“Puritanisme. De gekmakende angst dat iemand, ergens op aarde gelukkig zou zijn”
H.L. Mencken

De overheid als veroorzaker van haat en discriminatie

Door Frank Karsten

19 juli 2002

De laatste tijd is er veel te doen geweest over de antidiscriminatieartikelen in onze grondwet.

Toen Pim Fortuyn zijn twijfels weergaf over het effect van deze artikelen, namelijk de beperking van de vrijheid van meningsuiting, was het land te klein. Thom de Graaf sleepte met veel gevoel voor overdrijving en toneel Anne Frank erbij om aan te geven welke rampen ons te wachten staan wanneer Artikel 1 zou verdwijnen uit de grondwet. Recentelijk mocht een bestolen winkelier in Gelderland geen bordje voor zijn deur plaatsen waarop stond dat slechts 1 asielzoeker per keer werd toegelaten.

Sinds het politiek correcte denken opgang heeft gemaakt in de Westerse wereld, met als voorloper de V.S., doet de overheid er alles aan bepaalde gevallen van discriminatie de kop in te drukken. Ongeveer 50 gesubsidieerde antidiscriminatiebureau's, verspreid over het gehele land, beijveren zich om uitwassen van dit fenomeen te bestrijden.

Maar hoezeer de overheid ook probeert discriminatie en vijandschap tussen bevolkingsgroepen tegen te gaan, juist het tegenovergestelde blijkt het resultaat te zijn. Verschillende zaken liggen hieraan ten grondslag.

1.) Positieve discriminatie

De overheid heeft behoorlijk wat boter op haar hoofd als het om discriminatie gaat. Terwijl zij zelf artikel 1 in het leven heeft geroepen, treedt zij het met voeten en discrimineert alsof het een lieve lust is. Met name wanneer het gaat om de verbetering van de positie van achterstandsgroeperingen, allochtonen, homoseksuelen, vrouwen en gehandicapten.

Zoals zo vaak heeft de overheid regels voor anderen en uitzonderingen voor haar zelf en haar beschermelingen. Bij overheidsorganen mogen deze groepen zich vaak verheugen op een voorkeursbehandeling. Daarnaast worden wetten uitgevaardigd die deze groepen positief discrimineren. Vader Staat doet ook totaal geen moeite deze discriminatie te verhullen en heeft ook weinig te vrezen van de door haar gefinancierde antidiscriminatiebureau's - een goede hond blaft niet naar z'n baas. Deze positieve discriminatie roept waarschijnlijk weinig warme gevoelens voor deze groepen op bij mensen die er niet toe behoren (en dus negatief worden gediscrimineerd).

2.) Gedwongen associatie

Maar, dat is nog niet alles. De hoeveelheid boter op het staatshoofd gaat veel verder en kan bijkans wedijveren met de Europese boterberg. Afgezien van de door haar zelf gebezigde discriminatie stimuleert zij onbedoeld de vijandigheden tussen burgers onderling. Door haar beleid van gedwongen associatie zet zij burgers tegen elkaar op. De overheid gaat namelijk niet uit van wederzijdse vrijwilligheid wanneer het gaat om samenleven. Zo mogen scholen leraren niet weigeren vanwege hun homoseksuele geaardheid. Werkgevers mogen vrouwen niet weigeren vanwege hun geslacht. En verhuurders mogen huurders niet weigeren om hun etnische achtergrond. Het gevolg is dat sprake is van gedwongen samenleven. Wat de kans op lieve vrede er niet groter op maakt.

De afgelopen 30 jaar hebben gemiddeld 60.000 mensen per jaar ons land geselecteerd om naar te emigreren. In eerste instantie gestimuleerd door de overheid die voor haar industrie goedkope arbeidskrachten zocht. Met name de laatste 15 jaar werd aan veel asielzoekers het Nederlanderschap verleend om humanitaire redenen. Deze immigranten, met name uit niet-westerse landen, vormden al snel de armste bevolkingsgroep in Nederland en kwamen dan ook te wonen in die wijken waar met name de lagere sociale klasse vertoefde - arbeiders, uitkeringsgerechtigden etc.

Den Haag heeft niet even gecontroleerd of iedereen wel in z'n nopjes was met deze gang van zaken. Nog nooit heeft de overheid een Brede Maatschappelijke Discussie aangezwengeld ten aanzien van de migratie naar Nederland. Ook een referendum aangaande immigratie (of aangaande wat dan ook) is nooit georganiseerd. Nog veel erger is dat de oorspronkelijke bewoners van de wijken die de meeste immigranten mochten verwelkomen zich op geen enkele manier konden verweren tegen deze toestroom van mensen. Sterker nog, ze zagen dat deze nieuwkomers rechten kregen voor zaken waarvoor zij jaren zelf hadden moeten werken.

Nu zijn volwassenen vaak niet anders dan kinderen. Ouders die hun kinderen tegen hun zin dwingen pianoles te volgen merken al snel dat het kind zowel de pianolessen gaat haten als de ouders. Volwassenen die door de paternalistische overheid gedwongen worden met anderen samen te leven zonder dat zij zich daartegen kunnen verweren zullen geen verhoogde sympathie gaan voelen voor de mensen met wie ze moeten samenleven.

3.) Betalen voor achterstelling

Afgezien van het feit dat mensen door de overheid gedwongen worden met mensen samen te leven waarmee zij dat niet willen moeten zij ook betalen voor de privileges die die mensen ontvangen. Via subsidies ontvangen de bevoorrechte groepen geld van de overheid. Het is onwaarschijnlijk dat die groepen daarvoor zelf eerst belasting hebben betaald. Naast het feit dat bepaalde bevolkingsgroepen negatief gediscrimineerd worden en gedwongen worden samen te leven met anderen wordt hen ook nog eens verplicht hiervoor te betalen. Je hoeft geen geleerde te zijn om te begrijpen dat afkeer zo kan veranderen in walging.

4.) Onvrije Meningsuiting

Voor de bevolkingsgroepen die zich gepakt voelen wordt het allemaal nog erger als blijkt dat zij daarover niet mogen klagen. Politieke partijen die hun mening verwoorden en de problemen en wensen voor het daglicht willen brengen worden monddood gemaakt en tegengewerkt. De hele media legt een 'cordon sanitair' rondom deze groeperingen en hun woordvoerders. Hen wordt racisme, sexisme, vrouwenhaat of fascisme verweten. Zij spelen in op 'gevaarlijke onderbuikgevoelens'. Nu het ze onmogelijk wordt gemaakt in hun situatie verandering te brengen is het niet verwonderlijk dat men niet alleen de bevoorrechte groepen gaat haten maar ook een volledig vertrouwen verliest in de overheid en de gevestigde politieke partijen. In Rotterdam bleek bij de gemeenteraadsverkiezingen dat veel LPF-stemmers voorheen PvdA hadden gestemd. Eerder had ook de partij van wijlen Hans Janmaat veel stemmen van ex-PvdAers ontvangen.

Tot zover de oorzaken. Al met al blijkt dus dat de overheid prachtige bedoelingen had (vrede op aarde en dan vooral in Nederland) maar droevige resultaten boekte. Politici en opeenvolgende kabinetten zagen de problemen wel groeien maar durfden hun handen er niet aan te branden. Bovendien zou het erkennen van de problematiek een ongeloofwaardige koerswijziging inhouden. Hoe kan men iets opeens als probleem aanmerken wat men eerder nog als verrijking propageerde? Ook zij wisten verdomd goed dat een ommekeer een groot risico vormde voor hun politieke voortbestaan.

De beste strategie voor hen was om de problemen te ontkennen en hopen dat de regeringsperiode kon worden uitgezeten. Deze strategie was jaren achtereen succesvol gebleken. Totdat een partij verscheen die de immigratiepolitiek tot haar kernpunt maakte en een leider aan het hoofd had die zich niet uit het veld liet slaan. Toen deze nieuwe partij niet succesvol bestreden kon worden veroorzaakte het een politieke landverschuiving die zijn weerga niet kende in de Nederlandse naoorlogse politiek.

Hoewel de regering misschien geen baat heeft bij het oplopen van de maatschappelijke problemen heeft de overheid dat wel. De regering kan nog worden afgerekend op het geringe oplossende vermogen ten aanzien van deze problemen en kan vrezen voor stemmenverlies. Nu de geest uit de fles is en openlijk gesproken kan worden over de problemen van en tussen bevolkingsgroepen verwachten de kiezers resultaten. Resultaten die niet zo eenvoudig kunnen worden bereikt gezien de jarenlange verwaarlozing van de problemen. Was Nederland in 1980 nog een oase van rust met een lage criminaliteit, volgens de laatste onderzoeken is Nederland met stip gestegen in de lijst van criminele Westerse landen en is in sommige gevallen de V.S. voorbijgestreefd. Het moge duidelijk zijn dat die trend niet eenvoudig gekeerd kan worden. Waarbij moet worden afgevraagd in hoeverre burgelijke vrijheden in het gedrang zullen komen bij repressieve tegenmaatregelen.

Maar de overheid, het totaal van alle overheidsinstellingen, kan veel winnen bij deze problemen in het land. Maatschappelijke spanningen, criminaliteit, discriminatie en rassenrellen vormen de perfecte excuses voor de overheid om haar greep op de samenleving te verstevigen. Ten einde alle zelf veroorzaakte problemen tegen te gaan zal de overheid voorstellen nieuwe wetten aan te nemen (bv identificatieplicht), meer bevoegdheden toe te kennen aan politie en justitie, meer propaganda te voeren, meer belasting te heffen, meer positieve discriminatie te belijden en meer ambtenaren aan het werk te zetten.

Een kleinere overheid zit er voorlopig niet in, maar als de dwingende macht van de overheid zich doorlopend zal vergroten zal ongetwijfeld de wal het schip gaan keren met alle vervelende gevolgen van dien. In India, Israël, Joegoslavië en vele andere gebieden in de wereld is gebleken dat bevolkingsgroepen die gedwongen werden samen te leven (dus zonder wederzijdse instemming) veel risico lopen met wederzijds geweld uit elkaar te gaan.

Over de auteur

Frank Karsten is oprichter van de Stichting Meervrijheid en hoofdredacteur van de bijbehorende website.

Samen met Karel Beckman schreef hij De Democratie Voorbij, een boek dat inmiddels in 20 talen beschikbaar is.

In 2018 publiceerde hij De DiscriminatieMythe, waarin hij een kritische visie op het gelijkheidsdenken uiteenzet.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl