Recht op protest?

Door Ingezonden

15 augustus 2008

Elsbeth Etty over Wijnand Duyvendak en het recht op protest tegen de staat.

Het komt niet vaak voor dat NRC-columniste Elsbeth Etty op de instemming van MeerVrijheid-lezers kan rekenen. Maar wellicht is haar jongste column een (tenminste gedeeltelijke)  uitzondering. Hieronder enkele relevante fragmenten:

Alles wat zich buiten de wettelijke kaders beweegt heet tegenwoordig terrorisme. Dat is een mooi succes van het terrorisme. De zelfkastijding van GroenLinks over het ‘actieverleden’ van het Tweede Kamerlid Wijnand Duyvendak wegens zijn betrokkenheid bij de inbraak in 1985 is zo bezien meer dan een zomerrelletje, het lijkt een symptoom van de veranderingen in het politieke klimaat.

Femke Halsema: "Ik vind dat acties altijd binnen de grenzen van de wet dienen te blijven.”
Fractievoorzitter Femke Halsema van GroenLinks verzekert: „Ik vind dat acties altijd binnen de grenzen van de wet dienen te blijven.” Altijd? En Martin Luther King dan, en Gandhi dan? GroenLinks gooit met deze formulering het leerstuk van de burgerlijke ongehoorzaamheid het raam uit. Nu is dat, toegegeven, een ingewikkeld begrip. De term is gemunt door Henry David Thoreau in zijn beroemde essay Civil Disobedience uit 1849: de burger mag nooit zijn geweten ondergeschikt maken aan de wet of uitleveren aan de wetgever. „Why has every man a conscience, then?” 

Maar waar liggen de grenzen?


Het kan toch niet waar zijn dat Femke Halsema het recht van een individu of groep ontkent om verzet tegen de overheid te bieden als de staat zelf bron van onrecht is. Het kan niet waar zijn dat zij de staat en het recht aan elkaar gelijk stelt. Tenzij zij ervan uit zou gaan dat de staat per definitie gerechtvaardigd is.

Elsbeth Etty: ,"Altijd? En Martin Luther King dan, en Gandhi dan? GroenLinks gooit met deze formulering het leerstuk van de burgerlijke ongehoorzaamheid het raam uit."
In een democratische rechtsstaat is het onderscheid van belang tussen protestvormen die uitgaan van de erkenning van de legitimiteit van het heersende gezag en vormen die de legitimiteit van het gezag ontkennen. In 1972 plaatste jurist en socioloog Kees Schuyt in zijn proefschrift (Recht, orde en burgerlijke ongehoorzaamheid) burgerlijke ongehoorzaamheid halverwege een schaal die gaat van legale protestvormen zoals petities tot en met revolutie. Hij noemt een aantal kenmerken die in zekere zin ook als criteria voor de toelaatbaarheid van illegale acties kunnen dienen. 

De acties moeten bijvoorbeeld gewetensvol zijn, geweldloos, er moet een samenhang bestaan tussen de actievorm en de doelstelling, de actievoerders moeten weloverwogen en openlijk te werk gaan, bereid zijn zich aan arrestatie en bestraffing bloot te stellen, legale middelen moeten zijn uitgeput, de rechten van anderen moeten in acht worden genomen.[...]
 
Duyvendak zat in 1985 fout, maar nu zit hij samen met Halsema fouter: nu noemen zij de gehoorzaamheid aan de wet onvoorwaardelijk. 
Het libertarisme stelt dat moraliteit, het absolute recht op leven, eigendom en vrijheid, een eeuwige, onveranderlijke waarheid betreft. Deze staat los van de feitelijke wetgeving die een overheid invoert.

Het libertarisme stelt dat er een moraliteit is boven de feitelijke wetgeving in een land.
Kiezers of politici kunnen allerlei wetgeving doorvoeren (positief recht) maar zolang die ingaat tegen het non-aggressieprincipe (en dat gebeurt nogal eens), is deze onrechtmatig. Het libertarisme stelt dus dat er een moraliteit is boven de feitelijke wetgeving in een land waaraan men de acties van zichzelf en anderen moet toetsen. 

Zoals Bart Croughs eerder schreef:

Karel van het Reve schreef ooit een essay, De ongelooflijke slechtheid van het opperwezen, dat onder aanbidders van het Opperwezen heftige beroering veroorzaakte. Het enige wat Van het Reve deed was de daden van het Opperwezen te toetsen aan de algemeen geaccepteerde moraal. Zo becommentarieerde hij het verhaal over God die Abraham de opdracht gaf zijn zoon de keel door te snijden als volgt: als een gewone sterveling zoiets zou doen, dan zouden we dat een schurkenstreek noemen. 

Libertariërs stellen dat ook de staat zich aan de regels van de moraal dient te houden om in aanmerking te komen voor het predicaat 'goed'.
Van het Reve zag geen aanleiding om handelingen die als schurkenstreken worden beschouwd wanneer een mens ze uitvoert, ineens te verontschuldigen alleen omdat het Opperwezen ze uitvoert. Door het consequent toepassen van een weinig opzienbarend uitgangspunt (nl: als God goed genoemd wil worden, dient Hij zich ook aan de regels van de moraal te houden), kwam Van het Reve tot een zeer radicale conclusie: God is niet goed, zoals door gelovigen altijd gedacht werd, maar slecht.

Wat Karel Van het Reve deed ten aanzien van het Opperwezen, doet het libertarisme ten aanzien van de staat. De staat is een instelling die in alle andere politieke filosofieën als een soort Opperwezen wordt beschouwd dat zich niet hoeft te houden aan de morele wetten waaraan de gewone sterveling zich wel dient te houden. Libertariërs stellen dat ook de staat (net als het Opperwezen) zich aan de regels van de moraal dient te houden om in aanmerking te komen voor het predicaat 'goed'. 

Deze mogelijke immoraliteit van handelingen van de staat zorgt automatisch voor tenminste een moreel recht op protest tegen acties van bijvoorbeeld de staat die tegen deze absolute moraliteit ingaan. In zoverre kunnen libertariërs met de opmerkingen van Elsbeth Etty instemmen. Natuurlijk betekent dit absoluut niet dat het een goede zaak is als libertariërs, net zoals Duyvendak en zijn kameraden, bij ministeries gaan inbreken, mensen gaan bedreigen, enzovoorts. 

Verreweg de belangrijkste vorm van protest ligt in de strijd der ideeën, in het overtuigen van mensen dat een vrije samenleving een morele, vreedzame, tolerante en welvarende samenleving is, en dat de staat voor conflicten, sociale afbraak en armoede zorgt.

Koen Swinkels

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl