Oud nieuws

Door Henk Steenhuis

26 november 2007

Het is de bedoeling dat we ons bijzonder opwinden over het nieuws dat twee voorlichters van het ministerie van Sociale Zaken in de computer van hun voormalige broodheer (de GPD) hebben zitten gluren. Ik doe mijn best – net als iedereen – maar echt lukken wil het niet.

Natuurlijk, het is een pikant verhaal hoe de journalist Sylvia Marmelstein van de GPD overstapte naar de afdeling voorlichting van Sociale Zaken, hoe haar man Hans van Soest – ook van de GPD – naar hetzelfde ministerie kwam en hoe ze samen minstens 366 keer hebben ingelogd in het systeem van hun voormalige werkgever, op zoek naar nieuws dat de volgende dag in de krant zou verschijnen.

Stiekem gluren in de computer van de persdienst die regionale kranten bedient en dan tegen je baas zeggen: opgelet! morgen geeft de secretaris van het CNV een interview aan het Utrechts Nieuwsblad waarin hij zegt dat hij tegen de versoepeling van het ontslagrecht is. Waarna de leiding van het ministerie voor spoedberaad bijeenkomt. Het kostte me altijd al moeite een zekere achting te hebben voor voorlichters in dienst van de overheid, maar dat het werk daar zó onbeschaamd kon zijn, is toch nog een verrassing.

Wat niet nieuw is, zijn de warme banden tussen pers en politiek. Tot ver in de jaren zestig liepen de media keurig achter politieke partijen en vakbonden aan die tot dezelfde zuil behoorden. Zo was J. Bruins Slot tot in de jaren zestig gelijktijdig hoofdredacteur van Trouw en fractievoorzitter van de ARP in de Tweede Kamer. Ook tussen de zuilen onderling bestond een zekere eendracht. Consensus was het motto en toen de zuilen afbrokkelden, kwam daar een nieuw woord voor in de plaats: het poldermodel.

'[H]et belangrijkste is dat Nederlandse journalisten het doorgaans uitstekend kunnen vinden met politici en bestuurders.'
Oude namen, nieuwe namen, het belangrijkste is dat Nederlandse journalisten het doorgaans uitstekend kunnen vinden met politici en bestuurders. In andere landen moet de pers de mond worden gesnoerd of worden journalisten zelfs om zeep gebracht om te voorkomen dat ze onwelgevallige zaken publiceren. Hier zitten beide beroepsgroepen in het Haagse Nieuwspoort avond aan avond bijeen onder het genot van een glaasje, en de afspraak is dat niemand uit de school klapt. Ik vraag me weleens af of er een tweede land is waar de pers zo onderdanig opereert. Uit het een vloeit het ander voort, en wie kan het nog verbazen dat journalisten aan de lopende band voorlichter worden bij de overheid? Zoiets lijkt een hele stap, maar in de praktijk zouden die verschillen weleens heel erg klein kunnen zijn.

Of neem de geweldige ‘martelprimeur’ van de Volkskrant, een week voor de Kamerverkiezingen van 2006. Toen sterverslaggever Jan Hoedeman samen met PvdA-Kamerlid Ton Heerts probeerde minster van Defensie Henk Kamp een oor aan te naaien met het kletsverhaal dat het Nederlandse leger in Irak had gemarteld. Ook een voorbeeld van de kleffe omgang tussen pers en politiek.

Hoedeman en Heerts liepen tegen de lamp, maar geen nood. Ze hielden gewoon hun baantje en beiden voorspel ik in Den Haag nog een mooie toekomst. 

Henk Steenhuis 

Deze editorial werd eerder gepubliceerd op de website van HP/De Tijd

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl