Femke Halsema valt van haar geloof

Door Redactie

29 mei 2010

Ze wil zwaardere straffen voor geweld tegen homo's terwijl ze er eerder van overtuigd was dat zwaardere straffen niet helpen tegen criminaliteit.

Het Parool meldt:

AMSTERDAM - GroenLinks wil dat geweld tegen minderheidsgroepen harder wordt bestraft. Als er geweld is gebruikt vanwege iemands seksuele geaardheid, etniciteit, religie, handicap of leeftijd, moet de straf met een derde worden verhoogd.

Dat kondigde GroenLinks-lijsttrekker Femke Halsema zaterdag aan tijdens het 'roze lijsttrekkersdebat' van homobelangenorganisatie COC Nederland. De schok die dit soort geweldsdelicten in de samenleving en de rechtsorde veroorzaakt, maakt een strafverzwaring volgens haar rechtvaardig voor gevallen waarin geweld en discriminatie samengaan.

''Nu is er alleen ten aanzien van de gevolgen van geweld een strafverzwaring. Hoe groter het letsel dat wordt aangebracht, hoe zwaarder de straf'', aldus Halsema. Ze benadrukt dat het voor GroenLinks niet vanzelfsprekend is om voor strafverzwaring te pleiten. Maar in dit geval is volgens haar een ''glashelder signaal'' van de strafwetgever nodig. (ANP)
Henry Sturman schreef eerder over Femke Halsema's geloof dat zwaarder straffen niet werkt.
Begin 2002 schreef criminologe Chrisje Brants in het Tijdschrift voor Criminologie een klaagzang over de partijprogramma's van politieke partijen. Volgens Brants hebben politieke partijen vooral oog voor meer en harder strafrechtelijk optreden en worden ze daarbij niet gehinderd door enige criminologische kennis van zaken. Onderzoek zou namelijk bevestigen dat er geen aanwijzingen zijn dat strafrecht helpt. Criminologe en GroenLinks-lijsttrekker Femke Halsema is het roerend met Brants eens. Haar commentaar in het AD (8 april 2002): "Nu ook weer over preventieve werking van hogere straffen. Na een eeuw lang onderzoek is daar nog nooit iets van gebleken."

Klopt het dat criminologisch onderzoek bevestigt dat (harder) straffen niet helpt tegen criminaliteit? Nee. Maar er zijn wel onderzoeken waarbij die conclusie wordt getrokken. Hoewel de theorie dat harder straffen niet helpt, onlogisch is. Het impliceert namelijk dat straffen wel helpt, maar harder straffen niet. Anders zou men wel zeggen dat straffen niet helpt in plaats van dat harder straffen niet helpt. Maar hoe weten criminologen dat het toevallige niveau van straffen op het moment dat ze er een uitspraak over doen, het optimale niveau van straffen is? Waarom zou het huidige niveau van straffen wél nuttig zijn en harder straffen niet? De theorie heeft alleen betekenis als men zou zeggen: harder straffen dan niveau X helpt niet. Daarnaast lijkt het evident dat langere gevangenisstraffen criminaliteit verlagen, alleen al door het feit dat misdadigers moeilijk misdaden kunnen plegen terwijl ze vastzitten, zelfs al zou er geen afschrikeffect zijn.

Hoe zit het dan met die onderzoeken die aan zouden tonen dat (harder) straffen niet helpt? Vaak betreft het recidive-onderzoeken die verkeerd worden geïnterpreteerd. Een fout die bijvoorbeeld veel wordt gemaakt, is dat men twee groepen criminelen met elkaar vergelijkt, waarbij de ene groep zwaarder gestraft wordt dan de andere. Uit sommige onderzoeken blijkt het percentage criminelen dat na de straf opnieuw misdrijven begaat, in beide groepen weinig uiteen te lopen. Waaruit de onderzoekers dan de conclusie trekken dat harder straffen niet helpt. Helaas hebben deze onderzoekers de economische theorie over afschrikking niet goed begrepen. De theorie zegt dat de crimineel beïnvloed wordt door zijn inschatting van de verwachte straf, niet door de straf die hij toevallig zelf in een enkel geval kreeg. De te verwachten straf bij het plegen van een nieuw misdrijf is bij beide groepen hetzelfde, dus is een gelijk recidive-percentage niet in strijd met de theorie.

Bij een ander type onderzoek probeert men een algemene verhoging van strafkans en strafmaat, bijvoorbeeld door een harder politiek beleid op een bepaald moment, te relateren aan de afname van recidive. Soms vindt men zo'n verband, soms niet. In het laatste geval trekt men dan de conclusie dat harder straffen niet helpt tegen criminaliteit. Maar de theorie dat harder straffen werkt, voorspelt helemaal niet dat recidive afneemt bij harder straffen. Er wordt alleen voorspeld dat de totale hoeveelheid criminaliteit afneemt. Harder straffen kan ertoe leiden dat alle criminelen in gelijke mate minder misdrijven plegen. In dat geval neem recidive af. Het kan er ook toe leiden dat de meeste criminelen stoppen met crimineel zijn, of er niet mee beginnen, en dat na verloop van tijd alleen de zwaarste of meest irrationele criminelen overblijven in de gevangenispopulatie, dus juist diegenen die het vaakst misdrijven plegen. Als je dan de recidive meet van criminelen die uit de gevangenis komen, zal die hoger liggen, terwijl de totale hoeveelheid criminaliteit gedaald is.

Een laatste voorbeeld van problematisch onderzoek is onderzoek waarbij men probeert een relatie te leggen tussen criminaliteit en de hoeveelheid mensen die in de gevangenis zit. Als men over een bepaalde periode een toename ziet in het aantal gevangenen en de criminaliteit daalt niet, dan trekt men soms de conclusie dat harder straffen niet helpt. Los van een aantal andere methodologische problemen, is het een verkeerde aanname dat harder straffen gelijk staat aan meer gevangenen. Harder straffen zou er ook toe kunnen leiden dat er juist minder gevangenen zijn. Als gevangenisstraffen bijvoorbeeld twee keer zo lang worden, of de strafkans wordt twee keer zo groot maar door het afschrikeffect neemt het aantal misdrijven met een factor vier af, dan vermindert de gevangenispopulatie met vijftig procent. Omgekeerd kan lichter straffen de gevangenispopulatie doen toenemen.

Criminologische onderzoeken
Is het dus waar dat er na een eeuw lang onderzoek nog nooit iets van een preventieve werking van hogere straffen is gebleken, zoals Halsema roept? Nee. Het getuigt wel van gotspe om zo'n aperte leugen over je eigen vakgebied te verkondigen. Er zijn vele criminologische onderzoeken gedaan waaruit blijkt dat harder straffen leidt tot minder criminaliteit. In het algemeen blijkt uit onderzoek dat het effect van een grotere pak- en veroordelingskans groter is dan het effect van een langere gevangenisstraf. Met andere woorden: een verdubbeling van de strafkans levert meer op dan een verdubbeling van de duur van de gemiddelde gevangenisstraf. In Nederland zijn twee onderzoeken gedaan waarin geconcludeerd werd dat de toename van de criminaliteit sinds de jaren zestig in ieder geval deels verklaard kan worden uit het afnemen van de strafkans en het verminderen van de strafmaat: Criminaliteit, pakkans en politie van het Sociaal Cultureel Planbureau (1985) en De ontwikkeling van de criminaliteit in Nederland, 1950-1990 van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden (1994). Sommige onderzoeken vinden ook een extra afschrikeffect als de straf snel op de misdaad volgt. Al trok rechtsgeleerde Okko Bosker van de Rijksuniversiteit Groningen in een proefschrift uit 1997 de conclusie dat een experiment met snelrecht in Drenthe geen extra afschrikeffect had.

Voor zover onderzoek geen definitief bewijs geeft voor of tegen het effect van harder straffen, zoals sommige criminologen beweren, lijkt het redelijk de bewijslast bij hen te leggen die zeggen dat harder straffen niet werkt. Dat is namelijk een stelling die in strijd is met algemeen aanvaarde economische en psychologische theorieën. Het is lastig om door onderzoek hard aan te tonen dat straffen juist wel of juist niet helpt, omdat het moeilijk is het effect van harder straffen te scheiden van allerlei andere factoren die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de criminaliteit. Een daarmee samenhangend probleem is dat het niet altijd duidelijk is of de hoeveelheid criminaliteit oorzaak of gevolg is van harder straffen. Een oplopende criminaliteit kan tot een politiek klimaat van zwaarder straffen leiden.

Een van de betere onderzoeken op dit gebied is een onderzoek van het Amerikaanse National Center for Policy Analysis, waarin de criminaliteit in Texas werd vergeleken met de criminaliteit in de overige Amerikaanse staten. Tussen 1980 en 1988 nam het door criminelen te verwachten aantal gevangenisdagen per misdrijf in Texas af met 37 procent, terwijl het in de hele VS toenam met 36 procent. In diezelfde periode nam de hoeveelheid misdaad in Texas toe van 3 tot 42 procent boven het nationale gemiddelde.

Toen men in de jaren negentig in Texas veel strenger begon te straffen, kwam haar criminaliteitsniveau weer in de buurt van het nationale gemiddelde te liggen. Het is onwaarschijnlijk dat een significant deel van dit verschil kan worden toegeschreven aan iets anders dan een verschil in straffen, omdat men mag aannemen dat andere sociale factoren waarschijnlijk voor een groot deel gelijk zijn in heel Amerika. Dit werd des te duidelijker toen men hetzelfde verband vond bij een vergelijking tussen Texas en Californië, staten die qua sociale ontwikkelingen veel op elkaar lijken.

Rationele criminelen

Deze relatie tussen straffen en misdaad is natuurlijk een kwestie van boerenverstand. Soms is het beter daarop te vertrouwen dan op onderzoeksconclusies die met elke redelijke intuïtie in strijd zijn. Veel automobilisten zullen gemerkt hebben dat ze zich tegenwoordig beter aan de maximumsnelheid houden in verband met de in de afgelopen jaren toegenomen controles en boetes. Dus lijkt het logisch dat zulke afwegingen ook voor criminelen gelden. Er is wel onderzoek gedaan waaruit blijkt dat criminelen gemiddeld minder vatbaar zijn voor consequenties in de toekomst dan gemiddelde mensen. Maar verminderd vatbaar is iets heel anders dan niet vatbaar. Zelfs een rat kun je trucjes leren door beloning en straffen, dus het zou vreemd zijn als een crimineel, die toch slimmer is dan een rat, niet door zulke dingen beïnvloed zou worden.

Wat zeggen criminelen er zelf van? Criminologen Richard Wright en Scott Decker interviewden 105 actieve inbrekers in de Amerikaanse stad St. Louis. Het bleek dat het merendeel van de criminelen relatief rationeel redeneerde, iets wat wellicht ook wel nodig is voor een succesvolle criminele carrière. Doorgaans bleken zij, naar eigen zeggen, bij het maken van criminele beslissingen inderdaad rekening te houden met de verwachte strafkans en strafmaat. Een voorbeeld van een van de uitspraken: "Na mijn 8 jaar voor roof zei ik tegen mezelf: ik pleeg nooit meer een roofoverval, want ik was opgesloten met heel veel jongens die 25 tot 30 jaar hadden gekregen voor roof en ik denk dat ik het daarom maar bij inbreken heb gehouden, want ik had geleerd dat je voor een misdaad met een wapen heel lang moet zitten."

Morgan Reynolds, directeur van het Criminal Justice Center van het Amerikaanse National Center for Policy Analysis, zei in een getuigenis voor het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden in 2000: "Het antwoord is evident voor de meeste Amerikanen: ja, natuurlijk leidt straffen tot minder misdaad. Straffen converteert, in ieder geval soms, criminele activiteit van lonend naar niet-lonend en mensen passen hun gedrag daarop aan." James Wilson, een van de bekendste Amerikaanse criminologen, werd gevraagd wat de samenleving kan doen om het collectieve morele verval te repareren. Zijn antwoord: "Neem ten eerste afstand van de notie dat gevangenissen niet zouden werken. Dat klopt niet." John Dilulio van de Amerikaanse Princeton University, een bekend expert op het gebied van gevangenissen en straffen: "Er is veel bewijs dat gevangenisstraffen criminaliteit verminderen. De gegevens laten er geen misverstand over bestaan dat de toename in het toepassen van gevangenisstraffen miljoenen ernstige misdaden heeft voorkomen (in de jaren 80)." Eugene Methvin, die van 1983 tot 1986 lid was van de Amerikaanse Presidentiële Commissie over georganiseerde misdaad, deed zeer uitvoerig onderzoek naar criminaliteit en straffen. Zijn conclusie? "Sluit ze op en je werkt ze tegen. Laat ze los en je betaalt een vreselijke prijs." (Bron: First Things, januari 1994.)
Lees verder.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl