De week van de democratie

Door Redactie

5 oktober 2007

Van 5 tot en met 12 oktober loopt de week van de democratie. Dit systeem wordt algemeen gezien als inherent goed en een oplossing voor allerlei maatschappelijke problemen. Ten onrechte.

Het is natuurlijk erg mooi dat de discussie over democratie wordt aangezwengeld, maar vanuit de overheid zullen enkel de vermeende voordelen van en mythes over democratie naar voren gebracht worden, terwijl als alternatief voor democratie enkel totalitaire systemen of monarchieen genoemd zullen worden. Het anarcho-kapitalistische ideaal van een samenleving gebaseerd op vrijwilligheid en het ontbreken van een instituut dat het geweldsmonopolie heeft, de overheid dus, zal genegeerd worden. 

Wanneer je er even over nadenkt is het niet verwonderlijk dat men in het onderwijs louter de voordelen van democratie naar voren brengt: immers, het is de democratische overheid zelf die het onderwijs controleert. Het zou gek zijn als ze zichzelf negatief zou benaderen. Het is net zoiets als wanneer je het onderwijs door oliebedrijven laat verzorgen en je dan verbaasd bent dat mensen de olieindustrie een warm hart toedragen. Het feit dat er nu toch enige zorg is over het vertrouwen van burgers in democratie kan dan ook alleen maar als iets opmerkelijks en goeds gezien worden: de overheidspropaganda is klaarblijkelijk toch niet helemaal succesvol geweest. 

Om de discussie over democratie echt te doen losbarsten vindt u hieronder enkele artikelen waarin kritisch naar de democratie gekeken wordt.

Henry Sturman schreef eerder over de democratische paradox:

Het probleem is dat de democratie een fundamentele tegenstrijdigheid bevat: hoe meer macht voor de democratische overheid, hoe minder macht voor de burger. Hoewel het ideaal van de democratie is dat de burger de macht heeft, heeft de democratie er juist toe geleid dat de burger steeds meer macht over zijn eigen leven heeft moeten afstaan aan de overheid. Dat is de democratische paradox.
Marcel Roele schrijft in Het Gevaar van de Democratie over de visie van Hans-Hermann Hoppe: 
Professor Hoppe is duidelijk niet enthousiast over democratie. “Het is een systeem dat bijna garandeert dat iemand wordt gekozen die het land schade berokkent,” laat hij telefonisch weten. “Premiers en presidenten zijn demagogen zonder morele scrupules. Ze zullen beloften doen – bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid, gezondheidszorg en onderwijs – waarvan ze weten dat ze die niet waar kunnen maken. En denk je dat ze een woord durven zeggen waarmee ze de massa idioten van zich vervreemden die zich verzamelt aan de publieke trog, hongerend naar een baantje, uitkering of subsidie van de overheid – in ruil voor hun stem?”

Bart Croughs schreef eerder over De Ongelooflijke Slechtheid van de Staat:
De staat is een instelling die in alle andere politieke filosofieën als een soort Opperwezen wordt beschouwd dat zich niet hoeft te houden aan de morele wetten waaraan de gewone sterveling zich wel dient te houden. Libertariërs stellen dat ook de staat (net als het Opperwezen) zich aan de regels van de moraal dient te houden om in aanmerking te komen voor het predicaat 'goed'. En ook zij komen, net als Van het Reve, door het consequent toepassen van dit weinig opzienbarende uitgangspunt tot een zeer radicale conclusie: de staat is niet goed - of zelfs maar acceptabel - maar slecht. 

Om een voorbeeld te geven: als een gewone burger een medeburger onder dreiging van geweld dwingt bepaalde arbeid te verrichten, wordt dit algemeen veroordeeld als een extreem misdadige handeling: dwangarbeid. Maar als mensen die onderdeel uitmaken van het staatsapparaat hun medemensen onder dreiging van geweld dwingen om bepaalde arbeid te verrichten, zoals dat bijvoorbeeld geschiedt bij de dienstplicht, dan wordt dit door velen acceptabel geacht. 

Het libertarisme onderwerpt het handelen van de staat aan dezelfde morele maatstaf als waaraan het handelen van privé-personen wordt onderworpen, en concludeert dat de dienstplicht niets anders is dan gelegaliseerde dwangarbeid.
Bart Croughs schreef ook een artikel over de mythe (in zijn artikel gepropageerd door Karl Popper) dat democratie vrijheid betekent: 
Popper komt met het volgende antwoord: "een staat is politiek vrij als de politieke instituties het de burgers in de praktijk mogelijk maakt om een overheid zonder bloedvergieten te vervangen wanneer een meerderheid een dergelijke verandering wenst." De beste methode om dit te bereiken, aldus Popper, is het houden van vrije verkiezingen.Volgens Popper's criterium zijn alle inperkingen van de individuele vrijheid dus toegestaan, zolang de meerderheid maar accoord gaat. Vrijheid = democratie. 

Met andere woorden: de enige reden waarom de slachtoffers van Hitler, Stalin, of Mao reden tot klagen hadden, was het feit dat er geen democratie heerste. Waren er netjes elke 4 jaar verkiezingen gehouden, en had 51% van de bevolking z'n instemming met deze regimes betuigd, dan hadden we volgens Popper's criterium moeten spreken van 'vrije samenlevingen'. En Popper geeft dit ook bijna expliciet toe met zijn stelling: "het maakt niet uit wie regeert, zolang de regering maar zonder bloedvergieten kan worden verwijderd."

Hans-Hermann Hoppe beschreef eerder een gedachte-experiment waarin de logische gevolgen van democratie zichtbaar worden:
Stel je eens een wereldregering voor, democratisch verkozen in overeenstemming met het principe van ‘one-man-one-vote’. Wat zou de waarschijnlijke uitkomst zijn van de verkiezingen? We krijgen een Chinees-Indiase coalitie regering. En wat zou deze regering hoogst waarschijnlijk doen om diens sympathisanten tevreden te stellen en herkozen te worden ? Zij zou waarschijnlijk vinden dat de Westerse wereld een veel te hoge welvaart heeft en de rest van de wereld, China en India in het bijzonder, een veel te lage, en daarom een systematische welvaart- en inkomensherverdeling van het rijke Westen naar het arme Oosten realiseren. 

Of stel je voor, alleen in de Verenigde Staten, dat het recht om te stemmen werd teruggebracht tot 7 jaar oud. Hoewel de regering waarschijnlijk niet zou bestaan uit kinderen, diens beleid zou hoogst waarschijnlijk de ‘legitieme belangen’ van kinderen om ‘voldoende’ en ‘gelijke’ toegang tot ‘gratis’ hamburgers, limonade en video’s reflecteren. Deze gedachte-experimenten illustreren de consequenties die het gevolg zijn van het democratiseringsproces, dat begon in Europa en de Verenigde Staten in de 2e helft van de 19e eeuw en tot bloei is gekomen sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog. 

De opeenvolgende uitbreiding van het kiesrecht en de introductie van het universeel stemrecht voor volwassenen had tot gevolg wat een democratie tot gevolg zou hebben voor de gehele wereld: het zette een schijnbaar permanente tendens tot welvaart- en inkomensherverdeling in werking. One-man-one-vote gecombineerd met ‘vrije toetreding’ tot de overheid, ofwel democratie, impliceert dat ieder individu en zijn eigendom voor het grijpen ligt voor iedereen. Door het openen van de wegen tot politieke macht voor iedereen creëert democratie een ‘tragedy of the commons’, waarbij niemand de politieke macht wil beperken omdat hij, of mensen die hem dierbaar zijn, op een dag de kans kunnen krijgen om het uit te oefenen.

En de humorist/journalist H. L. Mencken beschreef het probleem van de democratie kort maar krachtig in de volgende citaten:
Democracy is the theory that the common people know what they want and deserve to get it good and hard. 

Democracy is a pathetic belief in the collective wisdom of individual ignorance. 

Democracy is also a form of worship. It is the worship of Jackals by Jackasses. 

Democracy is only a dream: it should be put in the same category as Arcadia, Santa Claus, and Heaven. 

Democracy is the art and science of running the circus from the monkey cage. 

Every election is a sort of advance auction sale of stolen goods.
Frank Karsten, voorzitter van de Stichting MeerVrijheid schreef:
'Democratie, het verlies van vrijheid voor de illusie van invloed.'

Genoeg stof tot nadenken dus in de Week van de Democratie!

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl