De ontwikkeling van India

Door Johan Norberg

15 februari 2008

In tegenstelling tot China is India al sinds zijn onafhankelijkheid in 1947 een democratie, maar het is toen wel de weg opgegaan van een strikt gereglementeerde economie.

De regering investeerde in grootschalige industrie, beschermd door strenge import- en exportbeperkingen, met het oog op economische zelfvoorziening. Dat draaide uit op een wel erg duur fiasco. ledere economische activiteit raakte verstrikt in een web van regels en vergunningen die je haast niet te pakken kon krijgen zonder gebruik te maken van kruiwagens of steekpenningen. Iedereen die zaken wilde doen, moest ambtenaren voor zich zien te winnen, maar als dat na veel tijd en moeite gelukt was, kregen ze verder wel bescherming tegen andere concurrenten. De economische groei kon de bevolkingsgroei nauwelijks bijhouden en de groep die onder de armoedegrens viel, liep op van 50% ten tijde van de onafhankelijkheid tot 62% in 1966.

Halverwege de jaren '70 begon India zijn economie te herschikken. Uitsluiting en zelfvoorziening werden vervangen door de betrouwbaarheid van India als leverancier van werkkrachten voor de arbeidsintensieve industrie. In de loop van de jaren '80 kwam er een versnelde groei en een vermindering van de armoede. Maar deze uitbreiding was aangezwengeld met geleend geld, wat tot een diepe crisis leidde in het begin van de jaren '90.

In '91 begon de regering met hervormingen om de financiële situatie weer vlot te krijgen: ze stonden open voor handel en buitenlandse investeringen en zongen de lof van concurrentie en ondernemingsgeest. Heffingen die gemiddeld opliepen tot 87% werden verminderd tot 27%. De economie werd tijdens drie opeenvolgende regeringen bevrijd van allerhande beperkingen, ook al ging het iedere keer om heel verschillende coalities.
 

'De aangroei van de bevolking is met 30% gedaald sinds het eind van de jaren '60 en de gemiddelde levensverwachting is verdubbeld van zowat 30 na de onafhankelijkheid tot 60 jaar vandaag.'
Er moeten nog een heleboel hervormingen worden doorgedrukt voor je India een echte vrijemarkteconomie kunt noemen, maar er is al heel veel bereikt door een meer productief gebruik van de middelen van het land. Sinds het begin van de hervormingen kent India een gestage stroom van buitenlandse investeringen en de groei bedraagt jaarlijks tussen de 5 en 7%. De groep inwoners die onder de Indiase armoedegrens zitten is nu teruggelopen tot ongeveer 32%. Die daling zette zich het snelst door na de liberaliseringen.

Tijdens de hervormingsjaren van 1993 tot '99 daalde de armoede met 10% eenheden. Als die daling er niet was geweest, zouden ruwweg 300 miljoen meer Indiërs vandaag arm zijn. De aangroei van de bevolking is met 30% gedaald sinds het eind van de jaren '60 en de gemiddelde levensverwachting is verdubbeld van zowat 30 na de onafhankelijkheid tot 60 jaar vandaag.'

De helft van de arme gezinnen in India bezit een klok, en tweederde heeft een radio in huis. Toch zijn er verschillen in de ontwikkeling, afhankelijk van de mate van hervorming in de verschillende Indiase staten. Grote delen van het platteland - en dat is de plek waar de armen wonen - konden nog niet genieten van echte liberaliseringsmaatregelen. Daar is de armoede stabiel gebleven.

Tegelijk hebben vooral de zuidelijke staten - Andhra Pradesh, Karnataka en Tamil Nadu - bijzondere vooruitgang geboekt dankzij liberalisering. In die staten lag de groei boven het nationaal gemiddelde, soms zelfs dicht in de buurt van een ongelooflijke 15% per jaar. Zij zijn het ook die de meeste investeringen aantrekken, zowel vanuit het buitenland als uit de rest van India.

Binnen de economie heeft de informatietechnologie voor een waar mirakel gezorgd, wat onder meer een jaarlijkse 50% groei in de software sector voor gevolg had. In Andhra Pradesh opende Microsoft zijn eerste ontwikkelingscentrum buiten de Verenigde Staten. 
 
'In verscheidene staten (Andhra Pradesh, Maharashtra) is de armoede sinds het eind van de jaren '70 met 40% gedaald, terwijl in niet-geliberaliseerde staten als Bihar en Uttar Pradesh nagenoeg geen verbetering merkbaar is.'
De economische groei heeft ook zijn stempel gedrukt op de sociale ontwikkeling. De staten met verder doorgedreven hervormingen presteren gemiddeld beter op het vlak van medische zorg en onderwijs en hebben ook het snelst resultaten geboekt in de strijd tegen zuigelingensterfte en analfabetisme. De meisjes, die vroeger nauwelijks enige vorm van onderwijs genoten, halen de jongens nu in wat schoolbezoek betreft. In verscheidene staten (Andhra Pradesh, Maharashtra) is de armoede sinds het eind van de jaren '70 met 40% gedaald, terwijl in niet-geliberaliseerde staten als Bihar en Uttar Pradesh nagenoeg geen verbetering merkbaar is.

Het Indiase kastensysteem - een vorm van apartheid - waardoor mensen onderverdeeld, gewogen en behandeld worden aan de hand van hun afkomst, mag dan wel officieel afgeschaft zijn, maar het houdt hardnekkig stand. Vooral binnen de plaatselijke gemeenschap worden mensen van een lagere kaste behandeld als een inferieur ras met minder rechten dan andere mensen.

Dat systeem is nu stilaan aan het verdwijnen omdat een onbevooroordeelde markt de beste arbeiders inhuurt in plaats van mensen uit een 'goede' familie. In steeds meer plaatsen nemen 'onaanraakbaren' voor het eerst deel aan vergaderingen van de dorpsraad. In plaats van het kastensysteem te consolideren zet de regering antidiscriminatiecampagnes op. India heeft inmiddels zelfs een onaanraakbare als president gehad.

Deze tekst is afkomstig uit de Nederlandse vertaling van In defense of global capitalism. Helaas is alleen de Engelse versie nog te koop. 

Gerelateerde links:
Artikelen van Johan Norberg over globalisering en kapitalisme
- Waarom kapitalisme werkt, video
- Globaliseringslezing van Johan Norberg, audio
- Trade not aid
- Interne tariefmuren kwellen Afrika
- Globaliseringsspecial

Over de auteur

Johan Norberg is schrijver van het boek "Leve de Globalisering" en sinds februari 2006 Senior Fellow aan het Centre for a New Europe.

Norberg werd in 1973 geboren in Stockholm. Na een korte flirt met het anarchisme tijdens zijn middelbareschoolperiode raakte hij aan de universiteit van Stockholm (hij studeerde filosofie, literatuurwetenschappen en politieke wetenschappen) steeds meer geïnteresseerd in de theorieën van liberale filosofen als John Locke en sloot hij zich aan bij het libertijnse netwerk Vrijheidsfront, dat zich onder meer bezighield met het onderdak bieden aan illegalen.

Op zijn twintigste schreef hij al zijn eerste pro-globaliseringsessay. Na zijn studie kon hij aan de slag bij het Timbro-instituut, een prestigieuze liberale denktank. Op zijn 27ste schreef hij, als antwoord aan de anti-globalisten met wie hij vaak in debat ging, Till världskapitalismens vörsfar - letterlijk: ter verdediging van het wereldkapitalisme - dat in zes talen vertaald werd en zeer lovende kritieken kreeg in de internationale pers, niet alleen omdat het indrukwekkend gedocumenteerd is, maar ook vanwege de persoonlijke ervaring die Norberg opdeed tijdens reizen door Azië en Afrika.

Sindsdien is hij een veelgevraagd spreker bij debatten over globalisering overal ter wereld. Onlangs maakte hij op uitnodiging van het Britse tv-station Channel Four een documentaire over zijn boek. Johan Norberg woont in Stockholm met zijn vriendin Sofia.

Johan Norberg's website

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl