Laissez faire

Door Henk Steenhuis

24 september 2008

Het grootste taboe in politiek Den Haag.

Na de Troonrede heb je de Algemene Beschouwingen, zoals eerst Goede Vrijdag komt en daarna Pasen. Het ritueel wil dat de regering haar Miljoenennota bekendmaakt en het parlement daarna discussieert over de vraag of het belastinggeld wel op de best denkbare plek terechtkomt. Miljoenennota is een wat verouderd woord, want ’s rijks uitgaven voor 2009 bedragen 179 miljard euro.

Voor de overgrote meerderheid [in de Tweede Kamer] is het de normaalste zaak van de wereld dat iedere Nederlander de helft van zijn inkomsten aan de staat afdraagt.
De media zijn deze week op volle sterkte in Den Haag neergestreken en dat moet de indruk geven dat er bijzonder belangrijke debatten plaatsvinden. En jawel, op enig moment is de uitkomst dat twee keer modaal zonder kinderen een half procentje minder krijgt, terwijl de alleenstaande met kinderen er 0,3 procent op vooruitgaat.

Waar doorgaans wél overeenstemming over bestaat, is de omvang van de uitgaven. Die 179 miljard euro vinden onze volksvertegenwoordigers prima. Goed, de VVD ziet graag dat de overdrachtsbelasting van zes naar vijf procent gaat en dat de erfenissen wat minder worden belast, maar dat zijn details. Voor de overgrote meerderheid is het de normaalste zaak van de wereld dat iedere Nederlander de helft van zijn inkomsten aan de staat afdraagt, want alleen dan kunnen de torenhoge uitgaven ook werkelijk doorgang vinden.

De vraag is natuurlijk of datgene wat gangbaar is ook normaal is – en voor de enkeling die hieraan twijfelt, verscheen dezer dagen een bijzonder boek, The Wealth of Nations van Adam Smith (in vertaling verschenen bij Mets & Schilt Uitgevers), geschreven door de Amerikaanse essayist P.J. O’Rourke. O’Rourke verdiept zich tweehonderd pagina’s lang in de ideeën van de verlichte denker (Smith leefde van 1723 tot 1790), in het bijzonder in zijn klassieker The Wealth of Nations.


Een boek uit 1776 navertellen lijkt misschien een saaie bezigheid, maar het tegendeel is het geval. O’Rourke schrijft uitermate meeslepend over de inzichten van de Schotse filosoof. Laat mensen vrij en respecteer het eigendom van het individu, aldus Smith. Wat we bezitten is van ons en eigendom is een heilig en onschendbaar recht. Mensen moeten de vruchten kunnen plukken van hun eigen arbeid.

Hij was gekant tegen hoge belastingen, subsidies, quota’s, prijsbeheersing, monopolies, kartels, arbeiders die samenspannen om lonen te verhogen en werkgevers die samenspannen om het loon laag te houden. Hij bepleitte het nastreven van eigenbelang en betoogde dat alle handel, mits vrijelijk bedreven, per definitie tot wederzijds voordeel leidt.

Vorsten en priesters leggen restricties op bij het najagen van eigenbelang omdat succesvolle ondernemers een bedreiging voor het gezag vormen.
Adam Smith begreep goed dat vorsten en priesters het nooit kunnen laten om restricties op te leggen bij het najagen van eigenbelang. Want succesvolle ondernemers vormen een bedreiging voor het gezag. En als je mensen laat doen wat ze leuk vinden, zullen ze proberen nog meer vrijheden te verwerven.

Het heffen van buitensporige belastingen is daartoe een beproefd middel en, zo betoogde Smith, er is geen kunst die de ene regering sneller van de andere afkijkt dan mensen geld uit de zakken kloppen. Om zelf niet achter te blijven, kwam hij met een geniaal plan: hij stelde een extra heffing voor op de inkomsten van mensen die bij de overheid in dienst zijn, lieden die doorgaans geneigd zijn zichzelf meer te betalen dan strikt noodzakelijk. Adam Smith voorzag dat dit een zeer populaire belasting zou worden.

Henk Steenhuis

Gerelateerde link:
- Libertarisch manifest

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl