“De overheid is een handelaar in gestolen goederen, en elke verkiezing is een soort van vooruitgeschoven veiling van die goederen”
H.L. Mencken

Het gaat om macht, het gaat om geld…

Door Gerben Olmen

26 mei 2002

In deze dagen wordt heftig gediscussieerd over de verantwoordelijkheid die de gevestigde politieke partijen dragen voor de moord op Fortuyn. Hebben zij een 'klimaat' gecreëerd, waarbinnen het net een tikkie minder erg werd om Fortuyn te vermoorden om zijn politieke ideeën? Of was het de daad van een individu, een psychopaat? De meerderheid van Nederland lijkt te neigen naar het tweede standpunt. In Nederland moet immers alles altijd gezellig blijven, ook de politiek. LPF-voorzitter Langendam werd getrakteerd op zeer scherpe kritiek omdat hij het had gewaagd een link te leggen tussen de moord en de haatcampagne van PvdA, GroenLinks en D66.

Ook ik ben voor gezelligheid. Maar er is in Nederland iemand vermoord om wat hij zei. Ook ik ben voor verzoening, maar waarom hoor ik Thom de Graaf zijn verontschuldigingen nu niet aanbieden over zijn Anne Frank-uitspraken? Ook ik wil graag verder zonder rancune, maar niet als alles bij het oude blijft…

Extreem-links en gewoon links
Sinds jaar en dag wordt extreem-links geweld getolereerd in Nederland. Of het nou ging om de terreurgroep RaRa en haar nooit opgehelderde brandstichtingen, het kraakpand Vrankrijk (wat een ETA-schuilplaats en een staat-in-een-staat is en waar de hoofdstedelijke politie zich niet durft te vertonen), de afpersingen van Greenpeace, de overval op de CD-bijeenkomst in Kedichem (1986), waarbij de partner van Janmaat een been verloor: telkens toonde de linkse overheid zich van haar lankmoedigste kant. Een houding die slechts één onuitgesproken overtuiging leek te uit te dragen: links geweld is minder erg dan rechts geweld, want het zijn idealisten die het doen. (En bovendien: ook burgemeester Cohen wil 's nachts rustig kunnen slapen.)

Op een perverse (want nooit erkende) wijze hebben de extreem-linkse groepen als AFA (anti-fascistische actie - niet: woorden, nee: actie) en de Internationale Socialisten zich ontwikkeld tot de handlangers van gewoon links. Niet dat er een directe hiërarchische lijn valt waar te nemen: mijn stelling is dat het de linkse machthebbers goed van pas kwam dat het Nederlandse volk niet durfde te zeggen waar het op stond, op straffe van fysieke intimidatie door de extreem-linksen. Door de centrale macht in Den Haag benoemde burgemeesters verboden bijeenkomsten van extreem-rechts, onveranderlijk gretig gebruik makend van het argument dat dit wel eens tot gewelddadige tegenreacties van links zou kunnen leiden. (Ik sympathiseer niet met deze extreem-rechtse groeperingen, die overigens meestal te dom zijn om echt gevaarlijk te kunnen zijn, maar feit is dat in een echte democratie legale partijen legale bijeenkomsten moeten kunnen houden, van welke signatuur ze ook zijn.

Negen februari 2002: Het Interview
Op 9 februari van dit jaar dachten de linkse machthebbers Fortuyn definitief onschadelijk te kunnen maken. Fortuyn kreeg van een Volkskrant-journalist de vraag voorgelegd welk grondwetsartikel hij liever zou willen afschaffen: artikel 1 (anti-discriminatie) of artikel 6 (vrijheid van meningsuiting). Argeloos (of niet?) antwoordde de openhartige Fortuyn dat hij dan zou kiezen voor artikel 1: laat een ieder maar zeggen wat hij wil. Op 9 februari kopte de Volkskrant dat Fortuyn discriminatie wilde legaliseren.
Geëxalteerd hezen de linkse voormannen zich achter hun katheder: nu zouden ze die 'relnicht' (kamerlid Bert Bakker, D66) definitief wegzetten als een Nazi, afserveren zoals ze met Janmaat hadden gedaan. Van Fortuyn zou, zo dachten ze, vervolgens niets meer worden vernomen - hooguit een verongelijkte ingezonden brief vanuit Italië, na de verkiezingen. En eenieder die het zou wagen hem nog te steunen kon een AFA-behandeling krijgen als rechts-extremist. Dat laatste zeiden ze er natuurlijk niet bij, maar de boodschap was duidelijk: wie Fortuyn nu nog steunt is een onfatsoenlijk mens en mag als zodanig worden behandeld.

De zondagavond na Het Interview was Fortuyn te gast bij Netwerk. Tegenover een verongelijkte, bekkentrekkende Fons de Poel bleef Fortuyn ontspannen en legde uit hoe het gegaan was. Hij nam geen woord terug van het interview, maar overtuigde velen van zijn goede bedoelingen.

Fortuyn had terug kunnen vechten en was onverwachts overeind gebleven. Maar de toon was gezet.

Zes maart 2002 en daarna: Verkiezingen en college-vorming in Rotterdam
Waarom was Fortuyn zo ongelooflijk gevaarlijk voor de Linkse Burcht? Zeker, men heeft hem een racist, een Nazi, een fascist genoemd. Maar in mij ogen is er een geheel andere reden waarom Fortuyn de Linkse Burcht op haar fundamenten deed schudden. Een reden die helemaal niets te maken heeft met Fortuyns opvattingen over immigratie en vreemdelingenbeleid. Dat de linkse machthebbers steeds weer over dit onderwerp begonnen, was om te voorkomen dat over dat andere, voor hen veel gevaarlijker issue werd gesproken.
Dat issue was Fortuyns intentie de bureaucratie fors te reduceren. Veel mensen hebben zoiets van: wie kan er nou voor bureaucratie zijn, geen mens toch? Wat deze mensen niet zien is dat de bureaucratie in Nederland een onderdeel is van de Linkse Burcht. Sterker, het is de essentie van het machtssysteem dat Links de laatste 15 jaar heeft opgebouwd.
PvdA-leden zijn er al sinds lange tijd aan gewend dat ze niets te vertellen hebben bij inhoudelijke beslissingen of benoemingen binnen hun partij. Waarom dan toch PvdA-lid worden? Nou gewoon, omdat het een aardig baantje kan opleveren. Wie bij een ministerie als dat van Onderwijs of Milieu solliciteert naar een functie op pak-em-beet schaaltje 14 of hoger kan maar beter zijn linkse partijkaart bijvoegen, anders kun je je de moeite en porto-kosten beter besparen. Af en toe is er een GroenLinkser of D66'er aan de beurt, maar in het algemeen is het de PvdA die de maat slaat. Dat is zo bij burgemeestersbenoemingen, ministeries, omroepen en de quartaire (gesubsidieerde) sector.
En als er geen baantje te winnen is, dan is er wel een subsidie te verdienen. Zo kom ik op de spectaculaire verkiezingswinst van Leefbaar Rotterdam en de revolutionaire formatie van een nieuw college. Vrijwel de gehele oude gemeenteraad bestond ter linkerzijde uit mensen die tevens functies vervulden bij door diezelfde gemeente - direct of indirect - gesubsidieerde instellingen. Begrijpt u dat lezer? Ik zeg het nog een keer:

De linkse fracties in de raad van Rotterdam bestonden vrijwel uitsluitend uit mensen die over hun eigen subsidieaanvragen konden beslissen.

Hebt u wel eens overwogen om in de gemeenteraad te gaan zitten? Misschien hebt u toen gedacht: mijn baas vindt het vast niet goed als ik parttime ga werken. Staat u mij toe u dan te zeggen: u bent een onnozele hals, m'n beste! De gemeenteraad is aan u niet besteed, laat staan het parlement. Een beetje gisse jongen/meisje laat zich gewoon fulltime betalen door een werkgever die weet dat hij/zij voor hem het subsidiegeld binnenhaalt. Corruptie? Bewijs het maar eens, fascist!
Weet u nog met hoeveel hoon Fortuyn overladen werd toen hij mededeelde dat hij - indien gekozen - slechts één dag in de week zou besteden aan zijn raadswerk? Dat kon toch helemaal niet? Ik was erbij toen Fortuyn aandacht vroeg voor deze hoon, omdat het aangeeft dat de Nederlandse 'democratie' er niet is voor gewone burgers, maar voor zakkenvullers die het mandaat van de kiezers verkwanselen voor baantjes of subsidies, die afgevaardigd worden door hun werkgever om subsidie binnen te halen.

Kortom, de door de Nederlandse belastingbetaler bekostigde bureaucratie en het subsidiecircuit waren verworden tot het bloed in de aderen van de linkse machtspolitiek, met het Torentje als pompend hart. En Fortuyn symboliseerde niet alleen een dreigend hartinfarct, maar ook een dodelijke bloedarmoede. Daarom was het nieuwe Rotterdamse college van B&W een revolutie op plaatselijk niveau. Voor het eerst beslissen nu mensen over subsidies die geen banden hebben met subsidie ontvangende organisaties.

Conclusie
Ik zeg niet dat men Fortuyn heeft laten vermoorden. Maar wel dat duizenden subsidie-opstrijkers (ook bij milieugroepen!) en baantjesjagers in hem een dodelijke vijand zagen. Niet abstract, maar concreet: die mensen wisten dat als Fortuyn iets te zeggen zou krijgen, zij dan een gerede kans liepen letterlijk op straat te komen staan; dat ze zouden moeten solliciteren in omgevingen die minder gevoelig zijn voor flauwekul-praatjes en pluimstrijkerij. Reken maar dat zulke mensen daar letterlijk slapeloze nachten van hebben gehad, en dat de mensen op de sleutelposities zich echt niet geroepen voelden om Fortuyns persoonlijke veiligheid te waarborgen (minister De Vries). Ik kan het niet bewijzen natuurlijk, maar terwijl ik dit schrijf denk ik: als toen iemand uit het centrum van de macht aanwijzingen zou hebben gekregen van de inlichtingendiensten dat een gek Fortuyn wilde vermoorden, had die toen misschien niet gedacht: wat in Rotterdam is gebeurd kan en mag niet op landelijk niveau gebeuren. Het ging om zoveel macht, zoveel geld…

Wat wel vaststaat: op 9 februari werd de toon van haat en banvloek gezet, en vanaf 6 maart steeg de angst zo hoog dat men er weinig voor voelde de opgeklopte haat weg te nemen - integendeel. Het extreem-linkse geweld van onschuldiger aard, de taartsmijterij, werd al te gretig 'grappig' gevonden door de gevestigde politiek en media. Al te opzichtig probeerde men Fortuyn-aanhangers de Janmaat-behandeling te geven, die immers in het verleden zo goed had gewerkt om het klootjesvolk onder de duim te houden.

Schuldig? Waarschijnlijk niet. Medeverantwoordelijk? Zeker wel!

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl