We hoeven niet bang te zijn voor import

Door Molinari

20 april 2010

Het echte probleem zit hem in de mogelijkheden tot export.

Bij economische neergang wordt makkelijk geroepen dat importen schadelijk zijn voor de economie en/of maatschappij. Maar de angst voor importen is volledig onterecht. Waar we ons echt zorgen over moeten maken is de export.

Als het gaat over import dan komen er al snel doembeelden om de hoek van leegstaande fabrieken. De concurrentie uit het buitenland wordt zo moordend dat iedereen zijn spullen in het buitenland koopt en hier zit iedereen zonder werk.

We zijn in staat om te importeren omdat we ook exporteren.
Maar hier worden oorzaak en gevolg omgedraaid. We zijn in staat om te importeren omdat we ook exporteren. Uiteindelijk gaat het om ruilhandel. Wij bieden iets aan en krijgen daar weer wat voor terug. We willen natuurlijk het liefst zoveel mogelijk erop vooruit gaan bij deze ruil.

Stel wij verkopen tulpen en voor dat bedrag kunnen we sokken uit China kopen. Als China de prijs van sokken verlaagt dan krijgen we meer sokken voor onze tulpen en gaan wij erop vooruit. Stijgt de olieprijs dan moeten we meer tulpen exporteren om dezelfde hoeveelheid olie te krijgen. Lagere importprijzen betekent dat we meer in kunnen voeren en hogere prijzen dat we minder in kunnen voeren.

Kortom lagere importprijzen verhogen onze welvaart. De dumping waar vaak zo negatief over wordt gedaan is alleen maar goed voor ons. Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Als we naar de Albert Heijn gaan zijn we ook blij als de aardbeien in de aanbieding zijn. Internationale handel is in principe hetzelfde als binnenlandse handel. Het vertroebelt de zaak als je van situaties ten onrechte een unieke situatie maakt.

Hoe zit het dan met de werkloosheid die veroorzaakt wordt door bedrijven die kapot geconcurreerd worden door import? Een Nederlandse bank kiest ervoor om geen Nederlands bedrijf meer in te huren voor het programeerwerk. Hoe moet het nu met de programmeurs die zonder werk komen te zitten? Er kunnen verschillende oorzaken zijn voor deze beweging. Ten eerste is er de mogelijkheid dat door grote tekorten de salarissen van programmeurs omhoog schoten. In dat geval is er geen probleem. Door de verplaatsing van het werk naar het buitenland worden de tekorten minder, maar er ontstaat geen werkloosheid. Het is ook mogelijk dat de mogelijkheden om dergelijke zaken uit te besteden sterk verbeterd zijn. Door nieuwe technieken kan men nu ten volle profiteren van de lage salarissen in India. De arbeid van de Nederlandse programmeurs is nu ineens minder waard. Dan kun je jezelf omscholen of genoegen nemen met een lager salaris. Dat lijkt een achteruitgang, maar de welvaart is wel toegenomen doordat we de IT-diensten nu veel goedkoper inkopen. De programmeurs zullen uiteindelijk weer een baan vinden en zo gaan we steeds stap voor stap vooruit.

De exporterende bedrijven zijn kwetsbaar door de felle concurrentie. Deze bedrijven hebben het nu hard nodig dat de lasten verlicht worden.
In bovenstaande geval was er sprake van concurrentie door inkoop uit het buitenland. Maar wat als een Nederlands exporterend bedrijf te maken krijgt met een sterke buitenlandse concurrent. Laten we er eens van uit gaan dat China veel betere en goedkopere tulpen op de markt brengt. Deze vooruitgang is een verbetering voor de welvaart. Elke technologische vinding helpt ons weer verder. Maar in Nederland staan er ineens mensen op straat omdat de bedrijven hier geen tulpen meer kunnen verkopen.

Onze export vermindert hierdoor. En dat betekent dat we minder goederen in het buitenland kunnen kopen. En dat is een groot probleem. Stel dat we geen sokken meer in China kunnen kopen, dan moeten we ze weer zelf gaan maken. Dat zou een flinke achteruitgang betekenen. Het gevolg van minder export is namelijk dat we minder kunnen importeren.

De exporterende bedrijven zijn kwetsbaar door de felle concurrentie. Deze bedrijven hebben het nu hard nodig dat de lasten verlicht worden. De loonkosten moeten laag blijven en dus moeten de belastingen omlaag. Het zou ook zeker helpen als andere heffingen verlaagd zouden worden. Dit zou moeten gelden voor alle bedrijven en niet alleen de exporterende bedrijven. Het land als geheel moet concurrerend blijven als we het huidige welvaartsniveau willen behouden.

Werk en ondernemersschap zijn de weg uit de crisis. Populaire maatregelen zoals het verhogen van het minimuloon zijn zeer schadelijk. Het hele pakket van lastenverzwaringen moet van tafel. De overheid moet het bedrijfsleven de kans geven ons uit deze crisis te halen. Want de particuliere sector zal het herstel moeten trekken. Een overheid die ons uit de crisis leidt is een illusie.

Over de auteur

Molinari is een alias refererend naar Gustave de Molinari, een Belgische econoom uit de 19de eeuw.

De Molinari was een van de eerste economen die voorstander was van de privatisering van politie- en defensietaken.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl