“The greatest scientists in history are great precisely because they broke with the consensus. There is no such thing as consensus science. If it's consensus, it isn't science. If it's science, it isn't consensus. Period.”
Michael Crichton

Leve de grondstoffenspeculanten

Door Paul Vreymans

19 september 2008

De onmisbare partners die de prijsrisico’s nemen die niemand kan of wil dragen.

Speculanten zijn de paria’s van onze maatschappij. Geen enkele andere bevolkingsgroep krijgt zoveel verwijten en laster over zich heen. Ze zouden de prijzen omhoog stuwen, en parasiteren op de gemeenschap. Nochtans vervullen speculanten een zeer productieve en zelfs onmisbare taak. Speculanten nemen de risico’s over die niemand kan of wil dragen en herstellen onevenwichten op markten. De wrok jegens speculanten berust zowel op afgunst als op gebrek aan inzicht in de werking van markten. Bij Katholieken speelt bovendien dat Christus ooit eens de handelaren uit de tempel joeg, en dat pastoors meestal verzwijgen dat Hij ze weliswaar uit de tempel, maar helemaal niet de stad uitjoeg.

De wrok jegens speculanten berust zowel op afgunst als op gebrek aan inzicht in de werking van markten.
De argwaan tegenover speculanten vinden we overal terug in talloze goedbedoelde maar economisch ondoordachte commentaren en voorstellen van wereldverbeteraars om prijsstijgingen in te perken. Maar zelfs onze allerhoogste bestuursniveaus zijn niet vrij van die vooringenomenheid. Zo overweegt de Europese Commissie termijntransacties aan strengere regulering te onderwerpen en de speculatie aan banden te leggen in de hoop daarmee olie- en voedselprijzen onder controle te krijgen. De EC wordt daarin vurig aangemoedigd door de linkse pers en andersglobalisten. Zo ondertekenden voor België “Vredeseilanden”, “Attac” en “11.11.11” een open brief aan de Europese commissie waarin andersglobalisten aandringen op beperkende maatregelen tegen speculatie. Voor Nederland ondertekenden het « Corporare Europe Observatory » en het “Transnational Institute”

Van zijn kant voert de Oostenrijkse kanselier Alfred Gusenbauer een fanatieke kruistocht voor een taks op speculatie. Alleen ECB voorzitter Trichet biedt gelukkig nog wat weerwerk. Hij twijfelt helemaal niet aan al die goede bedoelingen, maar ontkent met klem dat speculatie de oorzaak kan zijn van de recente prijsstijgingen en wijst op de onzin van meer regulering in dit verband.


ECB-voorzitter Trichet

Van anders-globalisten zijn we wel meer utopische voorstellen gewoon die de economische natuurwetten willen opheffen of omkeren. Maar dat zelfs Trends, België’s populaire ondernemersblad de zijde zou kiezen van de plan-ideologen en uitpakt met een artikel als “Vuil geld: speculatie op grondstoffen” is verassend. De auteur laat zich daarin volledig meeslepen in het gekende socialistische afgunstdiscours dat in de rijkdom van succesvolle ondernemers-speculanten het ultieme bewijs zien zij de eindverbruiker uitbuiten. Het “smoking gun” als het ware dat speculanten de prijzen kunstmatig opdrijven. Die beschuldiging is uitermate erg omdat de auteur daarmee suggereert dat ondernemerschap een zero-sum-game is waarbij ondernemers zich slechts kunnen verrijken ten koste van iemand anders, en dus parasiteren op ons allen. Ten gronde trekt hij daarmee het bestaansrecht van het ondernemerschap in twijfel, een toch wel merkwaardig standpunt voor een ondernemersblad.

[Speculanten] nemen risico’s op zich die niemand kan of wil dragen tegen een prijs die in volle vrijheid tot stand komt op -voor iedereen vrij toegankelijke- markt.
Zo werkt ons kapitalistisch systeem gelukkig helemaal niet. In een vrije markt kan je niet duurzaam winsten vergaren door klanten uit te buiten. In tegenstelling tot de overheid kunnen ondernemers immers niemand verplichten hun goederen of diensten te blijven afnemen. Anders dan de overheid kunnen ondernemers hun klanten dus helemaal niet blijven uitbuiten, en gelukkig maar ook. Op een vrije markt kunnen zakenlui maar winst boeken als het nut van hun producten of diensten groter is dan de kost om ze te produceren. Winst ontstaat dus helemaal niet door uitbuiting van klanten, maar juist omgekeerd door systemen te bedenken en uit te werken die meerwaarde creëren en die toelaten de klant meer waar voor zijn geld te geven dan hij elders kan vinden. 

Dit basisbeginsel geldt evenzeer voor de zo verguisde ondernemers-speculanten, die niets anders doen dan handel drijven in risico. Ze nemen risico’s op zich die niemand kan of wil dragen tegen een prijs die in volle vrijheid tot stand komt op -voor iedereen vrij toegankelijke- markt. Probleem met de anders-globalistische voorstellen is dat hoe meer je hun marktinterventies aan banden legt, des te meer het prijsmechanisme ontregeld raakt, terwijl prijzen juist de onmisbare indicatoren zijn die de economie richting geven.

Prijs: de enige leidraad naar marktevenwicht
Prijzen zijn niets anders dan een maatstaf van schaarste. Stijgende prijzen wijzen op een tekort, dalende prijzen op een overschot. Onderlinge prijsverhoudingen geven informatie naar nijveraars, dienstverleners en boeren wat zij het best zouden voortbrengen; het signaal en meteen ook het incentive de productie van winstgevende goederen en diensten op te drijven en van onrendabele af te bouwen. Zonder die essentiële prijsinformatie weten producenten niet eens welke goederen en diensten meest of minst gevraagd zijn en in de kortste keren ontstaat overproductie van het ongewenste en tekorten van meest broodnodige. Het ontbreken van een betrouwbaar prijsmechanisme is trouwens de fundamentele tekortkoming die elke planeconomie doemt tot falen.


De grondstoffenmarkten zijn daarvan juist een zeer goed voorbeeld. Op de termijnmarkt en de optiemarkten komen vraag en aanbod van grondstoffen bij elkaar. Daar kunnen producenten en industriële verwerkers termijncontracten afsluiten en zo hun toekomstige prijsrisico’s indekken. Omdat het aanbod van producenten en de vraag van verwerkers meestal niet gelijktijdig en in even grote mate voorhanden zijn, treden speculanten veelal op als enige of op zijn minst als aanvullende tegenpartij voor producenten en industriële verwerkers op zoek naar dekking.

Speculatie: de arbitrage van hoop, vrees en tijd.
Als de andersglobalisten wat dieper zou nadenken moeten ook zij toch beseffen dat bij elke transactie op die grondstoffenmarkten tegenover iedere koper een verkoper staat. Zo staat tegenover elke speculant die tarwe koopt in de “oh-zo-verderfelijke” hoop die later duurder te verkopen, logischer wijze een verkoper die vreest dat de prijs zal dalen. De tegenpartij van de speculant die tarwe koopt is ofwel een andere speculant die tarwe aanbiedt ofwel een producent die maar al te blij is om de prijs voor zijn tarweoogst vooraf vast te leggen.

Bij elke transactie op die grondstoffenmarkten staat tegenover iedere koper een verkoper, dus tegenover elke speculant die tarwe koopt in de “oh-zo-verderfelijke” hoop die later duurder te verkopen staat logischer wijze een verkoper die vreest dat de prijs zal dalen.
In het eerste geval heffen de invloeden van beide speculatieve posities elkaar op en kan er niet het minste effect zijn op de prijs. In dit geval is het speculatief profijt per saldo overigens zero, aangezien de winst van de ene het verlies van de andere uitmaakt.

In het tweede geval draagt de termijntransactie bij tot herstel van het marktevenwicht, omdat de speculant door zijn aankoop de producent in staat stelt méér tarwe te zaaien dan hij bereid was zelf het prijsrisico te dragen. Ware er geen speculanten geweest om het prijsrisico van de producent over te nemen dan had hij zijn productie niet kunnen opdrijven zodat het aanbod ondermaats zou zijn gebleven en de prijs verder zou zijn blijven stijgen.

Markten vrijmaken.
Speculanten zijn dus onontbeerlijke acteurs in het herstel van marktevenwichten, en hun speculatiewinst is een vergoeding voor hun bijdrage tot dat herstel. Hun winst is trouwens volledig in verhouding tot hun bijdrage in dat evenwicht. Speculanten die volharden in verkeerde inschatting of vervallen in irrationele overdrijving maken alleen verliezen en saneren zich zelf uit de markt. Veel sneller dan ooit een daartoe aangesteld ambtenaar of marktregulator in staat zou zijn in te grijpen, laat staan een of ander rechtscollege daarover in beroep zou kunnen oordelen.

Speculanten die volharden in verkeerde inschatting of vervallen in irrationele overdrijving maken alleen verliezen en saneren zich zelf uit de markt.
Elke beperkingen die markten aan banden legt is daarom nefast. Eerder het omgekeerde is aangewezen: het volledig vrijmaken van markten en het bevorderen van een goede marktwerking. De toename van het aantal marktpartijen kan daarbij alleen maar de liquiditeit van de markten en hun onderlinge concurrentie verhogen, en bijgevolg de prijs van risico en de transactiekosten verlagen. Die termijnmarkten aan bureaucratische banden leggen kan de goede werking van de markt alleen maar bemoeilijken, de prijsvorming verstoren, de voedselcrisis bestendigen en prijsstabilisatie uitstellen.


De ware oorzaken van inflatie.
Alhoewel de heilzame invloed van speculatie vaststaat lijkt de Europese Commissie het links verhaal van alsmaar méér regulering te zullen gaan volgen. Als eerste stap wil de EC laten onderzoeken hoezeer speculatie de prijzen van voedsel en olie heeft opgedreven en zal daartoe vermoedelijk de zoveelste peperdure onderzoeksopdracht uitschrijven. De zoveelste bureaucratische verspilling want ieder logisch denkend mens kan bij voorbaat voorspellen dat het resultaat nihil moet zijn. Met meer kans op succes zou de Europese Commissie kunnen nagaan in welke mate haar zelf schuld treft in de huidige inflatiegolf. Zo ware het bijzonder interessant om weten :
-in welke mate de bureaucratische overlast van de EU de kostprijs van onze landbouwers en industriëlen verhoogt,

-in welke mate haar subsidiering van koolzaad-motorolie, verplichte braaklegging, puriteinse habitat, nitraat-, en vogelrichtlijnen bijdragen tot het voedseltekort en hoeveel dode kindjes al die groene nonsens dit in de armste landen al heeft gekost,

-in hoever prijsstijgingen te wijten zijn aan de uitschakeling van concurrentie en het afschrikken van nieuwkomers via allerlei corporatistische kwaliteit- en toegangsnormen,

-en niet in het minst in welke mate de Europese Centrale Bank met haar overmatige geldschepping van 11% (samen met de FED) verantwoordelijk is voor de huidige inflatiegolf. Hoorde de ECB immers niet de geldaanwas tot 4,5% te beperken? Was dat niet haar primaire opdracht, en is het niet de allereerste opdracht van de EC over onze welvaart te waken?
Paul Vreymans
http://workforall.net

Verwijzingen:
- Trends Artikel “Vuil geld: speculatie op grondstoffen” 
- Andersglobalistische open brief aan de Eur. Commissie
- Pleidooi van Oostenrijkse kanselier Alfred Gusenbauer 
- Argumentatie van ECB voorzitter Trichet





Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl