Er is nog steeds geen gratis lunch

Door Walter E. Williams

2 juni 2008

Economische problemen worden meestal veroorzaakt door politici die oplossingen ontwikkelen voor problemen die ze eerst zelf gecreƫerd hebben.

Politici en een groot deel van het publiek verliezen het onvermijdelijke feit uit het oog dat tegenover elk voordeel dat men toekent een kostprijs staat of, zoals Nobelprijswinnaar Milton Friedman het uitdrukte; "Er is niet zoiets als een gratis lunch." Het is best mogelijk dat de begunstigde de kostprijs niet hoeft te betalen of zich er zelfs niet bewust van is, maar het staat als een paal boven water dat iemand ervoor moet opdraaien. Laten we eens kijken naar een paar door politici gecreëerde problemen.

De Community Reinvestment Act van 1977, die werd aangescherpt onder Clinton en Bush, is een wet die kredietverstrekkers verplicht of intimideert om aan iedereen kredieten te verstrekken en hen ontmoedigt zich te beperken tot de veelverdieners, wat bekend staat als "redlining". De Community Reinvestment Act moedigde banken aan om leningen te verstrekken aan mensen die deze waarschijnlijk niet zouden kunnen terugbetalen.

De Community Reinvestment Act moedigde banken aan om leningen te verstrekken aan mensen die deze waarschijnlijk niet zouden kunnen terugbetalen.

Een decennium van monetaire expansie door de Federal Reserve Bank, die bijdroeg aan de vastgoedzeepbel, moedigde kredietverstrekkers aan om extra risico's te nemen. Overheidsingrijpen deed de kredietcrisis ontstaan en nu zullen overheids-"oplossingen", zoals moratoria op executie, bevriezing van variabele hypotheekrentes en verdere regulering van financiële instellingen, nog meer problemen veroorzaken.

Door naar de pijpen van milieu-extremisten te dansen, creëerde het Amerikaans Congres het probleem van de energievoorziening. Volgens een schatting van het U.S. Geological Survey in 2002, zou olie- en gasontginning in een klein deel van Alaska's beschermde noordoostelijke kustvlakte de Amerikaanse binnenlandse oliereserves met ongeveer 50 procent doen toenemen. 

De gebieden voor de kust van de Stille en Atlantische Oceaan en de oostelijke Golf van Mexico hebben enorme olie- en aardgasreserves. Deze energievoorraden zijn door het Congres eveneens tot verboden terrein verklaard. Door deze verbodsbepalingen is er sinds meer dan 30 jaar geen nieuwe raffinaderij meer gebouwd. Gelijkaardige overheidsreguleringen verklaren waarom de Amerikaanse productie van kernenergie nog maar een fractie is van wat ze had kunnen zijn.

Door naar de pijpen van milieu-extremisten te dansen, creëerde het Amerikaans Congres het probleem van de energievoorziening.

De oplossing die het Congres heeft bedacht voor het energiepro­bleem is niet om de beperkingen op te heffen, maar om oliebe­drijven te verplichten een grotere hoeveelheid ethanol te mengen met benzine, zoals bepaald door de Energy Independence and Security Act van 2007. Iedereen met een greintje verstand had kunnen voorspellen dat het gebruik van maïs voor brandstof zou leiden tot prijsstijgingen van voedingsmiddelen, zoals vlees en zuivelproducten van met maïs gevoederd vee. De prijzen van graan en sojabonen zijn ook gestegen omdat er minder hectaren zijn aangeplant ten voordele van maïs.

Uit een studie van de Purdue universiteit blijkt dat het ethanolprogramma de Amerikaanse consument 15 miljard dollar heeft gekost aan hogere voedselprijzen in 2007 en dat dit bedrag in 2008 nog aanzienlijk zal toenemen. Hogere voedselprijzen, als gevolg van de biobrandstofverplichting, hebben niet alleen de Amerikaanse consument getroffen. Er waren ook internationale gevolgen zoals men kon merken bij de voedselrellen in Egypte, Haïti, Jemen, Bangladesh en andere landen.



Amerikanen zijn terecht kwaad over de gestegen energie- en voedselprijzen, maar hun woede zou gericht moeten zijn tegen de werkelijke boosdoeners: het Congres en het Witte Huis.
En wat is het antwoord van het Congres? Senator Charles Schumer, voorzitter van het Joint Economic Committee, organiseerde op 1 mei een hoorzitting over de stijgende voedselprijzen waar hij zei: "De vrees voor hogere voedselprijzen zal minstens zo groot en wijdverspreid zijn als de woede en frustraties van zovele Amerikanen over de hogere brandstofprijzen." Bij de door het Congres voorgestelde "oplossingen" voor het energie- en voedselfiasco horen ondermeer een belasting op onverhoopte winst in de oliesector, een belastingvrijstelling op benzine tijdens de zomer, verhoogde distributie van voedselbonnen in de VS en meer voedselhulp voor derdewereldlanden.

Amerikanen zijn terecht kwaad over de gestegen energie- en voedselprijzen, maar hun woede zou gericht moeten zijn tegen de werkelijke boosdoeners: het Congres en het Witte Huis.

Walter Williams

Dit artikel verscheen eerder als Congressional Problem Creation: There Still is No Free Lunch op de site van Capitalism Magazine en werd vertaald door Johan Branders.

Over de auteur

Dr. Williams is econoom en doceert aan de George Mason University.

Hij is de auteur van More Liberty Means Less Government: Our Founders Knew This Well.

Homepage Walter Williams

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl