Het failliet van het interventionisme - Deel 6

Door Karel Beckman

8 april 2010

Het gevaar dat de Amerikaanse economie voor de rest van de wereld vormt.

De 20e eeuw is niet de eeuw van de vrije markt, zoals de economen en politici, die decennia lang chaos hebben aangericht met hun interventionistische monetaire en financiële beleid, ons nu proberen wijs te maken.
De 20e eeuw is niet de eeuw van de vrije markt, zoals de economen en politici, die decennia lang chaos hebben aangericht met hun interventionistische monetaire en financiële beleid, ons nu proberen wijs te maken. Vanaf de oprichting van de Federal Reserve in 1913, de afschaffing van de gouden standaard in de Angelsaksische grootmachten – in 1931 in het Verenigd Koninkrijk en en in 1933 in de Verenigde Staten – de Overeenkomst van Bretton-Woods uit 1944 die de dollar tot wereldreservemunt bombardeerde, de overgang naar een systeem van volledig ongedekt papieren geld door president Nixon in 1971 – tot de huidige tijd, waarin de Fed en de andere centrale banken als financiële magiërs met ons geld toveren, zogenaamd om de economie “in evenwicht” te houden, maar in werkelijkheid om de Staat vrije toegang te verschaffen tot de financiële middelen die bijeen worden gebracht door productieve burgers –is het interventionisme en de macht van de Staat over de economie alleen maar toegenomen. Het resultaat zien we vandaag om ons heen. Deze crisis is niet het failliet van de vrije markt, maar het failliet van overheidsinterventie.

Een zeer speciale rol in dit interventionistische drama spelen de Verenigde Staten, als machtigste land in de wereld. De VS worden in de rest van de wereld gezien als boegbeeld van het kapitalisme (de vrije markt), maar dat is een fictie (zie mijn essay elders op deze website). Ze zijn het ooit wel geweest, maar het moderne Amerika is een wereldrijk, een “empire”, dat militairen heeft gestationeerd in meer dan 70 landen, en haar eigen overconsumptie al decennia laat financieren door productieve burgers in haar economische wingewesten, waartoe ook Nederland behoort. De Nederlandse welvaart is gebaseerd op productiviteit en spaarzin, maar helaas is een groot deel van het geld dat wij hebben gespaard, in de VS “belegd”. Liever gezegd, het is grotendeels gebruikt om de Amerikaanse consumptie en overheidstekorten te financieren. En dat gaat nog steeds door.

De VS worden in de rest van de wereld gezien als boegbeeld van het kapitalisme (de vrije markt), maar dat is een fictie.
Maar aan de Amerikaanse macht zou weleens snel een einde kunnen komen. De regeringen van Bush en Obama hebben op de crisis gereageerd door honderden miljarden aan geld in de markt te pompen, waarmee onrendabele banken, financieringsinstellingen en bedrijven op de been worden gehouden en dus nog meer kapitaal wordt vernietigd. Voor een deel gaat het om nieuw gecreëerd geld, dat de waarde van de dollar verder zal uithollen. Voor een deel gaat het om staatsschulden die nog steeds worden aangekocht door overheden, beleggingsinstellingen en pensioenfondsen buiten de VS, onder meer in Nederland, die weigeren in te zien dat de VS failliet zijn en de dollar reddeloos verloren.

Of denkt er echt iemand dat de Amerikanen de broekriem aan gaan trekken, hun militairen naar huis halen, en productief werk gaan verrichten zodat ze op termijn hun schulden kunnen terugbetalen? Het zou kunnen, maar als de Amerikaanse burgers dat al zouden kunnen en willen, dan zal hen dat door de Amerikaanse overheid waarschijnlijk onmogelijk worden gemaakt. Gevreesd moet worden dat de leiders in Washington te zeer gewend zijn geraakt aan macht en rijkdom om de realiteit onder ogen te zien.

Het is daarom belangrijk dat wij hier in Nederland de realiteit wel onder ogen zien, dat wij onze conclusies trekken voordat de Chinezen en de andere schuldeisers van de VS dat doen – want dan is het te laat. We moeten nu ons geld terughalen uit de VS. Er moet druk worden uitgeoefend op pensioenfondsen en beleggingsinstellingen om hun dollarbezittingen (met name Amerikaanse staatsobligaties) in rap tempo af te bouwen. Doen we dat niet, dan is de kans groot dat ons pensioengeld verloren gaat en we decennia lang voor niets hebben gewerkt en gespaard.

We moeten nu ons geld uit de VS halen, voor het te laat is.
Er zijn genoeg bestemmingen te vinden voor het geld dat uit de VS wordt gehaald. Het moet worden geïnvesteerd in productie, niet in (Amerikaanse) consumptie – en dat mag Chinese productie zijn, maar ook best Nederlandse productie. Een belangrijke reden voor de schaarste aan kapitaal in Nederland op dit moment is dat er zoveel geld naar de VS gaat, dat daar wordt gebruikt om de gaten uit het verleden te dichten. De roep die af en toe klinkt in de politiek om Nederlandse pensioenfondsen in Nederlandse infrastructuur te laten investeren is helemaal zo gek niet. Het heeft niets met protectionisme te maken en alles met welbegrepen eigenbelang – een motivatie die de Amerikanen zelf nooit hebben geschuwd.

In een essay dat werd gepubliceerd na de Tweede Wereldoorlog schreef Ludwig von Mises: ‘De essentie van het Keynesianisme is de totale miskenning van de rol die besparingen en het vergaren van kapitaal spelen in het verbeteren van onze economische omstandigheden.’ Het is een les die onze beleidsmakers nog steeds niet hebben geleerd, maar die we ons alsnog eigen zullen moeten maken, voor het te laat is.

We staan voor de keuze om te stoppen met geld injecteren en de crisis te laten uitwoeden – of doorgaan tot de monetaire expansie van de overheid onze welvaart heeft vernietigd.
In een ander essay, uit 1931, vijf jaar voordat de “General Theory” van Keynes verscheen, waarschuwde Mises: ‘Aan het [interventionistische] beleid van kredietexpansie moet onvermijdelijk een einde komen – als het niet vroeger is, doordat de banken hun beleid wijzigen, dan later, in een catastrofale ineenstorting.’ (Mises 2006, 163)

We staan nu wederom op het punt dat Mises in 1931 beschreef – we staan voor de keuze om te stoppen met geld injecteren en de crisis te laten uitwoeden – of doorgaan tot de monetaire expansie van de overheid onze welvaart heeft vernietigd. Het is de keus tussen een zware operatie ondergaan – of aan kanker kapot gaan.

Karel Beckman

Dit was het laatste deel in deze serie. Eerdere delen vindt u hier.

14 juni 2009

Noot

Wie meer wil weten over de “Oostenrijkse” economische school, kan zich het beste wenden tot de indrukwekkende website van het Mises Institute, www.mises.org. Daar zijn duizenden artikelen te vinden die op alle mogelijke aspecten van de markteconomie ingaan, en uiteraard zijn er de werken te bestellen van de grote Oostenrijkse economen Mises en Hayek en de vele economen, historici en andere intellektuelen die door hen zijn geïnspireerd.

Voor dit artikel heb ik onder meer dankbaar gebruik gemaakt van het boek “The failure of the new economics”, van Henry Hazlitt, een in 1959 gepubliceerde, 450 pagina’s lange, gedetailleerde weerlegging van de “General Theory” van Keynes. Een aanrader is ook Hazlitt’s bondige werkje “Economics in One Lesson”.

Een andere belangrijke inspiratiebron van mij is Murray Rothbard, die vele meesterlijke en heel vlot leesbare werken op zijn naam heeft staan (“The Mystery of Banking”, “America’s Great Depression”, “The Case Against the Fed”, “What has government done to our money”, “An Austrian Perspective on the History of Economic Thought” zijn een paar van zijn economische werken; al zijn andere boeken zijn ook de moeite waard).

Voor een fascinerend relaas over de crisis van 1929 en de depressie van de jaren dertig door iemand die erbij was, zie Benjamin M. Anderson, “Economics and the Public Welfare”.

Een recent, uitgebreid werk over de Oostenrijkse conjunctuurtheorie is van de Spaanse econoom Jesus Herta de Soto, “Money, Bank Credit and Economic Cycles”. Al deze werken zijn voor spotprijzen te bestellen, dankzij de lage dollar.

De “Oostenrijkse” school is overigens, voor alle duidelijkheid, geen sekte of benepen ideologie à la het Objectivisme van Ayn Rand, dat helaas, helaas, wel verworden is tot een tamelijk enge beweging. En, mocht iemand dat soms denken, met Milton Friedman en zijn monetarisme heeft de Oostenrijkse School ook maar heel weinig gemeen.

Tot slot nog een “techische” opmerking. Een standaard-argument tegen de “Oostenrijkse” economische theorie, dat o.a. door Paul Krugman, maar door vele anderen, te pas en te onpas wordt herhaald, is dat de theorie niet kan kloppen omdat de “Oostenrijkse” beschrijving van de hausse in de conjunctuurcyclus niet zou kloppen. Volgens de Oostenrijkers is de hausse kunstmatig en daarom niet duurzaam. De critici vragen zich af of hoe dat kan. Zij wijzen erop dat zowel de investeringen als de consumptie toenemen tijdens de hausse. Hoe is dit mogelijk, stellen zij, want de Oostenrijkers gaan er immers vanuit dat er in de vrije markt een “evenwichtssituatie” is, dus in principe worden alle productiemiddelen benut. Als dan investeringen toenemen, zou de consumptie omlaag moeten gaan en dat is niet het geval.

Han de Jong, hoofdeconoom van ABN Amro, schreef in een column in het Financieele Dagblad ooit iets wat hier op leek (in een andere context). Naar aanleiding van de huidige crisis, schreef hij, “de wereld als geheel heeft niet boven zijn stand geleefd”. Dat zou volgens hem onmogelijk zijn, omdat in zijn woorden, “productie, inkomen en verbruik” per definitie “aan elkaar gelijk” zijn. Een land kan wel boven zijn stand leven, dus schulden maken bij andere landen, maar de wereld in zijn geheel niet.

Wat in deze argumenten echter over het hoofd wordt gezien is het proces (en belang) van kapitaalsvorming in de economie en de complexe kapitaalsstructuur die bestaat uit goederen van een “hogere” (kapitaalgoederen) en “lagere” orde (consumptiegoederen). Het is wel degelijk mogelijk dat een tijdlang investeringen en consumptie tegelijk toenemen; net zoals het wel degelijk mogelijk is voor de wereld om “boven zijn stand” te leven, namelijk door in het verleden vergaarde kapitaalgoederen “op te eten”. Dan komt er een dag waarop het kapitaal weg is en de productiviteit tot nul is teruggebracht. Als dat niet boven je stand leven is! Zie hiervoor onder meer de artikelen van Robert P. Murphy op mises.org, “The importance of capital theory” en “Correcting Quiggin on Austrian Business-Cycle theory”.

Over de auteur

Karel Beckman is auteur van het nieuwe boek De Staat Voorbij, dat in maart 2017 is verschenen bij uitgeverij Aspekt. Het is te bestellen bij onder meer bol.com.

In dit boek schetst hij een libertarische toekomstvisie die een alternatief biedt voor zowel “linkse” als “rechtse” politieke oplossingen. Het is de opvolger van De Democratie Voorbij, uit 2011, dat hij samen schreef met Frank Karsten, en dat inmiddels in 20 talen is vertaald.

In 1992 publiceerde uitgeverij Balans zijn boek "Het broeikaseffect bestaat niet. De mythe van de ondergang van het milieu."

Hij is momenteel hoofdredacteur van Energy Post.

Beckman is voorheen zes jaar journalist geweest bij het Financieele Dagblad, waar hij over energie, milieu, buitenlandse politiek en het Midden-Oosten schreef.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl