Slachtofferloze misdrijven

Door Walter Block

27 mei 2008

Waarom prostituees, huisjesmelkers, speculanten, pooiers, afpersers, lasteraars, zwarthandelaren, corrupte politieagenten, valsemunters, gierigaards en stakingsbrekers allemaal waardevol werk verrichten.

Ter Verdediging is de Nederlandse vertaling van het controversiële boek Defending the Undefendable, oorspronkelijk geschreven door de Amerikaanse, libertarische professor en econoom Walter Block. Het origineel verscheen in 1976; de vertaling kwam in oktober 2007 uit bij uitgeverij De Kenniskwekerij. Ter Verdediging is thans nog een van de weinige Nederlandstalige libertarische boeken.

Block verdedigt in zijn boek een reeks omstreden figuren en beroepen in onze samenleving, met gebruikmaking van vooral economische argumenten en de nadruk op persoonlijke vrijheid en individualiteit. Het gaat daarbij onder meer om prostituees, drugshandelaren, woekeraars, kapitalistische werkgevers, gierigaards, huisjesmelkers, corrupte agenten en straatvervuilers.

Blocks verdediging rust op drie pijlers:

(1) Deze mensen zijn geen geweldplegers en geweld is ook niet inherent aan hun bezigheden.

(2) Zij bieden de samenleving voordeel.

(3) We doen onszelf tekort door deze mensen wettelijk te belemmeren en te vervolgen.

Hieronder vind je een lijst met, per categorie, de omstreden figuren die Block in zijn boek verdedigt:

Seks
De prostituee (m/v). Seks is altijd handel: iedereen die seks heeft, ook binnen een relatie, betaalt daarvoor en laat zich betalen, in liefde, genegenheid of anderszins. Bij prostitutie gaat de handel tegen contant geld; het principe is echter hetzelfde. 

De pooier. Dit is simpelweg een tussenpersoon in seksuele diensten, die de prostituee veiligheid biedt, klanten regelt en zo haar beroepsuitoefening vergemakkelijkt. 

De macho. Gelijke beloning voor gelijke arbeid wordt vaak op onjuiste, oneconomische gronden nagestreefd. Ook kent positieve discriminatie aan vrouwen rechten toe, die dwang voor mannen betekenen, zoals verplichte toelating van vrouwen in bepaalde horecagelegenheden.

Medisch
De drugshandelaar. Antidrugs wetgeving drijft de drugsprijs astronomisch hoog op. Drugshandelaren verhogen het drugsaanbod, verlagen de prijzen en daarmee ook de criminaliteit, vooral onder junkies zonder inkomen. 

De drugsverslaafde. Problemen met drugsverslaving komen door wetgeving en de hoge prijzen als gevolg daarvan, dat bewijzen verslaafde artsen die gratis drugs kunnen krijgen en toch goed functioneren. Tevens worden probleemloze verslaafden ook slachtoffer van (de effecten van) wetgeving, vervolging en onterechte morele veroordeling: ieder mens is baas over eigen lichaam.
 
Roddelaars openbaren ongevraagd geheimen; de afperser (chanteur) biedt tenminste de optie, een geheim te bewaren en mag in ruil daarvoor best geld ragen.
Vrijheid van meningsuiting
De afperser. Roddelaars openbaren ongevraagd geheimen; de afperser (chanteur) biedt tenminste de optie, een geheim te bewaren en mag in ruil daarvoor best geld vragen. 

De lasteraar. Je reputatie is niet je eigendom, want zij bestaat uit andermans gedachten over je, die door iedereen vrij beïnvloed mogen worden. Bij vrijheid van laster en smaad, worden lasteraars trouwens minder snel geloofd en moeten zij hun woorden dan beter onderbouwen. 

De loochenaar van academische vrijheid. Geen enkel beroep kent de vrijheid om wensen van bazen en afnemers te negeren. Academische vrijheid is daarom elitair en bevoordeelt bovendien docenten die het oneens zijn met de (overheids)bazen van het onderwijs. 

De adverteerder. Iedereen adverteert continu met zichzelf, in elke denkbare sociale interactie. Zonder reclame zouden we alle producten en prijzen zelf moeten vinden. Overheden kunnen geen objectieve reclame maken (“onpartijdig informatie verschaffen”), dat bewijst hun slechte reputatie op dit gebied. 

De persoon die “brand!” roept in een vol theater. Men hoeft zo iemand niet op privéterrein te tolereren, maar wetgeving is ook overbodig: theatereigenaren kunnen zelf afwegen of zij zulke mensen toelaten of niet. Men hoeft niet mee te werken, maar ook niet tegen.

Buiten de wet
De illegale taxichauffeur. Wettelijk vaststaande taxiprijzen maken dat chauffeurs de getto’s niet willen bedienen: zij mogen geen risicotoeslag vragen. Illegale chauffeurs zonder (peperdure) vergunning doen dat wel en maken zich nuttig. 
Agenten die tegen betaling afzien van vervolging, doen goed werk, beter dan zonder smeergeld, onredelijke wetten te handhaven.

De zwarthandelaar in kaartjes. Vaste ticketprijzen, doelbewust beneden de marktprijs gezet, vragen om zwarthandel, die ook weer werk oplevert. Eerlijke rijken kan men niet redelijkerwijs verwijten dat alleen zij de dure tickets kunnen betalen. 

De corrupte politieagent. Veel wetgeving straft onschadelijke bezigheden van wederzijds instemmende volwassenen, zoals gokken, drugshandel en prostitutie. Agenten die tegen betaling afzien van vervolging, doen goed werk, beter dan zonder smeergeld, onredelijke wetten te handhaven.

Financieel
De (niet-overheids) valsemunter. Overheden valsemunten zelf door de ontkoppeling van geld en goud. Zij maken grootschalig biljetten en digitale tegoeden bij (inflatie), wat leidt tot dalende koopkracht. Valsemunters dragen bij aan de (terechte) ruïnering van dit systeem. 

De gierigaard. Dalende vraag door (geld)hamsteraars leidt, als ondernemers hier goed op reageren, tot lagere prijzen en daarmee meer koopkracht. Er is dan geen economische schade of recessie. 

De erfgenaam. Met eerlijk verdiend geld is niets mis, met het doorgeven daarvan evenmin. Een 100% belasting op erfenissen leidt tot een hellend vlak van egalitarisme. 

De geldschieter. Maximumrentes benadelen lage inkomens: uitleners kunnen de risico’s niet meer via de rente ondervangen en lenen liever uit aan hoge inkomens, die dan juist nog lagere rentes krijgen. 

De niet-bijdrager aan liefdadigheid. Geld doneren ondersteunt onverantwoordelijke, sociaal onaangepaste mensen. Overheidsliefdadigheid is een bodemloze put en bovendien feitelijk beroving.

Zakenwereld
De nurkse vrek. Eerlijke verkregen eigendom is een steunpilaar in onze samenleving. Onteigeningswetten worden vaak misbruikt door overheden en private ondernemers samen; zij beroven mensen van hun eerlijke bezit. Ook het “algemeen belang” is geen rechtvaardiging in deze. 
 
Ebenezer Scrooge: de klassieke nurkse vrek

De huisjesmelker. Verhuurders willen de hoogste opbrengst tegen de laagste prijs, zoals iedereen. Maximumhuren verlagen het huizenaanbod en verhogen de huren; verhuurders hebben dan nog minder prikkel tot onderhoud omdat men toch wel huurders heeft. 

De gettowinkelier. Zakendoen in getto’s heeft meer risico’s dan daarbuiten. Maximumprijzen en ander overheidsingrijpen, alsmede gelobby en demonstraties, maken de winkels nog schaarser en duurder. 

De speculant. Tijdens overvloed verhogen speculanten de lage voedselprijzen door hun speculatieve vraag, bij schaarste verlagen ze die prijzen, via verhoging van het voedselaanbod door voedselverkoop. Per saldo stabiliseren zij de prijzen. De voedselcrises zelf veroorzaken zij bovendien niet. 

De importeur. Importen leiden niet tot het verdwijnen van banen, maar tot verplaatsing daarvan, tevens tot optimalisatie van kapitaalgoederen, innovatie en omscholing en specialisatie van mensen. 

De tussenpersoon. Zo iemand fungeert hetzelfde als geld: handelspartners met ongelijke producten bij samenbrengen en ruilhandel overbodig maken. Zonder voordeel van tussenpersonen, deden handelspartners dit werk zelf wel. 
 
Per saldo stabiliseren [speculanten] de prijzen Dee voedselcrises zelf veroorzaken zij bovendien niet.
De woekeraar. Winst maken komt door het ontdekken en kleiner maken van een kloof tussen vraag en aanbod. Grote (“woeker”)winsten betekenen de ontdekking van een nog veel grotere kloof en het lenigen daarvan, met even groot voordeel voor de afnemers.

Milieu
De landschapsverpester. Dagbouw heeft een slechte naam, maar is veilig voor mensen, tegenover ondergrondse schachtbouw. Bovendien kan men over de “verpesting” van het landschap twisten: sommigen vinden een kaal of afwisselend uitzicht zelfs mooi. 

De straatvervuiler. Vervuiling vindt men alleen op openbare wegen hinderlijk; op private wegen geldt afval als acceptabel resultaat van het bedrijfsproces, zoals bij restaurants en fabrieken. Private eigenaren voeren bovendien een economische schoonmaakpolitiek. 

Verspillende fabrikanten. Ingebouwde slijtage of gebreken zijn op de vrije markt onmogelijk: een concurrent komt gewoon met een beter product. Kartels van georganiseerde rommelmakers gaan daarom al snel teniet of worden niet eens opgericht.

Arbeid
Het vette kapitalistische zwijn van een werkgever. Uitbuiting van werknemers op de vrije markt is onmogelijk, ook in kartelvorm: onderbetaalde werknemers worden weggelokt en de lonen stijgen tot (vlak onder) de marginale arbeidsproductiviteit. 
 
Je baan is niet je eigendom en zonder afspraak daartoe, is er geen verplichte voortzetting van het dienstverband door de werkgever. Daarom mag hij iemand inhuren als jij staakt.
De stakingsbreker. Je baan is niet je eigendom en zonder afspraak daartoe, is er geen verplichte voortzetting van het dienstverband door de werkgever. Daarom mag hij iemand inhuren als jij staakt. 

De streber. De hoeveelheid werk in de wereld is even onuitputtelijk als dat er menselijke behoeften zijn; van broodroof is geen sprake. Strebers voorzien in meer behoeften en vergroten de capaciteit en de kwaliteit van het menselijk bestaan. 

Werkgevers en kinderarbeid. Wat een kind is, is niet via een arbitrair leeftijdsgetal te bepalen. Wetgeving tegen kinderarbeid miskent dat sommige mensen al vroeg volwassen (in staat tot zelfvoorziening) zijn. Werkgevers maken dat deze jongvolwassenen hun eigen inkomen kunnen verdienen. 
Bovenstaand artikel is met kleine wijzigingen overgenomen uit het Wikipedia-artikel over de Nederlandse vertaling van Walter Block's Defending the Undefendable.

 

Over de auteur

Walter Block is professor economie aan de Loyola University in de V.S.

Als student in 1963 was Block bepaald geen voorstander van vrije markten. Tijdens een bezoek van Ayn Rand aan Brooklyn College daagde Block haar en Nathaniel Branden uit tot een debat met de woorden: "Er is een socialist die met u wil debatteren". Hoe dat verder verliep beschrijft Block in zijn artikel On Autobiography.

Walter Block heeft enorm veel publicaties op zijn naam staan. Defending the undefendable is zijn bekendste werk en is ook in het Nederlands verkrijgbaar.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl