Meer vrijheid alstublieft

Door Paul Frentrop

19 oktober 2007

Langzaamaan lijken we het eigenlijke doel van democratie, zoveel mogelijk vrijheid voor iedereen, uit het oog te verliezen.

Democratie zoals wij die kennen, is er gekomen om de macht van de overheid, destijds de vorst, te beperken. Doel van democratie is dat mensen zelf mogen beslissen wat ze doen. Natuurlijk is die vrijheid beperkt omdat mensen in een samenleving rekening met elkaar moeten houden. Daarom zijn wetten, regels en een overheid die toeziet op de naleving daarvan noodzakelijk. Maar het doel blijft zoveel mogelijk vrijheid voor een ieder.

Democratie zoals wij die kennen, is er gekomen om de macht van de overheid, destijds de vorst, te beperken.
Dat doel lijkt geleidelijk aan uit het oog te worden verloren. Voorbeelden zijn er te over. Zo kennen vele steden dezer dagen een autovrije zondag. Dat wil zeggen dat het gemeentebestuur iedereen verbiedt om de auto te gebruiken. Niet omdat daar enige noodzaak toe bestaat, maar omdat een meerderheid van de gemeenteraad dat wel een leuk idee vindt. Of neem het voorstel om schoolboeken gratis te maken. Dat kan natuurlijk niet, want schoolboeken kosten geld. Die boeken toch gratis maken, betekent dat in plaats van dat iedere ouder zelf de boeken betaalt, iedere belastingbetaler aan de boeken van andermans kinderen meebetaalt. Maar ja, als de meerderheid van de Tweede Kamer dat beslist, moet iedereen dat doen. En als diezelfde Tweede Kamer beslist om dit jaar 27 miljoen extra aan sport uit te geven, moeten ook belastingbetalende burgers die geen zin hebben te sporten toch meebetalen aan de pleziertjes van mensen die dat wel leuk vinden. Deze dwang die de meerderheid aan de rest van de bevolking kan opleggen, vormt een in de democratie ingebakken manco.

De grote denker Alexis de Tocqueville [zie foto], waarschuwde halverwege de negentiende eeuw, toen de democratie zich in Europa begon te verbreiden al voor dit gevaar: in een democratie kan de meerderheid nog tirannieker zijn dan een vorst binnen een monarchie. Maar in de beginjaren van de democratie werd op deze waarschuwing weinig acht geslagen, omdat de parlementen toen bevolkt werden door welgestelde liberalen, die er van nature toe neigden de overheid zo min mogelijk te laten ingrijpen in hun doen en laten.

[Maar in] een democratie kon de meerderheid tirannieker zijn dan een vorst binnen een monarchie
Met de opkomst van het socialisme in de twintigste eeuw werd alles anders. Socialisten wilden juist gebruik maken van de natuurlijke meerderheid van stemmen, die hun achterban van armen vormde om daarmee hun zin door te voeren. Hoewel de meerderheid van de Nederlandse bevolking tegenwoordig toch niet meer arm genoemd kan worden, hebben socialisten nog steeds de neiging ongebreideld gebruik te maken van de macht die de meerderheid in een democratie toekomt. En dus hun tegenstanders hun wil op te leggen. Dat is gevaarlijk, want wie steeds wordt overstemd en 'geven en nemen' ziet verworden tot alleen maar 'nemen' zal zich van de democratie afwenden. In stand houden van de democratie vergt dus terughoudendheid van de meerderheid. Die moet zijn macht alleen gebruiken als dat echt nodig is. Maar die terughoudendheid is steeds minder aanwezig getuige de beschreven voorbeelden van nutteloze dwang. Dat is bewust beleid.

In de laatste Troonrede werden zes pijlers genoemd van het regeringsbeleid. De laatste daarvan is 'een slagvaardige en dienstbare overheid, die bondgenoot is van de burgers'. Ik vind dat een enge formulering. De overheid is geen bondgenoot van de burgers, ook geen 'dienstbare bondgenoot', voor zover zoiets al bestaat. Een 'slagvaardige' overheid hoefik ook niet. Slagvaardig betekent: 'bereid of in staat slag te leveren', dan wel 'gevat in het geven van antwoord op spot of verwijt.' Dat zal niet zijn wat de koningin bedoelde toen ze deze woorden uitsprak. Waarschijnlijk bedoelde ze doortastend in plaats van slagvaardig. Dat betekent energiek, flink aanpakkend, krachtig. Maar als er iets in de geschiedenis gevaarlijk is gebleken dan zijn het wel slagvaardige en doortastende overheden. In een democratie moet de overheid haar beperkingen kennen. Ze heeft haar macht gekregen van de meerderheid, maar moet de minderheid waar mogelijk zijn vrijheid laten. Het tegengestelde gebeurt. Me dunkt dat we in Nederland op het verkeerde pad zijn beland, en dat niet eens in de gaten hebben.

Deze column verscheen op 29 september 2007 in het tijdschrift FEM Business.

Over de auteur

Paul Frentrop schrijft regelmatig voor HP/De Tijd en werkte eerder voor onder andere Het Financieele Dagblad en NRC Handelsblad.

Frentrop promoveerde in 2002 met een studie naar 'corporate governance' door de eeuwen heen. Tegenwoordig is hij directeur van Deminor dat de belangen behartigt van minderheids-aandeelhouders.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl