Zielige mensen

Door Henk Steenhuis

2 mei 2008

Waarom zitten 'we' eigenlijk in Afghanistan?

Zijn wij wel bestand tegen Nederlandse soldaten die sneuvelen? De vraag werd in 2005 vaak gesteld, toen de missie naar Afghanistan ter sprake kwam, en menig journalist kende het antwoord al: als de eerste lijkenzakken zouden arriveren, was het afgelopen met de steun van de bevolking. Inmiddels zijn zestien militairen omgekomen, maar het is niet zo dat Nederland in rep en roer is. De vraag is derhalve waar de echte softies zitten – in de media soms?

Ons leger ging als het ware zielige mensen helpen [...] Dat leek een slimme zet, want wie ‘zielige mensen’ in de strijd werpt, heeft hier altijd het laatste woord.
In dit verband dienen we even stil te staan bij de manier waarop Nederlandse politici (vooral van het CDA en de PvdA) de gang naar Afghanistan hebben ‘verkocht’. Het accent van onze activiteiten zou op de wederopbouw van het verwoeste land komen te liggen. Ons leger ging als het ware zielige mensen helpen, en zo werd de bittere pil verguld dat we in NAVO-verband – lees: onder Amerikaans gezag – ten strijde zouden trekken. Dat leek een slimme zet, want wie ‘zielige mensen’ in de strijd werpt, heeft hier altijd het laatste woord. 

Hoe gaat het trouwens met die zielige mensen? Enkele maanden geleden wilde HP/De Tijd in kaart brengen hoe het stond met de zogenaamde wederopbouw. Onze collega Joost Niemöller sprak daartoe met de belangrijke niet-gouvernementele organisaties die in Uruzgan samenwerken met het leger en kwam tot een ontluisterende conclusie: van wederopbouw is geen sprake.

Natuurlijk, her en der wordt geld over de schutting gegooid, maar controle om te zien of het goed terecht komt, is niet mogelijk. Te gevaarlijk.
Wegen aanleggen, ziekenhuizen bouwen, water irrigeren, kunstmest uitdelen, de politie opleiden, waterpompen repareren; het komt er nauwelijks van. Belangrijkste reden? Met de veiligheid is het dermate slecht gesteld dat het te gevaarlijk is dergelijke werkzaamheden te verrichten. Natuurlijk, her en der wordt geld over de schutting gegooid, maar controle om te zien of het goed terecht komt, is niet mogelijk. Te gevaarlijk. Op hoop van zegen dan maar. 

Je zou bijna vergeten dat er nog een andere reden is voor onze militaire aanwezigheid in het verre Azië. In zijn essay Afghanistan of armoe? op pagina 32 betoogt generaal-majoor b.d. A.J. van Vuren deze week dat de NAVO daar in de eerste plaats zit om het land in haar invloedssfeer te brengen. Wij doen daar mee aan een geopolitiek machtsspel, en dat heeft alles te maken met de strategische belangen van Afghanistan. Het gaat om macht en invloed in de regio, en daarbij zijn ook onze belangen in het geding. 

Wij doen [in Afghanistan] mee aan een geopolitiek machtsspel, en dat heeft alles te maken met de strategische belangen van Afghanistan. Het gaat om macht en invloed in de regio.
Deze strijd is een zaak van lange adem. In de zomer van 2007 reisde ik in gezelschap van Van Vuren en van luitenant-generaal Van Uhm (de huidige Commandant der Strijdkrachten) door Afghanistan, en op een avond spraken we in Kandahar met generaal Jacko Page, de Britse commandant van Zuid-Afghanistan. Page (vier sterren) zei: “Dit is een marathon die wel dertig jaar kan duren.”

Dertig jaar? Zo lang kun je zelfs de Nederlandse bevolking niet voor de gek houden. De oplopende verliezen spreken voor zich, en alleen al om die reden zou de regering moeten vertellen wat de ware reden is van ons verblijf daar. In Afghanistan wordt gevochten om de macht, en daarbij zijn ook onze belangen in het geding. Die veel verder reiken dan het wel en wee van de lokale bevolking.

Henk Steenhuis

Dit artikel verscheen eerder als editorial in HP/De Tijd.

Gerelateerde links:
- De kosten van oorlog
- Wat gedijt en wat sterft tijdens oorlog
- Gewonde soldaten over oorlog
- Mises over oorlog
- Onderzoek: Irakezen ervaren mogelijk verdriet wanneer vrienden en familieleden sterven

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl