De milieubeweging is zélf het grootste gevaar - deel 1

Door Václav Klaus

2 april 2008

De president van Tsjechië schreef onlangs een boek tegen wat hij het ‘ecologisme’ noemt, de opvattingen van de huidige milieubeweging. ‘Het is geen toeval dat een groot aantal ecologisten weigert om de mens in het middelpunt van hun wereldbeschouwing te plaatsen.’


Het huidige verhitte en onredelijke debat over het milieu en de opwarming van de aarde is uitgegroeid tot de belangrijkste ideologische en politieke onderwerp van onze tijd. En dat terwijl het zonder twijfel een ’plaatsvervangend’ thema is.

De discussie over de vrijheid van het individu –ik wil beklemtonen dat het niet om een conflict over het milieu gaat – wordt namelijk via de omweg van dit thema gevoerd. Dat geldt vooral voor het ontwikkelde, rijke deel van de wereld en niet voor de minder ontwikkelde en armere landen, waar de mensen meestal meer met alledaagse zorgen worstelen. Maar juist de armere landen in dit conflict zullen aan het kortste eind trekken. Zij worden gegijzeld door milieuactivisten die een afremming van de menselijke vooruitgang bepleiten. De armsten zullen daarvan het slachtoffer worden.
[De arme landen] worden gegijzeld door milieuactivisten die een afremming van de menselijke vooruitgang bepleiten.

De klassieke liberalen – een uitstervende mensensoort – hebben gelijk als ze stellen dat de grootste bedreiging voor vrijheid, democratie, markteconomie en welvaart niet meer uitgaat van het socialisme. En al helemaal niet van zijn extreme vorm, die wij als het communisme aan den lijve hebben ondervonden. Nee, de grootste bedreiging gaat uit van een ambitieuze, arrogante en soms gewetenloze ideologie van de milieubeweging. Die is misschien ooit met de beste bedoelingen aan het milieuthema begonnen, maar heeft zich gaandeweg ontpopt als een ecologisme  dat nog maar weinig met het milieu heeft te maken. Het is een wereldbeschouwing die radicaal en tegen elke prijs de wereld wil veranderen, ook als dat ten koste gaat van de vrijheid van het individu of zelfs mensenlevens. Het is een ideologie die de mens, zijn gedrag, de maatschappelijke orde en het waardensysteem wil veranderen. Kortom: alles.

Om de lezer niet op de gedachte te brengen dat ik mij met de natuur- en milieuwetenschappen bemoei, zou ik willen beklemtonen dat het ecologisme niets heeft te maken met de natuurwetenschappen en al evenmin met de sociale wetenschappen, ook al beweegt het zich op die terreinen. In dit verband getuigt het ecologisme van (somige) natuurwetenschappers van grote argeloosheid. Op het terrein van hun eigen discipline passen zij wetenschappelijke principes strikt toe, maar zij vergeten deze zodra ze het ecologische pad opgaan.

Hoewel het ecologisme wetenschappelijke pretenties heeft, is het in wezen een metafysische ideologie, die weigert de wereld, de natuur en de mensheid te zien zoals ze zijn. Het ecologisme weigert de natuurlijke evolutie te erkennen en verabsoluteert de huidige toestand van natuur en wereld. Bij deze opvatting beroept het zich op een onaantastbare norm, waarvan elke afwijking als fatale bedreiging wordt voorgesteld.
[D]e grootste bedreiging [voor vrijheid] gaat uit van een ambitieuze, arrogante en soms gewetenloze ideologie van de milieubeweging.

In een lezing die Al Gore enige tijd geleden in New York hield, stelde hij uitdrukkelijk dat ”we met een planetaire catastrofe worden geconfronteerd”. En als we daar de komende tien jaar niets tegen doen, dan zal er een “onafwendbare verstoring van de leefbaarheid van onze planeet” plaatsvinden. Bij dit soort uitspraken wordt vergeten dat gedurende de gehele geschiedenis de planeet – de vorm van het vasteland, de wateren, de samenstelling van de flora en fauna, de ontwikkeling van de atmosfeer – aan voortdurende veranderingen onderhevig is geweest. En dat gebeurde zowel onder invloed van ingewikkelde endogene, natuurlijke processen, als van exogene factoren die door ons niet te beïnvloeden zijn, zoals de werking van de zon.

De laatste duizenden jaren is ook de mens een factor geworden. De ecologisten – en dat is eigenlijk wel symbolisch – beschouwen de mens uiteindelijk als een exogene factor. Door menselijke activiteiten veranderden het landschap, de toestand van flora en fauna en deels het plaatselijke klimaat. Tegelijkertijd is het onduidelijk hoe belangrijk de werkelijke invloed van de mens hierop is, of is geweest op de veranderingen die zich hebben voltrokken – met uitzondering van locale veranderingen. 


Zouden de huidige criteria van ecologisten op de verschillende fasen in de ontwikkeling van de mensheid worden toegepast, dan zouden we tot de conclusie moeten komen dat wij getuige en oorzaak zijn van een permanente ecologische catastrofe. Wij hebben immers de oorspronkelijke biotopen en cultuurlandschappen veranderd, de oorspronkelijke flora en fauna verdrongen en in agrarisch cultuurlandschap omgezet.
Ecologisten hangen een anti-menselijke ideologie aan.

Het gezonde verstand leert ons dat dit onzin is. Het rooien van oerbossen in onze contreien was vanuit het gezichtpunt van de ecologisten ongetwijfeld een verschrikkelijke milieucatastrofe, maar daarvoor in de plaats kwam ons huidige cultuurlandschap, dat niet alleen om esthetische redenen een meer dan aanvaardbare schadeloosstelling vormt.

Ecologisten hangen een anti-menselijke ideologie aan. Als fundamentele oorzaak voor de problemen van de wereld zien zij de verbreiding van het species homo sapiens. Als gevolg van de ontwikkeling van zijn intellect en vermogen om de natuur te veranderen en te gebruiken voor de expansie van zijn soort, heeft de mens zich ontworsteld aan de traditionele beperkingen van de natuur. Het is geen toeval dat een groot aantal ecologisten weigert om de mens in het middelpunt van hun wereldbeschouwing te plaatsen.

Je kunt van mening verschillen of de term antropocentrisme een correcte en toepasselijke kwalificatie is voor de tegenovergestelde opvatting, maar het vormt een onlosmakelijk onderdeel van mijn eigen opvattingen.
Er bestaat geen vooraf bepaalde optimale toestand van de wereld, die wij zouden moeten beschermen. De toestand van de wereld is het resultaat van een interactie tussen een enorm aantal kosmische, geologische, klimatologische (en vele andere) factoren, inclusief elementen van de levende natuur, die altijd op zoek is naar de beste voorwaarden voor haar reproductie.
De houding van de ecologisten ten opzichte van de natuur lijkt veel op de Marxistische opvattingen over de wetten van de economie.

De houding van de ecologisten ten opzichte van de natuur lijkt veel op de Marxistische opvattingen over de wetten van de economie. Ook zij pogen de spontaniteit van de ontwikkeling van de wereld door een beweerde optimale, centralistische of – zoals men tegenwoordig zegt – door een mondiaal geplande ontwikkeling van de wereld te vervangen. Evenals andere utopieën, is deze alleen te verwezenlijken door het beperken van de vrijheid, en door het dictaat van een kleine minderheid, die haar wil oplegt aan de overgrote meerderheid.

Het gaat natuurbeschermers om het opwekken van onbehagen door te wijzen op een gevaar van onvoorstelbare omvang. Daarbij dient de actualiteit van de bedreiging op geloofwaardige wijze over het voetlicht te worden gebracht. Als het lukt om een dergelijke sfeer te creëren, volgt daaruit een noodzaak tot handelen, en wel snel en onmiddellijk. Daarbij mag men zich niet door kleinigheden laten hinderen. Onderzoek naar de kosten van de benodigde maatregelen is overbodig geworden. Ook de langzame procedures van de parlementaire democratie dienen opzij te worden gezet.

We moeten niet wachten totdat de gemiddelde burger begrijpt wat er aan de hand is, maar onmiddellijk beslissingen nemen – waarbij natuurlijk degenen die weten waar het om gaat, bepalen wat er dient te gebeuren. 

Het is geen toeval dat het ecologisme zich eerst richtte op de kwaliteit van het water in de rivieren en meren en op de smog in de industriële gebieden. Vervolgens ging de aandacht uit naar de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen (het eerste rapport aan de Club van Rome: ‘Grenzen aan de groei’). In navolging van Thomas Robert Malthus kondigde het een bevolkingsexplosie aan. Het richtte zich voorts op DDT, pesticiden en andere chemische stoffen en verbindingen. Het ontdekte de zure regen, waarschuwde voor het uitsterven van dier- en plantensoorten, smeltende gletsjers, het rijzen van de zeespiegel, het gevaar van het zogenoemde ozongat en uiteindelijk het broeikaseffect en de opwarming van de aarde.

Enkele van deze verschijnselen raakten snel in de vergetelheid, omdat zij door menselijk handelen effectief werden opgelost. 

Václav Klaus

Dit is het eerste deel van een artikel over de milieubeweging dat op 29 maart in het katern 'Letter & Geest' van dagblad Trouw verscheen. Kijk hier voor het tweede deel.

Václav Klaus is econoom en president van Tsjechië. Dit artikel is een bewerking van het eerste hoofdstuk uit zijn boek “Blauwe planeet in groene kluisters”, dat onlangs bij uitgeverij Quantes verscheen (vertaling Katka Winter-Vajnorská en Johann Grünbauer. ISBN 978-90-5959-049-6. Zie ook www.klaus.cz 

Gerelateerde links:
- Artikelen over klimaatverandering
- Artikelen over de milieubeweging
- Julian Simon: Wedden dat alles steeds beter gaat?
- Mythes over het milieu
- Klimaat in wonderland
- Klimaatverandering - de ontrafeling van een dogma
- Kyoto: de illusie van het maakbare klimaat
- The Skeptical Environmentalist
- Scepsis inzake opwarming van de aarde
- Verhandelbare CO2-emissierechten
- Liever eigendomsrechten voor armen dan 'Johannesburg'
- Eco-imperialisme bedreigt Derde Wereld
- Wat kost het redden van een mensenleven?
- Stichting Heidelberg Appeal: De broeikasdreiging: realiteit of mythe? (in PDF)

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl