Koopt allen bij H&M! Of niet?

Door Redactie

3 december 2007

Het Parool meldt dat de modeketen H&M onder vuur ligt omdat het gebruik zou maken van kinderarbeid in Oezbekistan.

AMSTERDAM - Kleding van Hennes & Mauritz wordt gemaakt van katoen die is geplukt door onderbetaalde kinderen uit Oezbekistan. Die beschuldiging komt van het Zweedse actualiteitenprogramma Agenda.

H&M zou kleding betrekken van Aziatische leveranciers die katoen kopen in Oezbekistan. Volgens mensenrechtenorganisaties werken tijdens het plukseizoen circa een half miljoen Oezbeekse kinderen in de katoenteelt. De opbrengsten vloeien goeddeels in de zakken van de kliek rond de autoritaire president Islam Karimov.

H&M erkende in de uitzending dat het concern weet waar de katoen vandaan komt. Volgens het concern is het onmogelijk 'besmet katoen' volledig uit te bannen.

De affaire is pijnlijk voor H&M, dat sinds vorig jaar is aangesloten bij de Fair Labor Association, een onafhankelijke organisatie die onderzoek doet naar arbeidsomstandigheden. Ook kent het een gedragscode voor toeleveranciers en heeft het controleurs in dienst die op de naleving moeten toezien.

Weinig mensen zien jonge kinderen graag zwaar werk doen tegen een karig loon. Liever hebben we dat kinderen naar school kunnen gaan en de tijd en ruimte en middelen hebben om hun talenten te ontwikkelen. Maar als we wetten maken om kinderarbeid af te schaffen, dan hebben we daarmee nog niet het ideaal bereikt dat we willen bereiken. Immers, de kinderen werken niet voor niets in de fabrieken of op het land: zonder inkomen van hun werk, hoe gering dan ook, zal het alleen maar moeilijker worden om te overleven en zullen ze hun toevlucht moeten nemen tot de bedelarij, criminaliteit of prostitutie. Bart Croughs schreef hier eerder over:

Het lijkt erop dat de kinderarbeidbestrijders lijden aan een bijzondere vorm van magisch denken. De onuitgesproken vooronderstelling van alle boycots en verboden luidt dat wanneer een kinderarbeider in de Derde Wereld zijn werk verliest, het ontbrekende inkomen op mysterieuze wijze vanzelf wordt aangevuld. De arme ouders, die voorheen niet konden rondkomen zonder de bijdrage van het kind, zullen na ontslag van het kind ineens wel voldoende geld hebben om rond te komen en het kind naar school te sturen.

Wie graag iets wil betekenen voor de arme kinderarbeiders in de Derde Wereld, en wie niet in sprookjes gelooft, doet er goed aan om indien mogelijk bij bedrijven te kopen die met kinderarbeid werken. En bedrijven die onder druk van actiegroepen geen gebruik meer maken van kinderarbeid dienen uiteraard geboycot. Weg met Ikea!

En Robert Hessen schreef in een artikel over kinderarbeid tijdens de Industriële Revolutie dat alleen economische vooruitgang een einde aan kinderarbeid heeft gemaakt. Simpwelweg wetten tegen kinderarbeid aannemen zal het lot van kinderen alleen maar zwaarder maken.


Wetten op de kinderarbeid
Het was op aandrang van hun eigen ouders dat de kinderen in de fabriek gingen werken. Ze maakten er zeer lange werkdagen, maar het werk zelf was dikwijls erg gemakkelijk - meestal alleen maar het bedienen van een spinmachine of weefgetouw, en het opnieuw vastknopen van de draden die gesprongen waren. Het was niet ten behoeve van dergelijke kinderen dat er een campagne voor de invoering van een fabriekswetgeving werd opgezet.

De eerste wet op de kinderarbeid in Engeland (1788) regelde de arbeidsuren en de arbeidsvoorwaarden van die ongelukkige kinderen die als schoorsteenvegers werden tewerkgesteld - een vies en gevaarlijk werk, dat reeds lang voor de Industriële Revolutie bestond en derhalve niets met de fabrieken te maken had. De eerste wet die van toepassing was op kinderen die in fabrieken werkten was bedoeld om diegenen te beschermen, die praktisch aan slavernij werden overgeleverd door de gemeentelijke autoriteiten, dat wil zeggen, door een overheidslichaam: het betrof in de steek gelaten bedeelde kinderen of wezen, die dank zij de armenwet onder de wettige voogdij van de gemeentelijke armenzorg vielen, en door functionarissen van deze armenzorg, in ruil voor een karig bestaan, als onbetaalde leerlingen werden uitbesteed.

De arbeidsvoorwaarden en sanitaire voorzieningen waren, naar algemeen wordt erkend, het beste verzorgd in de grotere en nieuwere fabrieken. Naarmate er tussen 1819 en 1846 steeds meer fabriekswetten werden aangenomen, die steeds grotere beperkingen oplegden op de tewerkstelling van kinderen en minderjarigen, gingen de eigenaars van de grotere fabrieken, die steeds vaker bezoek kregen van streng controlerende fabrieksinspecteurs, er steeds meer toe over om de kinderen liever maar te ontslaan dan voortdurend opnieuw te worden onderworpen aan allerlei ingewikkelde, arbitraire en steeds weer veranderende voorschriften betreffende de tewerkstelling van kinderen. Het gevolg van deze wettelijke interventie was dat de aldus ontslagen kinderen, wilden ze in leven blijven, gedwongen waren om uit te zien naar allerlei baantjes in de kleinere en oudere fabrieken, waar de arbeidsvoorwaarden, de sanitaire voorzieningen en de veiligheid op een veel lager peil stonden. Zij die er niet in slaagden een nieuw baantje te vinden werden aldus gereduceerd tot dezelfde status die hun voorgangers een eeuw tevoren hadden bekleed, dat wil zeggen, tot het verrichten van ongeregelde seizoenarbeid op het land, of nog erger, tot - om met de woorden van professor von Mises te spreken -'het onveilig maken van het land als vagebonden, bedelaars, zwervers, dieven en prostituées.'

Het waren niet de overheidsmaatregelen die aan de kinderarbeid een eind maakten; aan de kinderarbeid kwam pas een eind, toen het voor de kinderen economisch niet langer nodig was om lonen te verdienen teneinde in leven te blijven - toen het inkomen van hun ouders voldoende werd om in hun levensonderhoud te voorzien. De bevrijders en weldoeners van die kinderen waren niet de wetgevende instanties of de fabrieksinspecteurs, maar de fabrikanten en de financiers. Hun inspanningen en investeringen in nieuwe machines leidden tot een stijging van de werkelijke lonen, tot een steeds groter wordende overvloed van goederen tegen steeds lagere prijzen, en tot een ongekende verbetering van het algemene levenspeil.

Natuurlijk is het een grof schandaal dat 2 eeuwen na de Industriële Revolutie er wereldwijd nog steeds miljoenen kinderen zijn die dagelijks vele uren moeten werken simpelweg om te kunnen overleven, maar dit is niet de fout van het kapitalisme. Oezbekistan en allerlei landen waarin zware kinderarbeid nog een gewone zaak is, worden bestuurd door corrupte en socialistische politici die door hun beleid zichzelf verrijken en de bevolking de kans ontnemen om iets van hun leven te maken. Tegen die situatie, tegen socialisme en corruptie, zouden de protesten zich moeten richten. Zoals Johan Norberg bepleit in zijn artikel over sweatshops in Vietnam zouden actievoerders niet zozeer tegen kinderarbeid moeten demonstreren, hoe gruwelijk het ook kan zijn, maar voor de vrije markt, voor het kapitalisme dat wanneer het de mogelijkheid krijgt en niet door politici wordt tegengehouden in rap tempo een einde zal maken aan kinderarbeid.


De echte boosdoener, de Oezbeekse president Karimov
Met een groeiende productiviteit is het voor Vietnam eveneens mogelijk om te investeren in onderwijs en gezondheidszorg. Vanaf 1990, toen de Vietnamezen de economie begonnen te liberaliseren is de export van koffie, rijst, kleding en schoeisel omhoog geschoten, is de economie verdubbeld en is de armoede gehalveerd. Nike en Coca Cola hebben gezegevierd waar de Amerikaanse bommen faalden. Zij hebben Vietnam kapitalistisch gemaakt.

Ik vroeg aan de jonge Nike medewerkster Tsi-Chi wat haar verwachtingen waren voor de toekomst van haar zoon. Eén generatie geleden zou ze hem van jongs af aan moeten hebben laten werken op een boerderij. Maar Tsi-Chi vertelde me dat ze hem een goede opleiding wil laten volgen, zodat hij dokter kan worden. Dat is de meest indrukwekkende ontwikkeling sinds de Vietnamese economie geopend is.
In tien jaar zijn 2,2 miljoen kinderen van kinderarbeid naar school gegaan. Het zou erg interessant zijn om antiglobalisten aan Tsi-Chi te horen uitleggen waarom het voor Westerlingen zo belangrijk is om Nike te boycotten, zodat ze haar baan verliest, terug kan naar de boerderij en haar zoon moet laten werken.

Links Europa luisterde naar de Vietnamese communisten toen ze alleen ellende en verhongering brachten. Zouden ze nu ook niet naar de Vietnamezen moeten luisteren, nu ze een manier hebben gevonden om het leven van mensen te verbeteren? De partijfunctionarissen zijn er door Nike van overtuigd dat meedogenloze multinationale kapitalisten beter zijn in het verschaffen van hoge lonen en een goede en gezonde werkplek dan de staat. Hoe lang zal het duren voordat onze eigen antikapitalisten deze les leren?
Koen Swinkels

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl