Is de kredietcrisis voorbij? - deel 2

Door Paul Vreymans

30 oktober 2007

De desastreuze gevolgen van de grote geldgroei.

5. Valsmunterij
Zowat vijftien jaar al genieten we van een uitzonderlijke periode van productiviteitswinsten dank zij de globalisering, liberalisering en privatisering die zowel handelsbarrières hebben neergehaald als massaproductie mogelijk gemaakt. Ook de sneltrein van technologische innovaties heeft sterk bijgedragen tot de verhoging van de productiviteit. Denken we maar aan de robotisering, internet, GPS, mobiele communicatie, digitalisering, nano en biotechnologie enz.
 
Ten gronde heeft zulke geldschepping net hetzelfde effect als valsmunterij want daarmee ontfutselt de banksector een fractie van de koopkracht van het geld in omloop.
Aan deze uitzonderlijke economische en technologische vooruitgang is het te danken dat we voor veel goederen zoals elektrische en huishoudtoestellen, textielwaren en vakantiekiekjes veelal nog slechts de helft betalen van de prijs van 20 jaar terug, en zelfs nog slechts één tiende voor mobilofoons, vliegtuigreizen, computers en printers. Dat ondanks die massale prijsdalingen het gemiddeld prijspijl is blijven stijgen is juist is aan die inflatienorm te wijten. De inflatienorm verhindert immers dat de welvaartsgroei voortvloeiend uit de productiviteitswinst bij de consument terecht komt. Een inflatienorm van 2% komt in de praktijk neer op een geïnstitutionaliseerde confiscatie van de welvaartsgroei voortvloeiend uit de vooruitgang. Wanneer een centrale Bank een inflatiedoelstelling van 2% wil bereiken, zal ze haar intrestvoeten verlagen en krediet makkelijk maken tot de vraag naar leningen toeneemt.
 
Door geld uit te lenen dat nergens werd ontleend, komt zodoende koopkracht in omloop waartegenover in de reële economie geen productie van goederen of diensten staat. Ten gronde heeft zulke geldschepping net hetzelfde effect als valsmunterij want daarmee ontfutselt de banksector een fractie van de koopkracht van het geld in omloop. De overmatige geldschepping ontwaardt immers beetje bij beetje en bijna onvoelbaar voortdurend zuurverdiende koopkracht aan de productieve bevolking.
 
6. Vastgoedzeepbel
Juist omdat gigantische hoeveelheden geld in omloop zijn die geen evenredige hoeveelheid nieuwe goederen en diensten aantreffen in de reële economie, kan het excessieve geld maar besteed worden aan de bestaande voorraad consumptiegoederen of reeds bestaande investeringsobjecten. Dit brengt ons tot het tweede nefast gevolg van de buitensporige geldschepping, namelijk dat we net zoals in de VS regelrecht op een barstenklare vastgoedzeepbel afstevenen.
 
In tijden van inflatie aanziet het grote publiek vastgoed als de beste investering. Daardoor is de vraag naar vastgoed in het laatste decenium sterk toegenomen en zijn de Europese prijzen veel sneller gaan stijgen dan de salarissen, veelal met stijgingspercentages boven de 10% per jaar. Gemakkelijke krediet, inflatoire lage rente en verlengde terugbetalingperiode tot 40 jaar hebben de maandelijkse afbetalingen voor een eigendomswoning evenwel kunstmatig laag gehouden. Niet veel boven de huurprijs zelfs, zeker als onervaren nieuwkomers op de woningmarkt ook nog eens eeuwig verder stijgende vastgoedprijzen en eeuwigdurende lage rente in hun raming verdisconteren.
 
In een vicieuze cirkel hebben zo inflatie, gemakkelijke krediet en stijgende woningprijzen geresulteerd in het huidige exorbitant prijsniveau dat Europa vandaag kent.
In een vicieuze cirkel hebben zo inflatie, gemakkelijke krediet en stijgende woningprijzen geresulteerd in het huidige exorbitant prijsniveau dat Europa vandaag kent. Naar koopkracht gemeten ligt het Europees prijspeil nu al tussen 30% en 50% in rurale gebieden boven het Amerikaanse prijspeil dat een jaar terug al de eerste barsten vertoonde.
 
Dit piramidespel waarbij onervaren en goedgelovige nieuwkomers op de huizenmarkt de hete aardappel van een veel te dure gezinswoning en veel te zware afbetalingslast toegeschoven krijgen is gedoemd vroeg of laat te imploderen. Nu al worden beide gezinspartners voor de aankoop van een gezinswoning veroordeeld tot een krenterig bestaan van dertig of veertig jaar schuld-dwang-arbeid, daar waar vorige generatie de echtelijke woning meestal nog met één enkel salaris kon bijeensparen. En dat ondanks gigantische productiviteitswinst in de bouwsector.
 
Dit is bijna uitsluitend te wijten aan de buitensporige geldgroei. Vroeg of laat moet ook de Europese vastgoedzeepbel barsten. Bij de minste groeivertraging of stijging van de werkeloosheid dreigt een domino-effect. Al bij geringe aarzeling zullen de laatste kopers, die op het hoogste niveau hebben gekocht en veelal tot de limiet van hun aflossingscapaciteit zijn gegaan in moeilijkheden komen. Veelal hebben op aanraden van hun bank voor het goedkoopste alternatief van een hypotheek met variabele rente gekozen. Zij zullen de eerste zijn in afbetalingslast geraken en mogelijks tot verkoop worden gedwongen in een negatief gestemde markt waar potentiële kopers liever verdere prijsdalingen afwachten.
 
7. Spaartekort, overconsumptie en waninvesteringen
Het meest nefaste gevolg van het lakse monetair beleid van de ECB is evenwel dat de inflatoir lage rente het sparen ontmoedigt. In de meeste Eurolanden is de netto reële rente na aftrek van kosten, spaarbelasting en reële inflatie al enkele jaren quasi nul of zelfs negatief. Als gevolg van de lage spaarvergoeding heeft de gezinsspaarquote in de geïndustrialiseerde wereld een historisch minimum van 5% bereikt. In 1992 was dit nog 12,3% (bron: OESO). Ten gronde betekent de huidige lage spaarquote dat we de kosten van de vergrijzing en de pensioenlasten volledig op onze kinderen afwentelen, en we hen met een ondraagbare belastingdruk opzadelen.
 


Dat de Nationale Bank van België een nieuw dieptepunt van de Belgische spaarquote de week na de recentste beurscrash nog positief bleef verwelkomen als een toename van het consumenten-vertrouwen getuigt van cynisme en totaal gebrek aan verantwoordelijkheidszin. Dergelijke hoera-boodschappen versterken nog de illusie van probleemloze welvaart die hun excessieve kredietschepping al overmatig creëert.

8. Recept voor monetaire crisis
Het lakse monetair beleid gekruid met politieke peptalk verhult systematisch de monetaire instabiliteit en onevenwichten en genereert zo overoptimistische verwachtingen en overconsumptie.
 
Zolang geleend geld nog wordt besteed aan productiviteitverhogende investeringen, volstaat het inkomen uit die productieve investeringen meestal wel om de afkortingen te financieren. Anders wordt het, zoals veelal gebeurt op het einde van een periode van inflatoire euforie, wanneer overoptimistische consumenten geleend geld besteden aan luxe consumptie, alsmaar grotere auto's, villa's, yachten, funcars, vakantiereizen, champagnefestijnen, en vakantiehuizen.
 
Ook niet wanneer gemakkelijk krediet dat niet op reële lonen huren en dividenden is gebaseerd, maar op overoptimistische virtuele winsten op aandelen en onroerend goed wordt geïnvesteerd in speculatieve investeringen. Zoals zo vaak is gebeurd in geschiedenis, van de Hollandse tulpen mania tot aan de Internet bubble, waren het opnieuw desinformatie en gemakkelijk krediet die tot de huidige vastgoedluchtbel en verkeerde inschatting van kredietrisico's en overwaardering van de verraderlijke Amerikaanse CDO'S hebben geleid.
 
De buitensporige geldschepping tegen veel te verleidelijke kredietvoorwaarden eindigt onvermijdelijk in een depressie, omdat zelfs goedkoop krediet vroeg of laat moet worden afbetaald. Op het einde van elke euforische periode zitten veel consumenten op de limiet van hun afkortingscapaciteit. Al bij geringe groeivertraging, bij stijgende werkeloosheid of omslaan van de conjunctuur moeten velen met hun afkortingen in gebreke blijven omdat bestedingen in vergankelijke consumptie niet meer kan worden teruggedraaid en hen niets overblijft om te gelde te maken.
 
De buitensporige geldschepping tegen veel te verleidelijke kredietvoorwaarden eindigt onvermijdelijk in een depressie, omdat zelfs goedkoop krediet vroeg of laat moet worden afbetaald.
Maar ook de liquiditeit van dure en laagproductieve investeringen die in tijden van inflatoire boom onuitputtelijk lijkt, kan bij een conjunctuuromslag terstond opdrogen. Dure overnames en investeringen worden dan plots onverkoopbaar waardoor zich in een kettingreactie massaal falingen kunnen voordoen. Want ook in de bedrijfswereld leidt té lage rente, en veel te rooskleurige rentevooruitzichten tot overoptimistische winstverwachtingen, vooral dan nog bij de kwetsbaarste en zwaar verschuldigde bedrijven. Ook hier geldt dat de productie van investeringsgoederen in tijden van euforie het snelle krediet nauwelijks kan bijbenen. Nieuwe machines en fabrieken kunnen niet snel genoeg worden geleverd zodat managers dan maar bestaande bedrijven tegen steeds hogere prijzen en steeds lagere returns overnemen.
 
Niet zelden worden balansen op basis van veel te optimistische vooruitzichten opgesmukt, weer doorverkocht, naar de beurs gebracht, of dienen als waarborg voor weer nieuw krediet en overnames.
 
Zo draagt elke buitensporige kredietexpansie al van bij het beging de kiem in zich van euforie en financiële crisis die de reële economie aantast en kan uitmonden in een depressie.
 
9. Crash voorlopig afgewend
Depressies zij inderdaad geen geringe incidentjes uit een ver verleden. Denken we maar aan de Japanse financiële crisis amper twintig jaar geleden. Deze crash herleidde er de beurkoersen en onroerendgoedprijzen tot één kwart. Weinigen schijnen te beseffen hoe labiel ook de huidige financiële situatie is geworden als gevolg van de buitensporige geldschepping, en hoe dicht we begin augustus bij een reële instorting van het monetaire kaartenhuis stonden.
 
Toen op 9 augustus de gerenommeerde Franse grootbank BNP aankondigde dat zij de transacties van drie hefboomfondsen moest opschorten schokte het vertrouwen in het Europese banksysteem abrupt. Kort voordien hadden Duitse banken al moeten ingrijpen om IKB Deutsche Industriebank te redden en waren twee hefboomfondsen van de Amerikaanse hypotheekspecialist Bear Stearns over de kop gegaan. Plots wantrouwde iedereen iedereen, en durfde niemand nog aan niemand krediet verlenen. In enkele uren droogden de liquiditeiten op de Europese geldmarkt volledig op. Als de centrale banken niet massale liquiditeiten in de markt hadden gegooid tegen een rente ver beneden de marktrente hadden de zwaarst geëngageerde banken op de markt onmogelijk de nodige liquiditeiten kunnen vinden en zouden over kop zijn gegaan. Zelfs de grootste banken kenden de voorbije weken zware moeilijkheden. Ook zij staan voor miljarden verliezen op de derivaten op basis van onaflosbare rommelhypotheken en junkbonds.
 
Waarnemers menen dat de ECB met haar massale liquiditeitsinjectie de financiële wereld de verkeerde boodschap geeft dat ze bereid is zelfs de meest roekloze speculanten ter hulp te snellen.
<
Waarnemers menen dat de ECB met haar massale liquiditeitsinjectie de financiële wereld de verkeerde boodschap geeft dat ze bereid is zelfs de meest roekloze speculanten ter hulp te snellen. Niet bepaald een boodschap die beleggers en speculanten afschrikt zich te verder verschulden of alsmaar grotere risico's nemen. Onevenwichten blijven zo bestaan en verergeren, en de 'creatieve vernietiging' van speculatieve excessen blijft uit.
 
Speculanten hebben met hun derivaten en financiële constructies onbeheersbare hefbomen gehanteerd en buitensporige hausse posities ingenomen. Ze hebben de markten met hun speculaties opgejut, en ondoorzichtige financiële constructies opgezet waarmee ze niet zelden bona fide beleggers onwetend in hun avonturen hebben betrokken. Zolang alles goed ging hebben ze gigantische profijten binnengerijfd voor hun fondsen zowel als hun beheerders. Nu het mis gaat moet de centrale bank de speculanten geen tweede maal te hulp snellen met nóg zwaarder inflatoire ingrepen. Gokkende beursgangers moeten zelf de consequenties dragen van hun roekeloze inhaligheid.
 
Tot slot
Met haar massale liquiditeitsinjectie heeft de ECB de onafwendbare en louterende correctie alleen maar uitgesteld. Alleszins zijn de fundamentele onevenwichten van het monetair kaartenhuis door de liquiditeitskunstgrepen van de ECB niet hersteld. De geldhoeveelheid groeit nog altijd aan hetzelfde helse ritme. De rente en spaarquote blijft nog altijd onrustwekkend laag. Onze bevolking veroudert nog altijd even snel. Euroland stevent nog altijd af op onbetaalbaarheid van de vergrijzing en pensioenlast. De vastgoedmarkt is nog altijd even overprijsd en nog altijd even ontoegankelijk voor het modale arbeidersgezin. Miljoenen Amerikaanse woningen moeten nog altijd een koper vinden.
 
Hoe langer de centrale banken de onafwendbare correctie uitstellen met hun festijn van inflatoir lage rente, des te dieper zal de finale crisis worden en des te groter de weerslag op ons aller welvaart. Centrale banken moeten niet krampachtig de geringste correctie willen afwenden. Milde correcties zijn immers heilzaam omdat ze speculatieve excessen wegwerken, en mogelijks een diepe depressie zoals in 1929 vooralsnog kunnen voorkomen. 

Goede huisvaders doen er goed aan de komende weken en maanden het rentebeleid en vooral de groei van de geldhoeveelheid nauwgezet op te volgen. Verdere ontsporing van de geldgroei is de onmiskenbare voorbode van naderend onheil en het sein om bewarende schikkingen te treffen. Vermoedelijk zullen Centrale Banken nog eens vuur met vuur bestrijden, en de monetaire zeepbel verder opblazen met nog méér inflatoire middelen. Zoals altijd zal de schade van hun monetair wanbeleid uiteindelijk toch weer door de hardwerkende burger moeten worden opgebracht.
 
Paul Vreymans

Dit was het tweede deel van het artikel 'Is de kredietcrisis voorbij?' dat eerder verscheen op de website van de Brusselse denktank WorkForAll. Het eerste deel kunt u hier lezen.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl