“In a state where corruption abounds, laws must be very numerous.”
Tacitus

Mythe: Meer onderdrukking versterkt de positie van de elite

Door Molinari

20 maart 2010

Een heersende elite kan door onderdrukking op korte termijn voordeel behalen. Op langere termijn zal de elite om haar eigen welvaart te vergroten de vrijheid van de bevolking moeten vergroten. Doet ze dat niet dan wordt de positie van de heerser onhoudbaar.

In de voormalige DDR stond de Berlijnse muur. Een symbool voor een moderne variant van slavernij. Uiteindelijk werkte dit systeem niet en eiste de bevolking haar vrijheid terug. In China daarentegen heeft de heersende elite een ander pad gekozen. Daar is de vrijheid langzaam aan steeds groter geworden. Door de toename van de vrijheid nam de productie toe en daarmee ook de welvaart van de elite. En door de toename van de vrijheid wordt de onrust onder de bevolking ook minder. China zal steeds een beetje meer geven om zo de bevolking tevreden te houden en ook de productie te vergroten. Op lange termijn zal het bestuur tenderen naar grotere vrijheid. Sommige staten zullen dit inzien en de vrijheid gradueel verhogen. Andere staten worden geleid door de misvatting dat meer onderdrukking hun positie zal versterken. Deze staten zullen uiteindelijk vallen.

Onderdrukking van de bevolking heeft drie nadelen opstand, emigratie en lagere productie.
Onderdrukking van de bevolking heeft drie nadelen opstand, emigratie en lagere productie. Het ontstaan van opstanden vraagt heel veel offers van de bevolking. Een burgermilitie die de gevestigde beveiligingsdiensten aanvalt zal veel slachtoffers hebben onder de eigen troepen. De drempel om over te gaan tot een burgeroorlog is daardoor erg hoog. Verder is er het risico van agressie tegen de leiders en hun volgers. Enkelen onder de bevolking zullen wel de moed hebben om in opstand te komen. Als deze groep te klein is om de regering omver te werpen dan kunnen ze nog wel aanslagen plegen. Onderdrukking brengt dus hoge beveiligingskosten met zich mee. Deze kosten zijn groot omdat de agressie zich kan richten tegen elke ambtenaar. En een aanslag tegen een ambtenaar laat de zwakte van de overheid zien. En dat maakt het risico op een grotere opstand groter. In de DDR werd heel veel energie gestoken in het controleren van de bevolking. De visuele aanwezigheid van veiligheidsdiensten en de meer geheime operaties samen jaagden de bevolking enorme schrik aan.

Ten tweede maakt onderdrukking de opbrengst van productie lager. Ondernemerschap en onderdrukking gaan niet samen. Goede ideeën die een ondernemer in het westen heeft zorgen ervoor dat hij winst kan maken. Als je de samenleving een dienst bewijst door de bijvoorbeeld de eerste internettelefoon op de markt te brengen dan kun je flink winst maken. Iedereen profiteert van deze innovaties. Onderdrukking smoort deze innovaties. Angst en creativiteit gaan slecht samen. Door angst doen medewerkers wat er van hen verwacht wordt en niet meer. Bedrijven in het westen hebben juist voordeel bij medewerkers die anders durven te zijn. Die met ideeën durven te komen. Door onderdrukking vertraagd de voorruitgang. De meer vrije samenleving zal sneller groeien. De onderdrukte bevolking kan hierdoor in opstand komen of wegtrekken. De verschillen met meer vrije landen maakt dat de spanning onder de bevolking steeds verder oploopt.

Het laatste probleem is de uittocht van mensen die kiezen voor een beter bestaan in het buitenland. Emigratie is een probleem doordat elke staat productie nodig heeft om haar bestaan te kunnen financieren. Alle kosten van de staat zoals leger en politie, die in dit geval ook gebruikt worden om de elite te beschermen tegen haar burgers, moeten betaald worden door de burgers zelf. De productie van de burgers wordt gebruikt om diezelfde burgers te onderdrukken.

Er is de elite en daaronder een kostbaar ambtenarenapparaat om die elite te beschermen
Er is de elite en daaronder een kostbaar ambtenaren apparaat om die elite te beschermen. Als het aantal burgers daalt dan is er minder productie. Deze daling van de productie is sterker dan je zou verwachten. Daarvoor zijn een aantal oorzaken voor, namelijk vlucht van de meest productieven, minder arbeidsdeling en de overhead van het ambtenarenapparaat.

Een eerste oorzaak is dus dat degenen met de meeste productiemogelijkheden het eerst wegtrekken. Dat zijn vooral de hoger opgeleiden. De meest productieven hebben het meeste baat bij emigratie. In het westen kunnen zij hun situatie enorm verbeteren. Terwijl voor bijvoorbeeld voor een schoonmaker de materiële voorruitgang beperkter is. Voor hem geldt wel dat de toename in persoonlijke vrijheid alsnog een belangrijke drijfveer kan zijn om te vertrekken. Als de hoger opgeleiden wegtrekken wordt de innovatie nog verder beperkt. Deze mensen dwingen om te blijven motiveert deze mensen ook niet. De productie van hoger opgeleiden blijft daardoor sterk achter ten opzichte van vrijere landen.

Een ander aspect van emigratie is dat de mogelijkheden tot arbeidsdeling beperkt worden. Hoe groter de bevolking hoe groter de mogelijkheden tot specialisatie. Je kent dat wel als je de afwas alleen of met zijn tweeën doet. Met zijn tweeën kun je de taken verdelen en door de gezelligheid neemt de motivatie ook nog eens toe. Je kan daardoor per persoon meer produceren. Minder mensen betekent ook minder mogelijkheden tot specialisatie. Hierdoor kun je per persoon ook minder besteden. Door globalisering bijvoorbeeld zie je dat er juist meer mogelijkheden zijn om te specialiseren. Nederlanders doen alleen de dingen waar zij goed in zijn. Terwijl anderen zich weer specialiseren in de zaken waar zij goed in zijn. In Nederland worden bijvoorbeeld medicijnen gemaakt en dat is werk waarvoor zeer hoog opgeleide mensen nodig zijn. Deze medicijnen verkopen wij en van de opbrengst kopen wij dan bijvoorbeeld kleding. In Nederland is nauwelijks nog productie van kleding omdat anderen dat beter kunnen. Door deze taakverdeling neemt de productie en de welvaart toe.

De mogelijkheden tot emigratie beperken de macht van de leiders.
Een laatste aspect is dat het productieve deel van de bevolking wegtrekt terwijl parasiterende deel achterblijft. Stel dat de helft van 100 mensen echt productief is. Als tien van de vijftig productieven wegtrekken dan daalt de productie met twintig procent terwijl de bevolking maar met tien procent daalt. De staat is overhead boven op de maatschappij. Deze overhead groeit relatief door emigratie. Door emigratie zou de staat in moeten krimpen om de situatie in stand te houden. En de onderdrukker zal willen groeien en niet willen krimpen.

De mogelijkheden tot emigratie beperken dus de macht van de leiders. Dit zie je door de geschiedenis heen. In de feodale tijd was het land verdeeld onder de mensen van adel. Een bepaalde landheer heerste over een klein deel van het land. De boeren in deze gemeenschap waren het voornaamste deel van de productieve klasse. Zij bewerkten het land en zorgden voor voedsel en kleding. Nu denk je dat de landheer de boer makkelijk kan onderdrukken. Maar andere concurrerende landheren zagen graag extra mensen komen. Meer mensen betekende meer productie. En de landheer kon daar ook van profiteren. Maakt de landheer het te gortig dan proberen de boeren te vluchten naar landheren die de bevolking beter behandelen. In het Ierland van voor 1200 zie je hier een goed voorbeeld van. De landheren hier hadden een volledig vrijwillige verhouding ten aanzien van hun onderdanen. Er werd bijvoorbeeld geen belasting betaald. De mate waarin de feodale heersers de bevolking konden onderdrukken hing sterk af van de situatie in de nabij gelegen gebieden. Was een regio bevolkt met landheren die sterk onderdrukten dan had emigratie uiteraard weinig nut.

Bij slavernij zie je de kosten van onderdrukking heel duidelijk. De eigenaar van de slaven moet continu mensen in dienst hebben om te voorkomen dat de slaven vluchten. En hij zal zichzelf ook goed moeten beschermen tegen de slaven en voorkomen dat er opstanden komen. Daarbij zal hij de slaven dus ook een redelijk bestaan moeten geven. Als de slaven te weinig te eten krijgen dan wordt het risico van opstanden en vluchten steeds groter.

De boeren die met vrije medwerkers werkten merkten dat zij veel geld bespaarden. De vrije medewerkers waren gemotiveerder en daardoor productiever. Deze boeren maakten dus ook nog eens meer winst. Het afschaffen van slavernij werd dus voordelig voor de grootgrondbezitters. Slavernij kan daardoor niet blijven bestaan. Eigenaren van slaven konden of de vrijheden van de slaven vergroten of zij werden weggeconcurreerd door vrije boeren of de slaven kwamen in opstand. Naar mate er meer slaven bevrijd worden neemt het risico op opstanden steeds verder toe. Vrijheid is een zelfverterkend proces.

De communistische regimes moesten veel investeren in de controle over de bevolking. Propaganda speelde daarbij een belangrijke rol. Als de mensen dachten dat ze een goede leider hadden dan zouden ze niet of minder emigreren. En de productiviteit van mensen die weten dat ze onderdrukt worden zal ook veel minder zijn. Propaganda was dus een middel om de productie te verhogen en de kosten van beveiliging te verlagen. De effectiviteit van de propaganda speelt een sleutelrol in de de duurzaamheid van de onvrijheid.

De Berlijnse muur is natuurlijk het symbool van de onderdrukking binnen het communisme. Aan de armoede in de DDR kun je zien dat de bevolking het veel slechter had onder het communistische regime dan het westerse deel van Europa. Uiteindelijk konden de leiders de verschillen niet meer verbloemen en neemt de spanning onder de bevolking toe. Zolang de massa gelooft dat ze vrij zijn laat ze zich onderdrukken. De heerser zal zichzelf altijd als weldoener voor de bevolking voordoen.

De kracht van vrijheid kan moeilijk onderdrukt worden.
Hoe kan het dat onvrijheid voortduurt terwijl het duidelijk onvoordelig is. Ten eerste zal de elite de verworven rechten niet zomaar af willen staan. Het is natuurlijk maar de vraag of zij na de revolutie weer tot de elite behoren. Al is de nieuwe elite beter af dan de oude elite de oude garde wil de macht niet graag afstaan. Vaak ziet de oude garde niet dat het geven van meer vrijheden de enige manier is om de levensduur van het bewind te rekken. Ze vervallen dan tot meer onderdrukking.

De kracht van vrijheid kan moeilijk onderdrukt worden. Als er landen zijn die duidelijk vrijer zijn dan is er een sterke drang tot emigratie. Dit verzwakt de staat enorm. Een heel hele bevolking opsluiten is een te kostbare operatie. Het verschil tussen de Oost- en West-Duitsland was erg groot. De Oost-Duitsers hadden daardoor een goed alternatief voor hun thuisland. Als West-Duitsland armer en minder vrij was geweest dan zou de emigratie nooit zo groot zijn geweest. De rijkste landen trekken de meeste immigranten. Een deel van de propaganda bestond daarom ook uit het zwart maken van de vrijere landen.

Er is een uitweg voor de onderdrukker. Als de onderdrukker een andere inkomstenbron kan vinden dan heeft hij de bevolking niet nodig. Als er bijvoorbeeld veel olie aanwezig is in een land dan is de staat minder afhankelijk van belasting. De bevolking is hier dan niet de melkkoe maar de oliebron. In dergelijke landen kunnen de leiders langer een dictatoriaal regime handhaven. In landen waar de overheid haar inkomsten verwerft door belastingheffing is medewerking van de bevolking essentieel. Dergelijke staten zullen veel meer rekening moeten houden met de wensen van de bevolking.

Onderdrukking is uiteindelijk schadelijk voor iedereen van bevolking tot elite.
Onderdrukking is uiteindelijk schadelijk voor iedereen van bevolking tot elite. Onderdrukking kan alleen voortduren als de bevolking min of meer tevreden blijft. En daarvoor is enige vrijheid en welvaart nodig. En omdat mensen nooit tevreden zijn zal die vrijheid en welvaart moeten blijven groeien. De Chinezen accepteren de Chinese staat omdat ze richting de vrijheid en welvaart van het westen bewegen. Het Oostblok deed ook dergelijke pogingen de laatste jaren voor de val van de muur. Maar deze beweging was te traag en teveel gebaseerd op financieringstekorten. De schulden liepen te snel op omdat de overheden de bevolking tevreden wilde houden. Toen de kredietverschaffers de geldkraan dichtdraaide was het bewind ten einde.

Vrijheid is sterk en de bevolking zal uiteindelijk steeds meer vrijheid afdwingen. De meest vrije en welvarende landen dienen daarbij als een voorlopig voorbeeld. Maar ook daar zullen de overheden zich verder ontwikkelen. Als de ontwikkeling in vrijheid en welvaart achterblijft bij de andere landen zal de bevolking gaan morren. De staten zullen het meest vrije en welvarende land daardoor volgen. Een ontwikkeling die voorlopig nog niet ten einde is.

Marcel Meijer

Gerelateerde links:
- Vrijheid en Kleine Staten
- Natural Elites, Intellectuals and the State - Hans-Hermann Hoppe
- The Role of Ideas - Ludwig von Mises
- How the State Preserves itself - Murray Rothbard

Over de auteur

Molinari is een alias refererend naar Gustave de Molinari, een Belgische econoom uit de 19de eeuw.

De Molinari was een van de eerste economen die voorstander was van de privatisering van politie- en defensietaken.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl