“Des te meer wetten, des te minder recht”
Cicero

Vrijheid en immigratie

Door Ingezonden

30 juni 2008

Vrije immigratie of gedwongen associatie? Een valse dichotomie, volgens Lew Rockwell.

Binnen het libertarisme zijn er zowel voor- als tegenstanders van vrije immigratie naar een verzorgingsstaat. 

Beide kampen willen dat de verzorgingsstaat volledig wordt afgeschaft en dat alle grond en kapitaal in Nederland in privaat bezit komt van individuele Nederlanders. In zo'n geval is vrije immigratie geen probleem. 

Mensen die willen immigreren naar Nederland kunnen in dat geval vrijelijk contracten aangaan met Nederlandse werkgevers, verhuurders, bedrijven, huizenverkopers enzovoorts, net zoals Nederlanders dat met elkaar kunnen doen. Elke transactie is in dit geval gebaseerd op vrijwilligheid en is dus geoorloofd volgens het libertarische gedachtegoed.


Beide kampen willen dat de verzorgingsstaat volledig wordt afgeschaft, maar wat te doen zolang deze er nog is?
Maar in de huidige situatie is niet alle grond en kapitaal privaat eigendom en bestaat er een verzorgingsstaat die het mogelijk maakt om de overheid te gebruiken om van anderen te stelen. De vraag is dan wat te doen met immigratie zolang de (verzorgings)staat er nog is. 

Aan de ene kant zijn er voorstanders van totaal vrije immigratie. Iedereen uit welk land dan ook zou zonder belemmeringen naar Nederland mogen verhuizen en er mogen wonen en werken. Wanneer regeringen belemmeringen opwerpen (grenscontroles, identiteitscontroles, beperkingen van het aantal verblijfsvergunningen, deportatie, etc.) plegen zij aggressie en dit gaat in tegen het libertarische non-aggressieprincipe. Daarnaast maakt dit ingrijpen het onmogelijk voor mensen in Nederland om vrijelijk contracten aan te gaan met mensen die nu nog in het buitenland wonen.

Aan de andere kant zijn er libertariërs die stellen dat juist deze vrije immigratie een daad van aggressie is, een vorm van gedwongen associatie, omdat de immigranten dan ook gebruik kunnen maken van de Nederlandse verzorgingsstaat en dus de beschikking hebben over het door belastingen en inflatie gestolen geld en kapitaal van de Nederlandse bewoners. Meer immigratie betekent een grotere verzorgingsstaat en dus meer diefstal en dwang. Daar komt bij dat immigratie voor sociale, religieuze en ethnische spanningen kan zorgen, zoals we dit in Nederland de afgelopen jaren hebben meegemaakt. 


Hoewel het bestaan van een overheid op zich al ingaat tegen het libertarische non-aggressieprincipe, is actie van de overheid om vrije immigratie tegen te gaan volgens deze libertariers praktisch en moreel gerechtvaardigd omdat zo grotere aggressie wordt voorkomen.

Voor beide standpunten valt wat te zeggen. Maar hoeven libertariers eigenlijk wel een standpunt over dit onderwerp in te nemen? Lew Rockwell ziet de tegenstelling als een valse dichotomie:
In de loop van de moderne geschiedenis hebben overheden immigranten gebruikt als een manier om hun eigen macht te vergroten, bijvoorbeeld door middel van door belastinggeld gefinancierde diensten zoals staatsscholen en staatsziekenhuizen, of door het dwingen van burgers om alle nieuwkomers te verwelkomen onder dwang van anti-discriminatiewetten. 

Ook wordt het burgers niet toegestaan om de toename in criminaliteit die gepaard gaat met sommige vormen van immigratie op te merken, of om zich zorgen te maken over grote demografische veranderingen die plaatsvinden. Het resultaat van immigratiegolven is het verkleinen van de vrijheid voor burgers. 

De staat gebruikt zowel pro- als anti-immigratie sentimenten om haar macht te vergroten.
Maar op hetzelfde moment zorgt het anti-immigratie sentiment ervoor dat de staat haar macht kan uitbreiden door de rechten van bedrijven te schenden, door documentatie voor elke werknemer te eisen. De staat stuurt haar bureaucraten door het hele land en probeert een nationale identiteitskaart in te voeren. Ze maakt het bijna onmogelijk voor bedrijven om mensen uit andere landen, zelfs maar tijdelijk, in te huren, dit alles onder het mom van nationale veiligheid en het tegengaan van immigratie. 

De staat is maar wat blij om de nationalistische hysterie aan te wakkeren om zo haar macht de vergroten. Dit schaadt de productiviteit en maakt ons allemaal minder vrij.

Dus je ziet het probleem hier. De staat gebruikt zowel pro- als anti-immigratie sentimenten in haar voordeel. Om dit probleem te bestrijden moeten libertariërs sympathiek staan tegenover het ene standpunt in een bepaalde politieke context en tegenover het andere in een andere context. Het hangt allemaal af van de retoriek die de staat op dat moment gebruikt. 

De groepen die steun verdienen, zijn die groepen die tegen de staat ingaan. Het is niet ongebruikelijk dat die groepen in een latere fase juist weer met de staat samenwerken, maar dit betekent alleen dat de libertarische sympathieën dan weer moeten veranderen.
Lees verder op LewRockwell.com

Libertariërs [zijn] niet gedwongen een keuze te maken tussen twee situaties die allebei tegen het non-aggressieprincipe ingaan.
Wat uit dit fragment op te maken valt, is dat libertariërs volgens Lew Rockwell niet gedwongen zijn een keuze te maken tussen twee situaties die allebei tegen het non-aggressieprincipe ingaan: vrije immigratie en daardoor een grotere verzorgingsstaat aan de ene kant, en gesloten grenzen met daardoor misschien een kleinere verzorgingsstaat aan de andere kant. Geen enkele libertariër zou in vrijheid voor één van die twee situaties kiezen, en wanneer je niet in vrijheid kunt kiezen is er niet werkelijk sprake van een keuze. 

Wat libertariërs daarentegen volgens Rockwell wel kunnen doen is constant aangeven hoe de staat pro-of anti-immigratie sentimenten gebruikt om haar eigen macht te vergroten en daarmee de vrijheid van de burger te verkleinen. Ook kunnen libertariërs blijven aantonen waarom dit zowel moreel als praktisch een kwalijke zaak is. Tenslotte is het van essentieel belang om de mogelijkheid en wenselijkheid van het libertarische alternatief uit te dragen.

Koen Swinkels

 

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl