Klimaatwetenschap is te veel met de politiek vervlochten

Door Simon Rozendaal

10 februari 2010

Er is alle reden om klimaatexperts kritisch te volgen. Het is een jonge discipline, met ingewikkelde materie. En er gaat absurd veel geld in om.

Er moet beter geluisterd worden naar critici van het klimaatbeleid, schreef Jan Boersema, hoogleraar milieukunde aan de VU, afgelopen zaterdag in Trouw en noemde mij en Leon de Winter als voorbeelden van ’serieuze critici’.

Misschien is het in wellicht de meest linkse en misschien ook de meest groene krant van Nederland nuttig om uit te leggen waarom iemand die ooit als eerste lichting colleges milieuchemie volgde en zelfs een blauwe maandag groen was (lid van Milieudefensie en Natuurmonumenten) al sinds 1988 kritische kanttekeningen plaatst bij de klimaatwetenschap en het klimaatbeleid.

In de loop van de jaren tachtig ontdekte ik, als chemicus enigszins vertrouwd met concentraties, dat lucht- en watervervuiling in Nederland spectaculair afnamen. Ik dacht dat milieuwetenschappers en de milieubeweging kuitenflikkers zouden maken.

Maar nee, ze bleven even zuur en gaven geen bekendheid aan dit heuglijke nieuws. Zelfs brave instituties als het RIVM juichten in hun rapporten nooit: hoera, we zitten nu op tien procent van de vervuiling uit de jaren zeventig. Hoe dit komt, heb ik uitgebreid beschreven in mijn ’Het grote goed nieuws boek’.

Laat me hier volstaan met de conclusie: veel mensen en instituties hebben er belang bij om de druk op de milieuketel te houden.

Lees verder in de Trouw.

Over de auteur

Simon Rozendaal is wetenschaps- journalist voor het opinietijdschrift Elsevier.

Op zijn weblog publiceert hij vaak prikkelende artikelen waarin hij o.a. de ongegronde paniekzaaierij van de milieubeweging bestrijdt.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl