Valse concurrentie

Door Henk Steenhuis

21 juli 2008

Hoe de overheid de pluriforme pers ondermijnt.

De Nederlandse kiosk ligt vol met kranten en tijdschriften, wat een plezierige indruk maakt: mensen kunnen hier zeggen wat ze denken en de vrijheid van meningsuiting is gegarandeerd. Wie beter om zich heen kijkt, wordt echter minder vrolijk. Want bijna niets wat hij er aantreft, is belangeloos. Slechts enkele kranten en tijdschriften dienen de waarheid, het overgrote deel staat ten dienste van adverteerders.

[T]erwijl [de schrijvende pers haar] inkomsten op ‘de markt’ moet verdienen, krijgt de publieke omroep jaarlijks minstens 800 miljoen euro uit Den Haag. Zomaar.
Uitgerekend de eerstgenoemde categorie kranten en tijdschriften – ook wel ‘kwaliteitspers’ genoemd – heeft het moeilijk, een enkele uitzondering daargelaten. Kranten zien hun inkomsten drastisch dalen, opinieweekbladen (ook HP/De Tijd) houden met moeite het hoofd boven water. Als de huidige ontwikkeling voortgaat, is een aantal roemruchte titels binnen enkele jaren weggevaagd. 

Een van de oorzaken van deze problemen wordt ‘ontlezing’ genoemd. Al jarenlang is de beeldcultuur aan een geweldige opmars bezig ten koste van het geschreven woord; aanvankelijk ging het vooral om de televisie, inmiddels is daar ook internet bij gekomen. De afgelopen jaren werd steeds minder gelezen en steeds meer tijd aan het scherm doorgebracht. Dit geldt ook voor hoogopgeleide Nederlanders, bij uitstek degenen van wie de kwaliteitspers het moet hebben.

Onder schrijvende journalisten is het bon ton om op de tv neer te kijken, maar die hoogopgeleide kijker is natuurlijk niet gek. Sinds enkele jaren wordt hij door de publieke omroep uitstekend bediend. Goede interviewprogramma’s (Buitenhof, Zomergasten), programma’s waarvoor onderzoek wordt verricht (Argos, Zembla), discussieprogramma’s (Rondom 10) en documentaires (In Europa) gaan dagelijks over het scherm. Het is maar een greep uit het aanbod en als gezegd: de toch al geschoolde kijker wordt hier bepaald niet dommer van.

Het is dus eigenlijk de Nederlandse politiek (die de omroepen zo royaal doteert) die de pluriforme pers in zijn voortbestaan bedreigt.
Wij van het geschreven woord kunnen bij het zien van dergelijke programma’s een gevoel van jaloezie moeilijk onderdrukken. Als Geert Mak naar de Oeral reist om te kijken hoe de Europese oostgrens er bij ligt, denken wij: dat zouden we ook wel willen, maar we kunnen het helaas niet betalen. Of als NOVA reconstrueert hoe de ‘decembermoorden’ in Suriname plaatsvonden, zeggen wij tegen elkaar: mooi staaltje onderzoeksjournalistiek, maar zoiets kost wel érg veel geld.

De concurrentie met deze programma’s van de publieke omroep is een ongelijke strijd. Want terwijl wij onze inkomsten op ‘de markt’ moeten verdienen (lezers en adverteerders), krijgt de publieke omroep jaarlijks minstens 800 miljoen euro uit Den Haag. Zomaar. In Hilversum wordt met regelmaat geklaagd over een bezuiniging hier of daar, maar die mensen hebben geen flauw benul in welke bevoorrechte omstandigheden ze werken. Tegen, dat spreekt, de best denkbare gages.

Serieuze journalistiek bedrijven kost veel geld, onderzoeksjournalistiek is nog duurder, en hoe meer de inkomsten in onze sector teruglopen, hoe moeilijker wij ons werk kunnen doen. De ongelijke strijd met de omroepen is een van de redenen waarom de geschreven pers in de problemen zit. Het is dus eigenlijk de Nederlandse politiek (die de omroepen zo royaal doteert) die de pluriforme pers in zijn voortbestaan bedreigt. Hoe vaak ze ook beweert de pluriforme pers van het grootste belang te achten.

Best denkbare oplossing: omroep-journalisten worden niet langer gesubsidieerd.
In andere sectoren wordt er streng op toegezien dat de concurrentie eerlijk verloopt; mag dat misschien ook voor de media gelden? Daarom moet er snel iets veranderen. Best denkbare oplossing: omroep-journalisten worden niet langer gesubsidieerd. Op één na beste oplossing: serieuze kranten en tijdschriften krijgen ook geld van minister Plasterk.

Deze editorial is afkomstig van de site van HP/De Tijd.

Naschrift redactie MeerVrijheid
De 'op-één-na-beste oplossing' die Henk Steenhuis noemt, overheidssubsidie voor serieuze kranten en tijdschriften, wordt vanzelfsprekend niet ondersteund door MeerVrijheid om zowel praktische en morele redenen: perssubsidie maakt journalisten van de overheid afhankelijk en dus partijdig, en om de subsidie te bekostigen pakt de overheid via bijvoorbeeld belastingen geld van de burger af wat ingaat tegen het libertarische recht op eigendom.

Wat het artikel wel goed aangeeft is de wet van de 'onbedoelde gevolgen': de overheid subsidieert de audiovisuele pers zogenaamd om de pluriformiteit van de pers te bevorderen, maar het effect is precies tegengesteld hieraan. Het medium dat de afgelopen decennia daarentegen het meest heeft gedaan voor pluriformiteit van informatie en opinie is het medium dat verreweg het minste overheidsbemoeienis heeft gekend, het internet.

Gerelateerde links:
- Issues: Media
- Publieke omroep onder vuur
- Politieke correctheid: de stand van zaken
- Publieke zelfpromotie
- Talpa
- Graaien bij de publieke omroep
- Woensdag gehaktdag

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl