De crisis moet nog beginnen - Deel 3

Door Molinari

15 april 2010

Slechte investeringen zorgen voor kortsluiting. En die zorgt voor een grote brand.

Wat zal er gebeuren als je de kredietverlening aan de markt overlaat? Om dit toe te lichten nemen we de stap van Ricardo naar de Oostenrijkse conjunctuurcyclus.

Bij de groei van kredietverlening wordt de extra koopkracht niet gelijkmatig over de economie uitgestrooid.
Bij de groei van kredietverlening wordt de extra koopkracht niet gelijkmatig over de economie uitgestrooid. Als de rente lager wordt en er meer kredieten worden verstrekt dan heeft dat gevolgen voor specifieke sectoren. Als er meer krediet wordt verleend dan verwacht je niet dat de verkoop van spruitjes omhoog gaat. Er zijn specifieke sectoren die meer omzet halen. Consumenten zullen bijvoorbeeld meer auto's meubels en huizen kopen als er meer krediet wordt verleend. Er wordt wel eens gezegd dat inflatie een verkapte belasting is. Dat klopt ook en dat geld wordt dus gebruikt als een soort verkapte subsidie voor bepaalde sectoren.

Laat je de rente vrij dan loop je tegen het probleem aan dat de besparingen veel lager zijn dan de kredietverlening. De besparingen moeten omhoog en de kredietverlening omlaag om het evenwicht te herstellen. De vrije markt zal naar dit evenwicht toe bewegen. Daardoor zal de rente omhoog gaan en de kredietverlening zal krimpen.

De eerste contouren van de problemen die een krimp opleveren heb je al kunnen zien. De autoindustrie en de huizenmarkt merkten gelijk de gevolgen toen de groei van de kredieten afzwakte. Bedenk wel dat hier nog geen sprake was van krimpende kredietverlening. Was deze situatie vrij gelaten dan waren de effecten op korte termijn een stuk heftiger geweest.

Laat je de rente vrij dan loop je tegen het probleem aan dat de besparingen veel lager zijn dan de kredietverlening. De markt zal de besparingen doen toenemen en de kredietverlening doen dalen.
Je kan ook naar bedrijfsinvesteringen kijken in plaats van naar de consumptie. Een lagere rente geeft het signaal dat er veel gespaard wordt. In de toekomst zal er dus meer consumptie zijn en nu is de consumptie lager. Het loont dus om te investeren in bijvoorbeeld het uitbreiden van productiecapaciteit. Allerlei langjarige projecten zijn veel voordeliger met een lage rente. Projecten die hoger in de keten van productie liggen worden door een lagere rente rendabeler. Investeringen in kapitaalgoederen worden aantrekkelijker ten opzichte van consumptiegoederen. Je kan denken aan projecten in de mijnbouw of het aanleggen van spoorwegen.

Is de reden voor de lagere rente dat er inderdaad meer gespaard wordt dan is er geen probleem. Er is een mooie afstemming tussen heden en toekomst. Meer sparen vertaalt zich in meer productiecapaciteit in de toekomst. Als mensen in de toekomst hun geld pas uitgeven dan gaan de bedrijven de productie in de toekomst uitbreiden. Een mooie afstemming over de tijd.

Maar het rentesignaal kan ook opgelegd worden van buiten de markt. De besparingen gaan omlaag en de investeringen gaan tegelijkertijd omhoog. Klinkt ideaal, door de lage besparingen heb je veel bestedingen. En daarbij gaan de investeringen ook omhoog en dat is ook een stimulans voor de economie. Maar er wordt een heel verkeerd signaal gegeven. Dat zie je momenteel doordat de investeringen nu stukken hoger worden dan de besparingen.

Door de lage rente worden er andere investeringen gedaan dan normaal. Deze investeringen worden 'malinvestments' genoemd. Ik zal dat hier vertalen met slechte investeringen.

Door de lage rente worden er andere investeringen gedaan dan normaal. Deze investeringen worden 'malinvestments' genoemd.
Deze slechte investeringen worden vaak niet goed begrepen. Men ziet het probleem niet als er meer wordt geïnvesteerd in bijvoorbeeld de productie van auto's. Er wordt nog wel eens onderschat wat de effecten van deze slechte investeringen zijn. Hoe slecht kan het nu werkelijk zijn als bedrijven meer materieel aanschaffen en productiefaciliteiten bouwen?

Het probleem is dat er een verstoring in de tijd optreedt. Stel dat er 10.000 auto's per jaar worden geproduceerd zonder ingrijpen. De overheid kiest bijvoorbeeld voor een impuls van vijf jaar waarin de rente lager wordt gehouden. De besparingen gaan omlaag en de kredietverlening omhoog. De productie gaat omhoog naar bijvoorbeeld 15.000 stuk. Daarna als de rente weer losgelaten wordt zakt de productie weer extra hard in. Dit komt doordat de rente nu doorschiet de andere kant op om het evenwicht tussen sparen en kredietverlening te herstellen. De vraag zakt nu bijvoorbeeld terug naar 5000 waardoor er dus niets gewonnen is aan productie. Maar er is wel een groot probleem. Om in de eerste jaren die hoge productie te kunnen leveren moest er veel productiecapaciteit bij. Er was een tekort aan werknemers en de salarissen liepen op. Burgers hebben geïnvesteerd in opleidingen. Maar na vijf jaar blijken de opleidingen ineens veel minder waard. En een deel van de fabrieken moet worden gesloten. Er is dus teveel geïnvesteerd in bepaalde industrieën. En er wordt dus kapitaal vernietigd. Merk op dat dit allemaal eng overeenstemd met de werkelijkheid en dat deze verklaring toch weinig aandacht krijgt.

Andere kritiek op het argument van de slechte investeringen is dat er niet heel veel van dergelijke investeringen zijn. Het gaat maar om een klein deel van de investeringen en dus is de schade daarom ook niet groot.

Maar je kan de slechte investeringen zien als een kortsluiting die een brand veroorzaakt. De kortsluiting doet weinig schade, maar de brand die het veroorzaakt legt het hele huis in as.

Je kan de slechte investeringen zien als een kortsluiting die een brand veroorzaakt. De kortsluiting doet weinig schade, maar de brand die het veroorzaakt legt het hele huis in as.
Stel dat de centrale bank stopt met monetaire verruiming, dan zal de rente oplopen. Bij een oplopende rente wordt duidelijk dat een aantal investeringen niet meer rendabel zijn. De slechte investeringen worden geliquideert. Maar het gaat in eerste instantie nog om een beperkt aantal verkopen.

De contouren van de problemen hebben we afgelopen jaar gezien. Maar toen werd de rente fors lager gehouden en de banken zijn flink ondersteund. Wat als de centrale bank de rente echt had laten zweven. Dan was de markt geneigd om de besparingen en investeringen weer op elkaar af te stemmen. Dus meer sparen en minder lenen en dus een flink hogere rente. Deze rente zal verder omhoog gaan dan het normale niveau om de situatie weer in evenwicht te krijgen. Een aantal huishoudens kan de rentebetalingen op de hypotheek niet meer opbrengen. Degenen die geld hebben uitgeleend aan deze mensen zullen de waarde van hun bezit zien verdampen.

Consumenten zullen minder producten kopen waarvoor geleend moet worden. De autoindustrie is daar een voorbeeld van. De vraag naar deze producten neemt af. Sommige bedrijven zullen ook bezwijken onder de hogere rentelast. De andere bedrijven die het wel overleven zullen minder investeren door de hoge rente.

Dit is slechts de kortsluiting van het systeem. Vervolgens treden er secundaire effecten op die grotere schade zullen veroorzaken.

Een keten van gebeurtenissen wordt in werking gezet die verstrekkende gevolgen zal hebben.
Een keten van gebeurtenissen is hiermee in werking gezet die verstrekkende gevolgen zal hebben. Denk bijvoorbeeld aan de sub-prime hypotheken. Het ging hier om een kleine markt, die invloed had op wereldschaal. En de sub-prime problemen zijn onbeduidend vergeleken met de problemen van de schuldenlast in de westerse wereld.

Bovenstaande effecten zullen het vertrouwen van kredietverlendende instellingen fors verminderen. Veel leningen worden niet terugbetaald en leiden tot grote verliezen. Het uitgeleende geld is fractioneel opgepompt, maar verliezen gaan direct ten koste van het eigen vermogen. De reserve- en solventieverplichtingen zijn erg soepel. De meeste banken hebben een vermogen van slechts vijf tot tien procent van het balanstotaal. Als slechts enkele procenten van de bezittingen van banken geliquideert worden dan ontstaan er al grote problemen. Als banken vallen dan gaan de problemen echt los. De banken die nog bleven staan krijgen een extra klap doordat hun collega's omvallen. Als het kaartenhuis gaat vallen is het niet meer te houden.

Als een paar procent van de leningen onderuit gaan dan vallen er al een aantal banken om. Daar hebben de andere banken dan weer last van. Doordat een aantal banken onderuit gaat komt daar dus nog een klap overheen die nog meer banken wegvaagt.

Door de primaire en secundaire effecten zal de werkloosheid flink oplopen en een nieuwe aanslag doen op de toch al kwetsbare financiën. In de Nederlandse situatie zien we nu dat het einde van het spaarpotje in zicht komt als er geen premieverhoging komt. Overheden zullen meer moeten lenen om aan de verplichtingen te voldoen. En dat zorgt ervoor dat de rente nog verder oploopt. En een flinke recessie zal het gevolg zijn van deze effecten.

En dan kun je je afvragen, wil je dat dit gebeurt? Het zal u verbazen, maar ik zie het liever zo snel mogelijk gebeuren. Liever nu dan morgen. Na de correctie kunnen we weer gaan bouwen. Uitstellen verergert de situatie. Het nu laten uitrazen kan snel gaan, zeker als een hoop beperkende regelgeving wordt afgeschaft.

Dit was het derde deel uit deze serie. Het tweede deel vindt u hier en het laatste deel hier.

Gerelateerde link:

- Het failliet van het interventionisme - Karel Beckman

Over de auteur

Molinari is een alias refererend naar Gustave de Molinari, een Belgische econoom uit de 19de eeuw.

De Molinari was een van de eerste economen die voorstander was van de privatisering van politie- en defensietaken.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl