“When you vote, you are exercising political authority. You are using force, and force, my friends, is violence…the supreme authority from which all other authority is derived.”
Uit de film “Starship Troopers”

1 ruggenprik, 20 jaar pijn

Door Stan de Jong

15 oktober 2007

Paul Ruijs’ onthullingen over de kongsi’s tussen medici en advocaten.

Paul Ruijs (1948) is de luis in de pels van de rechterlijke macht en de advocatuur. In november verschijnt zijn boek over de zaak Brongers, een explosief en onthutsend mengsel van een medische doofpot en juridisch gesjoemel.

Prettig aan Ruijs is dat hij er geen doekjes om windt. Leest u even mee: ‘Ze studeren samen in Leien, worden lid van het corps, vrijen met elkaar, lezen de NRC en komen elkaar op de tennisclub, de hockeyclub, de Rotary, in nevenbaantjes maar ook in de rechtszaal weer tegen. Met de één als rechter en de ander als advocaat zien ze de afloop van iedere zaak met vertrouwen tegemoet, want er zijn twee soorten advocaten: zij die de wet kennen en zij die de rechter kennen.’

Ruijs is de kwelgeest van het juristengilde. Hij mocht zelfs ooit opdraven in het programma Het Zwarte Schaap. De juridisch adviseur, die geenszins gebukt gaat onder de weerstand die hij ondervindt (“Ik hou wel van een beetje jennen”) veroorzaakte in 1996 een golf van maatschappelijk protest toen hij met een aantal burgers aantoonde dat belangenverstrengeling in de rechterlijke macht niet is voorbehouden aan bananenrepublieken. Advocaten van met name grote, prestigieuze kantoren bleken massaal als rechterplaatsvervanger in hun eigen arrondissement op te treden. Klanten als de ANWB en de Consumentenbond wisten van die contacten genadeloos te profiteren. “Zij kónden hun zaak eenvoudigweg niet verliezen,” zegt Ruijs. Vandaar de titel van zijn in 2001 verschenen boek: Wij zien u wel in de rechtszaal.



Binnenkort verschijnt een nieuw boek van Ruijs’ hand: De zaak Brongers – medische missers, juridisch gesjoemel. “In de loop der jaren heb ik aardig wat schokkende dingen meegemaakt, maar deze zaak slaat alles. Blijkbaar vond ook iemand binnen de rechterlijke macht dat. Via een bron die in het Paleis van Justitie in Den Haag werkt, kreeg ik het dossier toegespeeld. Het is fijn te weten dat er tenminste nog een páár integere juristen zijn.”

Onder het mes
De zaak Brongers begint in januari 1983 als de 37jarige Ilonka Brongers voor een kleine ingreep bij de afdeling gynaecologie van het Diaconessenhuis in Voorburg komt. Door de gynaecoloog wordt zij gewezen op een nieuwe vorm van anesthesie, namelijk een ruggenprik. ‘Vergelijkbaar met een spuitje bij de tandarts,’ zo wordt haar uitgelegd. Op 27 januari 1983, als ze onder het mes moet, ontmoet ze de anesthesist Van Dijk. Die is alleen met Ilonka in een zijkamertje van de operatiekamer en laat haar met ontblote rug plaatsnemen op een krukje.

Wanneer Van Dijk de spuit erin zet, gebeurt er iets dat Ilonka zo beschrijft: ‘Alsof er een goederentrein naar binnen rijdt.’ Zij schiet met een klap naar voren, haar lichaam verstijft en zij rilt van de kou. Als de verdoving is uitgewerkt, ondervindt Ilonka helse pijnen in haar rug en nek die de volgende twintig jaar nauwelijks verminderen. Uit onderzoek blijkt dat er vijftien hals en ruggenwervels zijn verdraaid die tegen zenuwbanen drukken. Ilonka is na de ruggenprik zelfs enkele centimeters gekrompen. En is blijvend gehandicapt.

Wat dan volgt, is het helaas overbekende verhaal van de medische doofpot. Het ziekenhuis ontkent elke aansprakelijkheid, de anesthesist beweert dat hij Ilonka niet op een krukje, maar op een brancard (zoals voorgeschreven) had geplaatst, en dat er een assistent bij de verdoving aanwezig was geweest, hetgeen Brongers met klem tegenspreekt. Saillant detail: anesthesist Van Dijk blijkt familie te zijn van een directielid van het ziekenhuis.

[D]e burger die naar de rechter moet [...] zal zich in veel gevallen de dure, wettelijk verplicht voorgeschreven dienstverlening van een advocaat moeten laten welgevallen.
Maar dat is nog slechts de medische kant van het verhaal. De zaak juridiseert en zo maken Ilonka en haar man Fred kennis met de wereld van de civiele advocatuur en rechtspraak. De advocaten van het ziekenhuis laten ‘vooraanstaande’ medici getuigen dat alles keurig volgens de regels is verlopen, hoewel die er natuurlijk niet zelf bij zijn geweest. Ook proberen zij zonder blozen Ilonka af te schilderen als psychiatrisch geval. Bij de rechters gaat het erin als gesneden koek.

Ruijs: “Niet alleen serieuze imagoonderzoeken, ook vele volkswijsheden gaan over de geringe betrouwbaarheid en grote inhaligheid van advocaten. ‘Slechts 99% van de advocaten bezorgt de rest een slechte naam.’ Vast staat in ieder geval dat de burger die naar de rechter moet er een financieel probleem bij krijgt. Hij zal zich in veel gevallen de dure, wettelijk verplicht voorgeschreven dienstverlening van een advocaat moeten laten welgevallen.”

Financieel uitgekleed
Als Ilonka en Fred na al dat procederen financieel zijn uitgekleed, moeten zij een beroep doen op rechtsbijstand. Zo komt Brongers terecht bij het vermaarde kantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn (PRDF), tevens landsadvocaat, dat ook wel eens een ‘sociaal gezicht’ wil tonen. Aanvankelijk gaat dat vrij goed. Maar in oktober 2001 doet Fred iets waar kennelijk geen duurbetaalde advocaat op was gekomen: hij legt contact met de man die als assistent bij de ruggenprik aanwezig zou zijn geweest en wiens handtekening op een document van de advocaat van het ziekenhuis staat. Deze inmiddels gepensioneerde verpleger vertelt dat hij helemaal niet anaesthesist Van Dijk assisteerde; van de krabbel die hij gezet zou hebben, weet hij niets af.

In plaats dat deze doorbraak bij PRDF tot gejuich leidt en de verpleger als getuige wordt opgeroepen, lijkt men plotsklaps van Brongers af te willen. Er volgt dan een ingewikkeld spel door PRDF waarbij Ilonka van kastje naar muur, en van advocaat naar advocaat wordt verwezen. Uiteindelijk leidt het tot de bizarre situatie dat in mei 2003 bij het beslissend getuigenverhoor bij het hof in Den Haag niemand komt opdraven: geen getuige, geen advocaat en ook Ilonka, die van niets weet, is afwezig. De eis tot vergoeding van de letselschade wordt door het hof afgewezen.

Advocaten kunnen hun eigen torenhoge tarieven vaststellen en mogen zichzelf via een gesloten tuchtrechtspraak controleren. Dat vraagt om excessen.
Klachten over de gang van zaken bij de Haagse deken van de Orde van Advocaten lopen op niets uit. “Logisch,” zegt Ruijs, “want wat Ilonka en Fred toen nog niet wisten, was dat die deken zélf advocaat was bij PRDF.” Ook de Raad van Discipline en het Hof van Discipline (tuchtrechtspraak voor advocaten) vinden dat er niets onoorbaars is gebeurd. Ruijs: “De advocatuur heeft het prima voor zichzelf geregeld. Het is een monopolie met verplichte winkelnering. Advocaten kunnen hun eigen torenhoge tarieven vaststellen en mogen zichzelf via een gesloten tuchtrechtspraak controleren. Dat vraagt om excessen. Want hoewel het er voor de vorm tussen advocaten soms heftig aan toe gaat, snappen ze heel goed aan welke kant hun boterham gesmeerd wordt. Niet het belang van die toevallige klant staat centraal – er moet tenslotte iemand verliezen ­ maar vooral het eigen belang.”

Volgens Ruijs is dat ook de reden dat de beroepsgroep het no cure no pay systeem met man en macht buiten de deur houdt. “Het zou dan ineens afgelopen zijn met het eindeloos procederen en declareren in kansloze zaken. Advocaten zouden belang krijgen bij de uitkomst, zodat ook voor hen de onderste steen boven moet komen. Uit eigenbelang zouden ze ineens ook oog krijgen voor nevenfuncties, belangenverstrengeling, partijdige rechters en collega’s die niet deugen. Het zou de rust in hun wereldje danig verstoren.” 

Voor Ruijs is de zaak Brongers de civiele variant op beruchte strafzaken als de Schiedammer Parkmoord. “Met dien verstande dat er in dit geval geen sprake was van tunnelvisie, maar er bewust is gerotzooid om een bepaalde uitkomst te krijgen.” 

Stan de Jong

In november verschijnt De zaak Brongers – medische missers, juridisch gesjoemel
Uitgeverij Aspekt, Soesterberg. 

Dit artikel verscheen eerder in de Nieuwe Revu. Meer artikelen van Stan de Jong zijn te vinden op zijn website.

Gerelateerde links:
- Stan de Jong: Boven de Wet
- Voordracht Paul Ruijs politiek café MeerVrijheid
- Stan de Jong interviewt Paul Ruijs:  Rechters kunnen goed liegen

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl