Mythe: Hoge lonen veroorzaken werkloosheid

Door Marcel Meijer

21 maart 2010

Waarom het een goede zaak is dat goedkope banen naar het buitenland verdwijnen.

Waar blijft het gewone handwerk? Het standaarantwoord is dat dit allemaal verdwenen is naar het buitenland. En deze banen zijn inderdaad naar het buitenland verdwenen. En ze zijn verdwenen omdat Nederland te duur is. Tot zover is iedereen het eens. Maar wat is de oorzaak dat we te duur zijn? We nemen dit antwoord misschien aan, maar laten we eens een paar stappen terug redeneren.

Ga eens uit van een volledige vrije markt. Stel nu dat er duizend openstaande vacatures zijn voor programmeurs en dus ook geen werkloosheid. De lonen van programmeurs zullen stijgen. Nu kan het zo zijn dat mensen zich, ondanks dat, toch niet aanbieden als programmeur. Mensen zijn bijvoorbeeld niet bereid om zich om te scholen. Dan zullen deze taken naar het buitenland verdwijnen. De duizend vacatures zijn verdwenen, maar de werkloosheid is nog steeds nul. Er is dus geen werkloosheid ontstaan.

Hoe kon het dat mensen zich niet aan boden als programmeur terwijl er genoeg werk was en de lonen stegen? Als het elders op de arbeidsmarkt slecht was dan waren er wel mensen geweest die zich hadden omgeschoold. Ook op scholen hadden meer studenten gekozen voor deze richting. Dit kan dus alleen maar gebeuren als het op de rest van de arbeidsmarkt ook krap is. Er is weinig werkloosheid en mensen kunnen elders ook makkelijk een baan krijgen. Outsourcing is dan een teken dat het juist goed met de economie.

Waarom accepteert iedereen zomaar dat banen verdwijnen omdat Nederlanders te duur zouden zijn?
En hoe zit dat dan met werk dat niet meer rendabel is in Nederland? Bijvoorbeeld het maken van kleding. De medewerkers die kleding maken kunnen elders banen krijgen met een hoger salaris. De enige manier om nog mensen aan te trekken is de lonen verhogen. Ook in deze situatie zie je dat het wegtrekken van fabrieken niet tot een dalende werkgelegebheid leidt.

Dit principe zie ook goed terug bij opkomende economieën. Eerst trekken fabrieken naar een lagelonenland. De mensen trekken van het platteland naar de fabrieken. Langzaamaan verandert de situatie op het platteland. De mensen die graag weg wilden zijn al weggetrokken. De vraag naar voedsel uit de stad neemt toe doordat de steden groter worden. Daardoor verbetert de situatie op het platteland. De stroom van mensen naar de stad zal daarom minder worden. De schaarste van arbeid in de stad wordt dus ook groter en de lonen zullen daar stijgen. De fabrieken die kwamen voor de lage lonen zullen nu misschien op zoek gaan naar investeringsmogelijkheden in landen waar de lonen nog weer lager zijn. Maar ondertussen is de situatie in het eerste land flink verbeterd.

Daarom vraag ik mij af waarom iedereen accepteert dat banen verdwijnen omdat Nederlanders te duur zijn. En dat dit dan zou moeten leiden tot werkloosheid. Waarom wordt zonder meer geacccepteerd dat bedrijven wegtrekken omdat lonen te hoog zijn. Vraagt niemand zich af waarom we de lonen dan niet verlagen?

En dit hoewel de werkloosheid redelijk laag is in Nederland. Voor lager opgeleiden is de werkloosheid nog steeds erg hoog. En dit is niet nodig. Kijk bijvoorbeeld naar Thailand of Azerbaijan waar de werkloosheid slechts twee procent is. Daar is toch echt geen hoog opgeleide bevolking. Een lagere opleiding leidt tot een lager salaris en niet tot werkloosheid.

Als een fabriek op het punt staat weg te trekken omdat de lonen te hoog zijn, waarom dan de mensen niet aanbieden om te blijven als de medewerkers een loonsverlaging accepteren. Deze mensen verliezen hun baan als er niets verandert en een lager salaris is normaal gesproken toch altijd beter dan helemaal geen salaris. Deze mensen zouden in principe bereid moeten zijn tot een loonsverlaging tenzij zij elders een betere baan kunnen vinden. Dus als de arbeidsmarkt voor lager opgeleiden krap is verwacht je dat bedrijven vertrekken naar het buitenland. De lager opgeleiden zullen doordat ze makkelijk aan het werk kunnen komen hogere salariseisen hebben. Het vertrek van bedrijven is dan dus een teken zijn van economische vooruitgang. De bedrijven concureren om de arbeiders. De bedrijven die zich de hoge salarissen niet kunnen veroorloven zullen dan moeten vertrekken. Dit is een proces dat je veel ziet in landen die zich ontwikkelen. Eerst komt er heel eenvoudig werk. Langzaamaan neemt de werkgelegenheid toe. De bedrijven krijgen moeite om mensen te vinden en de lonen stijgen. Maar de open economie en de vrije markt veroorzaken geen werkloosheid.

Maar wat gebeurt er dan in Nederland? Er is een hoge werkloosheid onder lager opgeleiden. Maar toch zijn deze mensen kennelijk te duur. Bedrijven trekken weg vanwege te dure mensen terwijl er nog genoeg mensen zijn. Als er aanbod is zou de prijs niet te hoog moeten zijn. Helaas zijn er zaken buiten de markt om die de prijs van arbeid verhogen.

Voor de hand ligt natuurlijk het minumloon. Ik heb al eerder een artikel gewijd aan het minimumloon. Daarin gaf ik al aan dat het minimumloon de werkloosheid verhoogt. Door de globalisering worden de nadelen van het minimumloon nog versterkt. Er is wel de mogelijkheid om een minimimloon op te leggen, maar werkgevers kunnen niet worden verplicht om mensen aan te nemen. Je kan bedrijven niet dwingen om te blijven. Dat maakt het minimumloon ineffectief.

De bijstandsuitkering versterkt het effect van het minimumloon. De vooruitgang is klein als je vanuit de bijstand naar het minimumloon gaat. Voor sommigen is deze vooruitgang te klein. Daarom moet een werkgever nog meer bieden om een werknemer te kunnen krijgen. De loonkosten zullen hierdoor stijgen.

Helaas zijn er zaken buiten de markt om die de prijs van arbeid op een onnatuurlijke manier verhogen waardoor werkloosheid wordt veroorzaakt.
Daarnaast zijn er andere juridische beschermingen die de uittocht van bedrijven kunnen bevorderen. Een verlaging van de lonen kan een bedrijf overhalen om toch in Nederland te blijven. Dat is voor de werknemers beter dan helemaal geen baan. Maar als een baas het loon wil verlagen moet hij heel wat procedures doorlopen want in principe is dit niet toegestaan. En het alternatief voor de werknemer is dat hij ontslagen wordt en 70 procent van zijn loon krijgt. Een te grote loonsverlaging is dus voor hem niet acceptabel. De WW-uitkering zorgt ervoor dat medewerkers niet een loonsverlaging zullen accepteren om hun baan te behouden. Als ze ontslagen worden krijgen ze immers ook een redelijk inkomen.

Al deze maatregelen maken werknemers te duur. Medewerkers kunnen op de vrije markt alleen te duur worden als de werkloosheid heel laag is. Door de overheidsmaatregelen kunnen de arbeidskosten ook stijgen als er al sprake is van werkloosheid. Het effect is in beide gevallen dat de werkloosheid oploopt. Maar de uitgangssituatie is in beide gevallen anders. In de eerste situatie is ontspanning op de markt welkom. In de tweede situatie wordt de bestaande werkloosheid versterkt.

En dat raakt vooral de lager opgeleiden. Dat is omdat te duur relatief is ten opzichte van je productiviteit. De productiviteit van een medewerkers is de waarde die de medewerker toevoegt voor het bedrijf. Dat ligt voor lager opgeleiden lager. Een hoger loon kan het bedrijf dan doen besluiten om de medwerker te onstslaan. Of een aantal medewerkers van een bedrijf of een hele afdeling zijn te duur. Dit tast de winstgevenheid aan. Het bedrijf zoekt dan naar alternatieven.

Die alternatieven zijn bijvoorbeeld de productie per werknemer verhogen of de kosten per werknemer verlagen. Als de loonkosten elders lager zijn dan is het dus goed mogelijk dat een bedrijf vertrekt.

Door zogenaamde bescherming wordt een grote groep mensen benadeeld. Door juist een minder groot vangnet worden twee dingen bereikt. Ten eerste zij de medewerkers bereid om voor minder te werken. Hierdoor kan de werkgelegenheid in Nederland behouden kunnen blijven. Ten tweede komt er geld vrij waarmee de belasting voor de lagere inkomens verlaagd kan worden. De mensen hoeven er daardoor niet eens op achteruit te gaan als zij een lager loon krijgen.

De bovengenoemde effecten beperken zich niet tot lager opgeleiden. Daar waren de effecten alleen het eerst te merken. Maar dit effect is zich naar boven aan het werken. Het is voor bedrijven steeds makkelijker om geschoolde arbeid te verplaatsen. Bedrijven worden hier steeds beter in. Een medewerker die enig basisniveau heeft is vaak in enige weken of maanden om te scholen tot een medewerker met een relatief hoge productiviteit. Deze medewerkers zullen steeds meer gaan concureren met de middelbaar opgeleiden in Nederland. En daar zal deze opmars niet stoppen. De markt blijft wegen zoeken om de regels heen. De regels worden daardoor steeds minder effectief.

Beschermende maatregelen schaden vaak juist de mensen die ze moeten beschermen. Toch is de roep om deze maatregelen erg sterk. Het is niet eenvoudig in te zien dat deze maatregelen ten koste gaan van de zekerheid. Verder zijn er mensen die er wel belang bij kunnen hebben dat deze regels blijven. De vakbonden vertegenwoordigen vooral de mensen die al een vast contract hebben. Deze mensen hebben geen last van de nadelen als de lonen worden verhoogd. Het zijn juist de werklozen en diegenen met een tijdelijk contract die er last van hebben. De relatief hoge lonen schaden de werkgelegenheid waardoor zij lastig aan het werk komen. Een stapje terug door de overheid is hier een verbetering. Minder bescherming leidt juist tot een verbetering van de positie van degenen die 'beschermd' worden door de huidige regels.

Marcel Meijer

Over de auteur

Molinari is een alias refererend naar Gustave de Molinari, een Belgische econoom uit de 19de eeuw.

De Molinari was een van de eerste economen die voorstander was van de privatisering van politie- en defensietaken.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl