Leve de rijken!

Door Molinari

20 maart 2010

De rijken kunnen in een vrijemarkteconomie niet anders dan de armen helpen.

We kennen het credo de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Daarom wordt er belasting geheven en dat geld wordt doorgegeven aan degenen die dat nodig hebben. Het is goed om eens te bezien hoe de lager betaalden het ervan afbrengen zonder verplichte overdrachten. En dan blijkt dat ook zonder overdrachten het geld bij de lager betaalden terecht komt. De rijken kunnen niet anders dan de armen te helpen. Althans dat is zo een vrijemarkteconomie.

Bij overdrachten wordt geld door belasting opgehaald en vervolgens aan anderen gegeven in de vorm van een uitkering. In onderstaand betoog ga ik uit van de uitkeringen voor mensen die wel in staat zijn om te werken, maar dat nu niet doen. Deze uitkeringen komen te vervallen en daarvoor in de plaats komt een belastingverlaging. Vervolgens zal blijken dat als de rijken een belastingverlaging krijgen dat de armen ook profiteren.

Als je betaalt om niet te produceren dan gaat de productie en daarmee de welvaart omlaag.
Mensen kunnen hun inkomen op een aantal manieren besteden. Als ze ervoor kiezen om hun geld uit te geven aan liefdadigheid dan komt het geld zeker terecht bij de lager betaalden. Het grote verschil is hier dat de overdrachten nu vrijwillig zijn. Liefdadigheid is niet waar we ons op zullen richten. Verder kan geld geconsumeerrd of gespaard worden. Hierbij is het niet direct voor de hand liggend dat dit geld ten goede komt aan de lager opgeleiden.

Laten we eerst kijken naar consumptie. Als er geen belasting wordt geheven dan kan het geld uitgegeven worden aan luxe. Er kunnen villa's, auto's en dure horloges worden aangeschaft. Verder gaan de rijken natuurlijk op verre reizen en meer van dergelijke opzichtige consumptie. De eerste reactie is dat dit zonde is want van dit geld hadden we de armen kunnen helpen. Maar dan wordt vergeten dat deze goederen en diensten geproduceerd moeten worden.

Er is dus werk te verzetten om al die rijken te voorzien in hun behoeften. Er moeten villa's gebouwd worden. Die villa's worden schoongemaakt en er zijn natuurlijk tuiniers nodig. Auto's moeten ook worden geproduceerd en worden verkocht. Hier is veel arbeid voor nodig en al deze arbeiders krijgen hiervoor inkomen. Met dit inkomen kunnen zij in hun onderhoud voorzien en hebben zij geen uitkering meer nodig.

Het lijkt te mooi om waar te zijn. De rijken kunnen hun geld gewoon uit blijven geven en de armsten hebben toch nog een inkomen. Kun je echt alles tegelijk hebben? Dat kan inderdaad en dat komt doordat er iets verandert is in de reële economie. De persoon die eerst een uitkering kreeg is nu aan het werk om goederen te leveren zodat aan de vraag van de rijkeren kan worden voldaan. In een situatie met overdrachten worden mensen betaald om niet te produceren. Hierdoor mis je de productie van deze mensen in de economie. Daardoor wordt de welvaart lager. Als je betaalt om niet te produceren dan gaat de productie omlaag.

Het overdragen van geld naar mensen die meer consumeren zorgt ervoor dat er minder gespaard en dus geinvesteerd wordt.
De mensen kunnen het geld ook sparen en dan wordt het uiteraard niet geconsumeerd. Zou dit dan niet leiden tot een lagere vraag? Er wordt gezegd dat door de overdrachten het geld naar mensen gaat die relatief meer consumeren en dit zou dan goed zijn voor de economie. Er wordt nog steeds gedacht dat consumeren beter is dan sparen.

Het is inderdaad reëel om aan te nemen dat iemand met een hoog inkomen meer zal sparen dan iemand met een lager inkomen. Maar dit is niet slecht voor de economie. Men is bang dat door de lagere consumptie de vraag daalt en dat de productie en de werkgelegenheid zullen volgen.

Maar spaargeld zal niet zomaar de vraag verlagen. Als er meer wordt gespaard dan gaat de rente omlaag. Bedrijven kunnen hierdoor makkelijker lenen en daarmee investeren. De investeringen verhogen de vraag weer. Het spaargeld wordt gebruikt voor investeringen en op deze manier gaat sparen dus niet ten koste van de werkgelegenheid. Dan wordt er tegengeworpen dat bedrijven niet altijd willen investeren omdat er geen vertrouwen is. Dat betekent dat bedrijven ook minder willen lenen en dat verlaagt de rente nog eens extra. Als mensen meer gaan sparen en bedrijven tegelijkertijd minder gaan lenen dan daalt de rente daardoor zeer sterk. De rentestand zal het evenwicht tussen sparen en lenen op deze manier herstellen. Het spaargeld zal dus uiteindelijk wel uitgegeven worden. Het geld wordt uiteindelijk uitgeleend en geïnvesteerd. En dan is er dus ook werkgelegenheid.

Het overdragen van geld naar mensen die meer consumeren zorgt ervoor dat er minder gespaard wordt. Minder sparen leidt ook tot minder investeringen. Daardoor zal de kaiptaalgoederenvoorraad minder snel groeien of zelfs dalen. En daardoor wordt de welvaart op de lange termijn lager. Door de overdrachten daalt de welvaart zowel op de korte termijn als op de lange termijn.

In een vrije markt komt het geld van de rijken ook bij de armen terech, maar wordt het arbeidspotentieel van de uitkeringsgerechtigden ook ingeschakeld.
Zonder overdrachtsinkomens en belastingen komt het geld ook terecht bij de lager betaalden. Het is dubbele winst doordat nu het arbeidspotentieel van de uitkeringsgerechtigden ook wordt ingeschakeld. De rijken stimuleren dus vanzelf de minder bedeelden. Ook als ze het geld allemaal voor zichzelf houden. En beide partijen kunnen hierop voorruit gaan. Als de rijke zijn geld betaalt voor een bepaald goed dan moet er gewerkt worden om dit goed te leveren. Voor de werkloze betekent dit dat hij een baan heeft en een salaris. Door te betalen voor niets doen beloon je werkloosheid. Hierdoor daalt de productie en de welvaart.

Niet alleen is door de belastingen en overdrachtsinkomens iedereen slechter af. Men gaat ook geloven dat zonder belastingen er geen geld is voor de mensen die nu bijvoorbeeld in de bijstand zitten. Men is er aan gewend dat de overheid dit doet. Als de overheid het niet doet dan doet niemand het denkt men. Maar dan wordt vergeten wat er gebeurt als de overheid echt een stap terug doet. Als je geen belasting heft dan wordt dit geld ergens anders aan uitgegeven.

Dan blijft er altijd een groep mensen die echt even zonder baan zitten. Deze mensen zijn gebaat bij een omgeving waarbij ze zoveel mogelijk kansen hebben op een baan. Verder is er nog hulp uit je omgeving, liefdadigheid en niet te vergeten spaargeld. Zou niet iedereen een spaarpotje moeten hebben voor onverwachte gebeurtenissen? Sparen is in de huidige maatschappij niet meer nodig door alle vangnetten. Met lagere belastingen zou je meer geld hebben om apart te zetten en daar kun je op terug vallen als het minder gaat.

Hoe zit het mensen die niet kunnen werken? Daar gaat dit verhaal niet voor op en vraagt een daarom een andere aanpak. Bovenstaande geldt voor mensen die in staat zijn om te werken en toch een uitkering krijgen. Het resultaat zal zijn dan iedereen die kan werken ook zal werken. Geld rolt door de economie en er is geen overheid voor nodig om het geld aan het rollen te krijgen.

Marcel Meijer

Gerelateerde links:
- Globaliseringsspecial
- De onzichtbare hand is een zachte hand - Sharon Harris
- Maar... wat gebeurt er dan met de armen? - Mary Ruwart

Over de auteur

Molinari is een alias refererend naar Gustave de Molinari, een Belgische econoom uit de 19de eeuw.

De Molinari was een van de eerste economen die voorstander was van de privatisering van politie- en defensietaken.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl