De milieubeweging is zélf het grootste gevaar - deel 2

Door Václav Klaus

3 april 2008

Vandaag het tweede deel van Václav Klaus' analyse van het gevaar van de milieubeweging als moderne religie. Kijk hier voor het eerste deel.

De afgelopen honderdvijftig jaar hebben socialisten geprobeerd de vrijheid van de mens te vernietigen. Zij deden dat met humaan klinkende leuzen met betrekking tot de mens, ‘sociale gelijkheid’ en eigendom. De ecologisten doen hetzelfde onder het motto van het belang van de natuur en voor een nog hoger, bovenmenselijk goed – denk aan de radicale leuze: ‘Earth First’. Maar in beide gevallen waren (en zijn) deze leuzen alleen een voorwendsel. In beide gevallen gaat het enkel om de macht van de uitverkorenen, waartoe zij zichzelf rekenen, over andere mensen. Het gaat om het opdringen van de enige juiste wereldbeschouwing, om de verandering van de wereld.

[Het gaat ecologisten] enkel om de macht van de uitverkorenen, waartoe zij zichzelf rekenen, over andere mensen.
De Amerikaanse sciencefictonauteur Michael Crichton omschrijft het ecologisme als “een van de machtigste religies van de westerse wereld”: ”Het kent een oorspronkelijk paradijs, een toestand van eenheid met de natuur, de verdrijving uit het paradijs, nadat men de vruchten heeft gegeten van de boom van kennis van goed en kwaad, en het laatste oordeel.” 

Kritiek op het ecologisme wordt tegenwoordig – en niet alleen bij ons in Tsjechië – slechts door een minderheid gedeeld. In het huidige intellectuele klimaat – in het bijzonder in de VS, Europa en bij de Verenigde Naties, worden de sceptici als politiek niet correct beschouwd, waardoor hun opvattingen in de publieke discussie onderbelicht blijven. Maar ze zijn er wel.

Ik noem uit mijn eigen land de minister voor industrie en handel, Martin Ríman, al jaren de belangrijkste anti-ecologist in ons land. Ivan Brezina maakt in zijn artikel “De hogepriester van de opwarmingsreligie is naakt” korte metten met de schijnheiligheid van mensen als Al Gore. Op dezelfde manier ziet ook een andere Tsjechische econoom, Karel Kríž, het ecologisme als een “nieuwe religie”. Hij vraagt zich ironisch af: “Wie draagt de verantwoordelijkheid voor het verdwijnen van de gletsjers in het Boheemse woud en het Reuzengebergte? Het prehistorische volk van de urnenveldencultuur?” 

De Amerikaanse sciencefictonauteur Michael Crichton omschrijft het ecologisme als “een van de machtigste religies van de westerse wereld."
Het conflict met het ecologisme kent nog een ander aspect dat niet onvermeld mag blijven. Zoals sommigen wellicht bekend is, neem ik al geruime tijd stelling tegen de afwijzingvan het rechts-links schema in de politiek. Het suggereren van een zogenaamde “derde weg” impliceert dat het rechts-links conflict voorbij zou zijn. Daarvan is naar mijn idee geen sprake. En wij worden daaraan herinnerd door het verleden en de daarmee verbonden gruwelen. In de periode van fascisme werd namelijk op diezelfde manier geargumenteerd.

Ik ben het eens met Peter Staudenmaier die in zijn boek “De groene vleugel van een nazistische partij en zijn historische voorgangers” stelt: ”De leus waarvoor vele huidige groenen zo opkomen: ’We zijn links noch rechts, we zijn in de voorhoede’, is niet alleen historisch gezien naïef, maar ook politiek fataal.”

Niettemin vraag ik mij af of ik inzake de links-rechts kwestie niet een stap terug moet doen. Ik zou het oorspronkelijke links-rechts schema kunnen verdedigen door een simpele verwijzing naar het feit dat het ecologisme niets anders is dan de moderne belichaming van de traditionele linkse oriëntatie. Maar ik weet niet of dat zou helpen. De betekenis van sommige woorden is nu eenmaal ingeburgerd en het heeft wellicht geen zin om ze opnieuw te definiëren. Maar daarover wil ik nu geen principiële beslissingen nemen.

Per slot van rekening was ook onze strijd in Tsjechië in het begin van de jaren negentig – de strijd tussen de voorstanders van het klassieke liberalisme en de ideologen van ’de burgermaatschappij’ – geen klassiek links-rechts conflict. De niet-liberalen stonden voor een vreemd mengsel van moraliserende stellingen over het gedrag van de mens, zeer verouderde meningen over de markt en andere belangrijke sociaal-economische instituten. Maar er was geen sprake van de klassieke linksigheid.

Een aantal auteurs wijst op het historische verband tussen het ecologisme en andere ideologieën, vooral het fascisme. De genoemde Peter Staudenmaier heeft de zogeheten “groene vleugel” van het Duitse nationaal-socialisme systematisch onderzocht. Hij wees op belangrijke “ideologische raakvlakken”. En hij vestigde de aandacht op de völkische Bewegung, die al in de tweede helft van de negentiende eeuw opkwam en die “het etnocentrische populisme verenigde met het natuurmysticisme”.

De aanhangers van deze beweging beschouwden “de vermeende overdreven betekenis die men aan de mens in het algemeen toekende” als de kwaadaardigste karaktertrek van de Europese burgerlijke beschaving. “De mens was voor hen een onbelangrijk schepsel in vergelijking met de uitgestrektheid van het heelal en de geweldige krachten van de natuur.” Staudenmaier stelt vast, dat door het “mengsel van het etnocentrische fanatisme, de reactie op de afwijzing van het moderne leven en een oprechte interesse in milieuvraagstukken, een ongewoon krachtige brouwsel ontstaat”.

Hij schenkt ook aandacht aan het essay van Ludwig Klages (zie foto), “Mens en de Aarde” uit 1913, dat volgens hem op bijna alle hoofdthema’s van de hedendaagse ecologische beweging vooruit liep. Klages wees op het snelle uitsterven van dier- en plantensoorten, de verstoring van het evenwicht van de mondiale ecosystemen, de ontbossing, de ondergang van inheemse culturen en van de wildernis, de groei van de steden en de toenemende vervreemding van de mens van de natuur. Het werk van Klages is volgens Staudenmaier een “aanval op het rationele denken als zodanig”. Het is voor mij tekenend dat dit stuk in 1980 opnieuw werd uitgegeven als een gewaardeerd en belangrijk werk, dat, zoals ik bij Staudenmaier lees, aan de wieg van de Duitse Groenen had gestaan.


Het is niet mijn bedoeling om historische parallellen uit te vergroten, maar men mag ze toch ook niet negeren. We dienen ons er steeds van bewust te blijven.
Ik beschouw het ecologisme als de belangrijkste anti-liberale, populistische ideologie van onze tijd, die nauwgezette aandacht van liberalen (van de Europese stijl) verdient. Het heeft geen zin om oude, al lang achterhaalde oorlogen te voeren, en te twisten met tegenstanders die niet meer in staat zijn om “een opstand der horden” te mobiliseren. De ecologisten van tegenwoordig zijn daartoe echter wél in staat.

Ik beschouw het ecologisme als de belangrijkste anti-liberale, populistische ideologie van onze tijd, die nauwgezette aandacht van liberalen (van de Europese stijl) verdient.

Een econoom vraagt zich niet af of deze of gene ecologische verandering wel of niet geschiedt. Daarvoor biedt zijn discipline hem geen houvast. Hij richt zich op de vraag in hoeverre verschillende economische factoren daarop van invloed zijn. In het bijzonder wil hij weten hoe deze veranderingen dienen te worden beoordeeld en gewaardeerd. Juist daardoor kan en wil de economie een bijdrage leveren aan de ecologische problematiek. Economen houden zich doelgericht bezig met andere maatschappelijke systemen. Ook niet-economische verschijnselen kunnen het onderzoeksonderwerp van de economie zijn. Het gaat ze om menselijk gedrag.

Ik stel vast dat economen zinvolle inzichten hebben ontwikkeld over de eindigheid van hulpbronnen in het licht van de technische vooruitgang, en dat ze hierin fundamenteel van de ecologisten verschillen. In tegenstelling tot ecologisten vormen economen ook geen politieke beweging .

Het gaat mij niet om een breed opgezette ideeënstrijd, want deze is elders en op een andere manier gaande. Het gaat mij om een aantal elementaire, primair economische stellingen en concepten dat door de voorstanders van de ecologische opvatting meestal worden genegeerd. En hoe ik mij ook inspan, ik ben er nog steeds niet achter of mensen deze opvattingen met opzet negeren of dat het daarbij puur gaat om gebrek aan kennis over beginselen die eeuwenlang bekend zijn.

Václav Klaus

Dit is het tweede deel van een artikel over de milieubeweging dat op 29 maart in het katern 'Letter & Geest' van dagblad Trouw verscheen. Het eerste deel valt hier te lezen.

Václav Klaus is econoom en president van Tsjechië. Dit artikel is een bewerking van het eerste hoofdstuk uit zijn boek “Blauwe planeet in groene kluisters”, dat onlangs bij uitgeverij Quantes verscheen (vertaling Katka Winter-Vajnorská en Johann Grünbauer. ISBN 978-90-5959-049-6. Zie ook www.klaus.cz

 

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl