Wie is het grootste slachtoffer van de door British Petroleum veroorzaakte olieramp?

Door Lew Rockwell

6 juni 2010

British Petroleum zelf natuurlijk.

Lew Rockwell van het Ludwig von Mises Institute biedt een kijk op de olieramp die je maar zelden in de media tegenkomt, maar je wel aan het denken zet. Hieronder een lang fragment uit zijn artikel.

In reactie op de explosie van het door BP gehuurde olieplatform gingen de milieubeschermers weer eens door het lint en grepen ze de gelegenheid aan om een private onderneming aan te vallen en om te jammeren over het lot van het "ecosysteem," dat toch in staat is gebleken het eerdere Exxon debacel te overleven en zelfs te floreren.

De vergelijking is gecompliceerd omdat deze gebeurtenis veel erger is. Elf mensen vonden de dood. Het marktaandeel van BP kelderde. Zolang als het lek niet gedicht is, verliest het bedrijf zo'n 5.000-10.000 olievaten per dag.

Het zou duidelijk moeten zijn dat BP veruit het grootste slachtoffer is, maar ik ben nog geen enkele blijk van sympatie voor het bedrijf en haar verlies tegengekomen.
BP zal verantwoordelijk zijn voor de schoonmaakkosten die de federale limiet van 75 miljoen dollar ver zullen overschrijden. De pr nachtmerrie zal nog zeker een decennium blijven voortduren. Uiteindelijk kunnen de kosten tot 100 miljard dollar oplopen, waardoor het bedrijf en vele andere bedrijven het wellicht niet zullen overleven.

Het zou duidelijk moeten zijn dat BP veruit het grootste slachtoffer is, maar ik ben nog geen enkele blijk van sympatie voor het bedrijf en haar verlies tegengekomen. De woorden van walging voor BP zijn bijna niet te geloven. De DailyKos geeft een goede indruk: "BP: Go f*** yourselves." Obama's persvoorlichter Robert Gibbs zei dat de overheid van plan is "to keep its boot on BP's neck."

Nu terug naar de realiteit. Het incident is een tragedie voor BP en de onderaannemers die erbij betrokken zijn. Het zal grote schade toebrengen aan het bedrijf, een bedrijf dat jarenlang ons voorzag van de olie die we gebruiken om onze industrie op te laten functioneren, en om ons moderne leven mogelijk te maken. Het idee dat BP gehaat moet worden is belachelijk: er is elke reden om groot verdriet te tonen voor wat er gebeurd is.

Het is niet alsof BP enig voordeel heeft bij het olielek.
Het is niet alsof BP enig voordeel heeft bij het olielek, of dat iemand anders opeens kans ziet om hun kostbare olie in de oceaan te dumpen. Hun eigen CEO heeft jarenlang geprobeerd om juist dit soort ongelukken te voorkomen, en dit deed hij niet omdat ie zo graag aan regulering wilde voldoen, maar omdat het goed is voor zijn bedrijf.

In vergelijking met de families en anderen die huilen om hun verlies, kunnen we ons afvragen wie er blij wordt van deze ramp: de milieubeschermers met hun angstzaaierij en hun afkeer van het moderne leven. En de overheid die elke kapitalistische producent ziet als een kip waarvan naar hartelust te plukken valt. De milieubeschermers zijn verrukt omdat ze hun kans weer schoon zien om te jammeren over het lot van de door hen geliefde moerassen en ander zogenaamd kwetsbaar land. Het verlies van vissen is verdrietig, maar het is niet alsof er geen vissen zullen terugkomen. Na het Exxon-Valdez debacle was er na slechts een jaar al meer vis dan ooit tevoren. [noot van de vertaler: wetenschappelijke studies over dit onderwerp zijn niet unaniem]

Het belangrijkste voordeel voor de milieubeschermers is hun propagandaoverwinning, in het hebben van weer een kans om tekeer te gaan tegen het kwaad van olieproducenten en het in oceanen naar olie boren. Als zij hun zin krijgen, wordt de prijs van olie vele malen hoger, er zou nooit meer een olieraffinaderij worden gebouwd, en alle ontwikkeling van oceanen zou stop worden gezet in de naam van het "beschermen" van dingen die irrelevant zijn voor menselijk leven.

In plaats van federale limieten van 75 miljoen dollar zou de aansprakelijkheid voor het beschadigen van mensen of eigendom 100 procent moeten zijn.
De belangrijkste economische kwestie van dit olielek is aansprakelijkheid: in een wereld van privaat eigendom is het zo dat als je iemands eigendom vervuilt je daarvoor aansprakelijk bent. Maar wat dan met een wereld waarin de overheid enorme gebieden in bezit heeft, en waarin de oceanen als gemeenschappelijk bezit worden gezien? In zo'n wereld wordt het heel moeilijk om de schade te bepalen van vervuiling.

Er is ook een probleem met de federale limieten op aansprakelijkheid. De aansprakelijkheid voor het beschadigen van mensen of eigendom zou 100 procent moeten zijn, Zo'n systeem zou het beleid van een bedrijf in overeenstemming brengen met het feitelijke risico op het veroorzaken van schade. Lagere limieten zouden bedrijven ertoe brengen om zich minder zorgen te maken over schade aan anderen, net zoals een bedrijf dat een garantie van een 'bailout' zich veel minder voorzichtiger zal gedragen dan ze in een vrije markt zou doen.

Maar zo'n aansprakelijkheid veronderstelt eigendom, zodat eigenaars zelf in een positie zijn om aan een eerlijk onderhandelingsproces deel te nemen en er een objectieve test is. Er is geen objectieve test wanneer de oceanen gemeenschappelijk bezit zijn en wanneer de kust in handen van de overheid is.

Gerelateerde links:
- Vrijheid en milieu, Frank Karsten
- Issues: Milieu
- De milieubeweging is zelf het grootste gevaar
- Eco-imperialisme: Groene macht, zwarte dood
- Klimaathysterie
- Staatsbedrijven en corporatisme - Marcel Meijer
- Over kapitalisme en 'kapitalisme'
- De Amerikaanse centrale bank en de kredietcrisis - Jim Rogers
- Johnny Cash over de bailout
- Socialisme voor de rijken - Jim Rogers
- De oorzaken van de kredietcrisis - Koen Swinkels en Frank Karsten
- Waarom kapitalisme werkt video
- Globaliseringsspecial

Over de auteur

Lew Rockwell is oprichter en president van het Mises Institute en hoofdredacteur van de website Lewrockwell.com.

Rockwell speelde, samen met bijvoorbeeld Rothbard, een hoofdrol in de 'revival' van de Oostenrijkse School economie, en van de politieke opvattingen van 'the old right'.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl