirituele erfenis van inflatie
- Alle literatuur die nodig is om de crisis te begrijpen

Over de auteur

Karel Beckman is auteur van het nieuwe boek De Staat Voorbij, dat in maart 2017 is verschenen bij uitgeverij Aspekt. Het is te bestellen bij onder meer bol.com.

In dit boek schetst hij een libertarische toekomstvisie die een alternatief biedt voor zowel “linkse” als “rechtse” politieke oplossingen. Het is de opvolger van De Democratie Voorbij, uit 2011, dat hij samen schreef met Frank Karsten, en dat inmiddels in 20 talen is vertaald.

In 1992 publiceerde uitgeverij Balans zijn boek "Het broeikaseffect bestaat niet. De mythe van de ondergang van het milieu."

Hij is momenteel hoofdredacteur van Energy Post.

Beckman is voorheen zes jaar journalist geweest bij het Financieele Dagblad, waar hij over energie, milieu, buitenlandse politiek en het Midden-Oosten schreef.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl