Liever oplossingen dan geld

Door Mathijs Bouman

1 oktober 2007

Het rijke Westen geeft graag en veel. William Easterly is sceptisch over de ontwikkelingshulp van zichzelf overschreeuwende wereldverbeteraars. ‘De klamboes die wij schonken, werden verwerkt tot trouwjurken.’

AMSTERDAM. Lees een boek van de econoom William Easterly en je kijkt nooit meer op dezelfde manier naar Bono. De U2-zanger die zegt te strijden tegen honger en armoede, doet meer kwaad dan goed. Net als Tony Blair die de wereld opriep meer geld te geven aan Afrika, en Jeffrey Sachs, de leider van het ambitieuze Millennium Project van de VN, die belooft de armoede in 2015 gehalveerd te hebben.

Volgens Easterly, vorige week in Nederland, is de effectiviteit van deze zichzelf overschreeuwende wereldverbeteraars nihil.

‘Planners’ noemt de Amerikaanse econoom ze in zijn laatste boek The White Man’s Burden, en dat is niet als een compliment bedoeld. Aan plannenmakers heeft de Derde Wereld niets, zegt Easterly, die zelf twaalf jaar lang als econoom bij de Wereldbank slimme plannen bedacht en dus uit ervaring spreekt.

‘Zoekers’, dat heeft het arme Zuiden nodig, zegt hij. Mensen die met beide benen in de modder staan en speuren naar wat wel werkt en wat niet.

Wat doen mensen als Bono, Blair en Sachs eigenlijk verkeerd?
‘Ze denken de oplossing te hebben voor de wereldwijde armoede. Planners hebben een groot plan waar ze veel geld aan uitgeven. Maar ze krijgen geen feedback van de armen en komen er nooit achter of ze echte problemen hebben opgelost. En als het plan mislukt, heeft dat voor hen geen consequenties. Ze worden beloond, puur voor het feit dat ze een plan hebben bedacht.’ 


Wereldverbeteraars onder elkaar

Hoe ziet zo’n plan er uit?
‘Het is meestal een groot pakket aan technologische oplossingen. Nieuwe wegen, schoon drinkwater, klamboes tegen malaria, kunstmest. Jeffrey Sachs noemt er in zijn boek over de Millenniumdoelen, geloof ik, 445. De technologie moet op grote schaal uit het Westen worden aangevoerd, ontwikkelingslanden beschikken daar niet zelf over. Dat ontaardt vrijwel altijd in de een of andere vorm van centrale planning. In het zuiden werkt centrale planning net zo min als vroeger in de Sovjet-Unie.’

Als hun aanpak niet deugt, waarom krijgen ze dan zo veel geld en aandacht?
‘Omdat hun antwoord erg aantrekkelijk klinkt. Mensen willen graag horen dat er een oplossing is voor de armoede en honger, de grootste tragedies van onze tijd. Het klinkt ook alsof het zou kunnen werken. Maar het is vooral slimme pr.’ 

Het eerste wat onze minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders na zijn aantreden deed, was een grote manifestatie organiseren om de Millenniumdoelen onder de aandacht te brengen. Is dat zinvol?

‘Die Millenniumdoelen zijn nutteloos. Niemand is aanspreekbaar als ze niet gehaald worden. Niemand heeft een prikkel om echt iets te doen. De hele wereld is er collectief verantwoordelijk voor. Dat werkt net zo slecht als de collectieve boerderijen van het communisme. Weet je wie profiteren van het Millennium Project? De bureaucraten van de internationale organisaties en de ontvangende landen die de plannen mogen schrijven.’

Hoe moet het dan wel?
‘Het geld moet naar ‘zoekers’, de ondernemers van de ontwikkelingshulp. Zoekers weten van tevoren niet wat ‘de klant’ wil, maar gaan experimenteren en ontdekken wat werkt en wat niet werkt. Toen planners klamboes uitdeelden in Malawi om malaria te bestrijden, kwamen de meeste terecht op de zwarte markt of werden verwerkt in bruidsjurken. Zoekers bedachten dat je mensen moet laten meebetalen en kregen de klamboes wel op de goede plaats – boven de bedden van de armen. Het aantal mensen dat slaapt onder klamboes werd op die manier verdubbeld.’

Nederland klopt zichzelf graag op de borst voor het feit dat het één procent van zijn bbp aan ontwikkelingshulp besteedt.
‘Het maakt me woest, de aandacht voor dit soort percentages. Ze geven de kosten weer van de ontwikkelingshulp. Niet de opbrengsten. Een bedrijf zou zichzelf nooit op de borst slaan voor het maximaliseren van de kosten. Geld uitgeven is niet moeilijk. Effectief uitgeven wel. Zorgen dat het geld de armen echt helpt, dat is de uitdaging. Nederlanders zouden daarom moeten eisen dat de effectiviteit van ontwikkelingsprojecten door een onafhankelijke instelling wordt beoordeeld. Hulporganisaties schrijven kilo’s papier vol met rapporten en verantwoordingen over hun eigen werkzaamheden. Gooi maar weg, er moet gewoon een onafhankelijk persoon naar het project toe om te kijken wat het heeft opgeleverd.’
Hulp hielp niet
- De afgelopen decennia ging 600 miljard dollar ontwikkelingshulp naar Afrika. Het inkomen per hoofd van de bevolking is nauwelijks toegenomen. 
- Snelle groeiers als China, Thailand,Mauritius en Maleisië kregen relatief weinig ontwikkelingshulp. Landen als Zambia, Togo, Haïti en Sierra Leone ontvingen vele miljoenen maar hadden geen economische groei. 
- Malawi en Zambia kregen tussen 1980 en 1999 achttien maal speciale leningen van de Wereldbank en het IMF. Hun economieën bleven krimpen en de gemiddelde inflatie lag boven de 20 procent per jaar.

Dit artikel verscheen op dinsdag 18 september in het gratis dagblad De Pers en werd geschreven door Mathijs Bouman.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl