Bart Croughs bij Populistische Omroep Nederland?

Door Ingezonden

6 januari 2009

Ronald Kaatee, bestuurslid Populistische Omroep Nederland, ziet er wel wat in om o.a. Bart Croughs meer aan het woord te laten op TV. Wij ook.

Op 1 april 2009 peilt de overheid hoeveel leden de publiek omroepen hebben om te bepalen of, en zo ja hoeveel, ze de komende vijf jaar zendtijd krijgen. De publieke omroep wordt zoals bekend gefinancierd uit de belastingopbrengsten. Als je geen belasting wilt betalen, kun je natuurlijk denken: 'daar doe ik dus niet aan mee'.

Maar misschien is er ook wat voor te zeggen dat het, gegeven het feit dat we allemaal belasting betalen (al is het maar BTW), ook wel leuk zou zijn als niet alleen de linkse kerk aan het woord zou komen binnen de publieke omroep.

Daarom is onlangs de Populistische Omroep Nederland (PON) opgericht die probeert om voor 1 april 50.000 leden te werven om de zogenaamde aspirant-status te verkrijgen. Als je daar meer over wilt weten dan verwijs ik je graag naar www.popned.nl (daar kun je je ook aanmelden).

En verder geeft onderstaand artikel 'Pluriforme pers is gebaat bij populistische omroep' dat op 28 november op de opiniepagina van de Volkskrant stond een aardig idee over de PON.

Ronald Kaatee, bestuurslid Populistische Omroep Nederland



Pluriforme pers is gebaat bij populistische omroep

Huidige omroepen zijn te sterk gebonden aan de politieke elite

De pleitbezorgers van een pluriforme pers moeten tegengeluiden organiseren om de eigen meningsvorming aan te scherpen, betoogt Ronald Kaatee

Lichtenberg en Noomen van het Stimuleringsfonds voor de Pers en Bruning en Elzerman van de NVJ hekelen de Persbrief van minister Plasterk (Forum, 26 november). Plasterk is te zuinig en zo komt de ‘maatschappelijke informatievoorziening en dus de meningsvorming in het publieke domein in gevaar’ (Bruning en Elzerman). In deze doorzichtige bedelbrieven wordt geen moment stilgestaan bij de vraag waarom mensen zich massaal van de papieren media afwenden en hun heil op internet zoeken. Eén oorzaak springt eruit: veel kranten, tijdschriften en omroepen zijn te weinig onderscheidend en ze onderschrijven praktisch allemaal het sociaal-liberale vertoog van onze elite.

Bij de kranten vormt De Telegraaf wellicht een uitzondering (alhoewel je daar in de jaren van Kees Lunshof en Johan Olde Kalter met hun afkeer van Fortuyn en Wilders je vragen bij kunt hebben) en bij de tijdschriften geldt hetzelfde voor HP/De Tijd, maar in omroepland zijn de sociaal-liberale posities stevig verankerd. Zelfs een sportjournalist (!) met sympathie voor Fortuyn – Hans Kraay sr. – kon vertrekken. Op meer dan 1 procent aanhang onder journalisten hoefde Fortuyn niet te rekenen en Wilders en Verdonk lijken er niet beter af te komen. De journalisten die beweren dat ze ondanks kun politieke voorkeur objectief verslag kunnen doen, moeten nodig eens een filosofieboek inkijken.

Vorige maand stelde voorzitter Hagoort van de publieke omroep dan ook terecht: ‘We maken wel programma's met de thema's die Wilders en De Telegraaf aanreiken, maar als kijkers voortdurend het gevoel hebben dat ze zich moeten schamen voor wat ze denken, doen we journalistiek iets niet goed’ (Trouw, 16 oktober). De ondertoon in de actualiteitenrubrieken van de publieken is wat de bestuursvoorzitter betreft te vaak ’Wilders- en Verdonk-stemmers zijn fout’.                                                 

Waar Hagoort kennelijk de hoop koestert dat het met de bestaande omroepen nog goed kan komen, is het voor velen duidelijk dat een nieuwe (populistische) omroep absoluut noodzakelijk is om wat meer evenwicht in de ether te krijgen. De huidige omroepen en omroepmedewerkers zijn met handen en voeten gebonden aan de politieke elite. En die elite woont niet in de probleemwijken, maar in het Land van Ooit met voor de zekerheid een tweede huis in een zonnig buitenland. Ze verdedigt een status quo waarbij ze zegt op te komen voor de zwakken, maar ondertussen zorgt dat de geldstromen op het gebied van cultuur, onderwijs, ontwikkelingssamenwerking en advieswerk haar kant blijven opstromen. En  daarbij wordt ze niet of nauwelijks door de huidige omroepen voor de voeten gelopen.

Minister Plasterk heeft de publieke omroep niet voor niets meteen bij zijn aantreden (februari 2007) beloond met honderd miljoen euro extra, waar onder zijn voorgangster nog sprake was van bezuinigingen en een net minder.

Als de pleitbezorgers van het behoud van een pluriforme pers werkelijk het belang van de meningsvorming in het publieke domein willen dienen en de democratie een dienst willen bewijzen, dan zouden ze het initiatief om de Populistische Omroep Nederland een plek in ons omroepbestel te geven moeten ondersteunen. En links georiënteerd als ze zijn, zouden ze moeten helpen om tegengeluiden te organiseren om hun eigen meningsvorming aan te scherpen. Dat deed Obama ook en die is daar niet minder van geworden.

Ronald Kaatee is bestuurslid Populistische Omroep Nederland

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl