“Neem nou sociale zekerheid. De jongeren hebben altijd bijgedragen om de ouderen te steunen. Vroeger hielpen de jongeren de ouderen uit plichtsbesef en een gevoel van liefde. Zij dragen nu bij aan de steun van iemands anders ouders vanwege dwang of angst. De vrijwillige steun versterkte de familiebanden; de gedwongen steun verzwakte deze.”
Milton Friedman

De crisis moet nog beginnen - Deel 4

Door Molinari

15 april 2010

De overheid kan de crisis niet meer voorkomen.

Hoe zit het met de middenweg? Is dit dan geen mogenlijkheid? We laten de kredieten niet groeien, of een heel klein beetje zodat we de problemen lang voor ons uit kunnen schuiven in de hoop dat ze verdwijnen.

Hier zijn grote problemen mee gemoeid. Er is grote stuurmanskunst vereist als de overheid dit tot een goed einde wil brengen. Het vraagt een nauwkeurige planning en sturing om de economie van het marktgedrag af te houden. Iets dat uiteindelijk onmogelijk is omdat de economie zich niet laat plannen.

Als we het krediet niet of nauwelijks laten groeien, is een grote sturing van de markteconomie nodig, iets dat uiteindelijk onmogelijk is omdat de economie zich niet laat plannen.
Laten we eens kijken naar de problemen. In dit scenario wordt de rente iets verhoogd zodat de groei van de kredietverlening tot stilstand komt. Daarnaast is het mogelijk dat er speciefieke regels worden afgekondigd om de kredietverlening te beperken. Verder zal de overheid de problemen die ontstaan op moeten lossen zodat een kortsluiting niet leidt tot een grote brand.

De hypotheekschuld mag dus niet meer groeien. Voor de huizenbezitter betekent dit een stagnerende markt. De prijzen kunnen niet stijgen als de hypotheken niet toenemen. De speculatieve vraag gaat uit de markt. Huizen kopen was toch vooral interessant omdat de prijzen maar bleven stijgen. Nu je die winst niet meer hebt is een huis ineens een stuk minder aantrekkelijk. Het aantal transacties zal dalen. Dat zagen we het afgelopen jaar al gebeuren. De huizenmarkt is in dat geval heel kwetsbaar en blijft dat nog jaren lang. Grote kans dat deze problemen overwaaien naar de rest van de economie.

De overheid mag haar schuld ook niet laten groeien. Hogere belastingen zijn uit den boze want dan schiet de fragiele economie in een recessie. De lastenverzwaringen die nu worden voorgesteld moeten van de baan anders zakt de economie in elkaar. De diensten die de overheid levert mogen niet tegen steeds hogere kosten geleverd worden zoals nu het geval is. Dus de bestedingen moeten flink omlaag. De overheid zal efficiënter moeten worden. Dat tegen de trend van afnemende efficiëntie in die we de laatste tijd gezien hebben. Kans van slagen hierop is dus laag.

De overheid mag haar schuld niet doen oplopen waardoor de overheid efficienter zal moeten worden. De kans hierop is laag.
Verder zit de overheid met het probleem dat ze minder makkelijk aan krediet kan komen. De overheid zat dicht bij de stroom nieuwe kredieten en profiteerde daarvan doordat ze een lagere rente betaalde. Die lage rente is er niet meer. De rentelast zal dus oplopen en er blijft dus nog minder geld over. Dat maakt het weer een stuk lastiger om de zaken op koers te houden.

Ook bedrijven kunnen minder makkelijk investeren doordat de rente op zal lopen. Het gaat hier om een kleine stijging die minder failissementen zal veroorzaken dan het vorige scenario. Maar voor bedrijven zal het wel lastiger worden om aan geld te komen voor nieuwe investeringen. En de rendementen zullen dalen door de hogere kosten.

Allemaal zaken die de economie wat afremmen en het gevaar is groot dat zwakke groei weer omslaat in een recessie. Als de overheid de markt niet zijn werk wil laten doen is er heel veel stuurmanskunst nodig. Maar er zijn grotere problemen.

De aanvoer van nieuw geld komt op specifieke plekken de economie binnen. De kredieten worden verleend aan bepaalde sectoren. Deze krijgen dus te maken met een enorme achteruitgang van omzet als de kredietverlening niet meer groeit. Het afgelopen jaar zag je dit al aan de autoindustrie en de bouw van huizen. De particuliere kredieten groeiden niet en omzetten vielen gelijk met wel dertig procent terug. Ondanks de slooppremie die in vele landen werd ingevoerd waren de problemen heel erg groot.

Er zijn nog andere sectoren die het zullen merken. Niet onbelangrijk daarbij zijn de banken. Als de kredietverlening niet groeit dan zal hun winst flink inzakken. Daarbij zullen zij de effecten merken in de getroffen sectoren. De failissementen aldaar zullen hun sporen nalaten bij de banken.

De failissementen in de getroffen sectoren zullen, zoals we de afgelopen jaren hebben gezien, hun sporen nalaten bij de banken.
Ruim voldoende materiaal voor een kortsluiting in de economie en een flinke brand. De hogere rente zet de situatie op scherp. De onevenwichtige verdeling van de effecten zorgt voor grote ellende in bepaalde sectoren. De daaropvolgende faillissementen brengen de banken in problemen. En de banken krijgen ook direct problemen doordat ze minder winst maken als de kredietverlening minder groeit.

Zonder ingrijpen zal er zeker brand uitbreken.

De overheid zal alles op alles zetten om de brand te voorkomen. Daarmee kunnen ze de brand uitstellen, maar deze ingrepen zullen de staatsschuld verhogen. En zo komen we toch weer op het pad van steeds groeiende kredietverlening. En dit is zeker niet te handhaven.

Het afgelopen jaar zagen we dat de particuliere kredieten niet groeiden. En inderdaad precies zoals de Oostenrijkers voorspellen zagen we onder andere de autoindustrie sterk inzakken. Tijd dus om een bypass aan te leggen bij deze zieke patient. Nu moesten dus overheidskredieten doorgesluisd worden naar de autoindustrie. Veel overheden voerden een sloopregeling in. De overheid leent geld en daarmee vernietigt ze dus auto's en de vervanging deze auto's zorgt weer voor omzet voor de autofabrikanten. Sommige overheden zoals Duitsland pompten gewoon direct geld in de autofabrieken. Alle slechte investeringen worden meegezeuld en vertragen de groei.

En wat moet de overheid bij een volgende laagconjunctuur doen? De staatsschuld mag niet verder oplopen. Maar de inkomsten dalen en dus moet er bezuinigd worden. De druk om toch weer meer te gaan lenen zal heel groot zijn.

De staat moet als een socialistische planeconoom de teugels steeds verder in handen nemen om krimp te voorkomen. En daarbij lopen de schulden steeds verder op. Een Japanse situatie zou kunnen ontstaan waarin de zwakte zeer lange tijd voort blijft duren. Steeds maar wachtend tot de boel echt een keer instort.

Een Japanse situatie zou kunnen ontstaan waarin de zwakte zeer lange tijd voort blijft duren. Steeds maar wachtend tot de boel echt een keer instort.
De overheid kan de balletjes niet in de lucht blijven houden. Zeker niet omdat de rest van de wereld niet stil zit. Als de Europese economie wegzakt dan gaat het ook hard. Wij zijn veel rijker omdat we dingen kunnen die anderen niet kunnen. Maar dat is van zeer tijdelijke aard. De concurrenten vliegen ons in rap tempo voorbij.

In Japan hebben ze ook geprobeerd tegen de markt in te vechten. Het resultaat is een stagnerende economie en een oplopende staatschuld. De overheid blijft daar geld lenen om zo te voorkomen dat de noodzakelijke correctie optreedt. Maar er zit een einde aan groeiende kredieten.

En stel nu eens dat de Eurozone het wel redt en de VS zakt in dan gaan we alsnog mee. Of dat Nederland het wel goed doet, maar andere landen in de eurozone voor problemen zorgen. De situatie is dermate kwetsbaar dat al deze problemen makkelijk overwaaien. Het is nagenoeg onmogelijk dat dit gaat lukken.

We hebben dus drie mogelijke scenario's. Ten eerste de mogelijkheid dat de kredietverlening sneller blijft groeien dan het inkomen. Dat is duidelijk onhoudbaar en daar hoeven we niet lang bij stil te staan.

Dan de mogelijkheid dat toe wordt gestaan dat rente oploopt en de kredietverlening krimpt. Dit zal een flinke crisis teweeg brengen. De ernst van de crisis zal toenemen als we langer wachten. Voordeel van dit scenario is dat je daarna met een schone lei kan beginnen.

Dan het scenario dat de overheid de situatie probeert te sussen. Dus pappen en nathouden is het devies. De zwakke economie wordt in stand gehouden en ondertussen blijft de situatie kwetsbaar door de nog steeds torenhoge schuldenlast. Of een crisis treedt alsnog direct op of de overheid kan het ergste tijdelijk afhouden. In dat laatste geval wordt de zwakke situatie aangehouden en blijft de economische groei heel zwak. Over de loop van de jaren zal de welvaart dan langzaam inzakken. En uiteindelijk zal het onvermijdelijke toch gebeuren.

Er is dus maar één conclusie mogelijk, de crisis moet nog beginnen.

Dit was het laatste deel in deze serie. Vorige delen vindt u hier.

Gerelateerde link:

- Het failliet van het interventionisme - Karel Beckman

Over de auteur

Molinari is een alias refererend naar Gustave de Molinari, een Belgische econoom uit de 19de eeuw.

De Molinari was een van de eerste economen die voorstander was van de privatisering van politie- en defensietaken.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl