Homo's contra Afrikanen

Door Bart Croughs

26 februari 2002

Zoals bekend zijn progressieve intellectuelen hartstochtelijke aanhangers van onderdrukte minderheden (vrouwen, homo's, allochtonen, gehandicapten, e.d.).

Wanneer er sprake is van een conflict tussen een meerderheid en een van zijn favoriete minderheden, dan voelt de intellectueel zich in z'n element: zonder aarzelen kiest hij de kant van de minderheid.

Maar wanneer onderdrukte minderheden met elkaar in conflict komen, zit de intellectueel met de handen in het haar. Hij die altijd moeiteloos goed en kwaad van elkaar weet te scheiden, weet het ineens niet meer. Wat moet hij doen? Wiens kant moet hij kiezen?

Een fraaie illustratie van deze natuurwet werd onlangs gegeven door minister Pronk. Op de bijeenkomst van de Global Coalition for Africa, eind vorig jaar in Maastricht, deed de Zimbabwaanse president Robert Mugabe een nogal reactionaire uitval naar de homoseksuele medemens.

Pronk was voorzitter van de bijeenkomst; voor hem werd de nachtmerrie van iedere intellectueel werkelijkheid. Wat te doen? Zou hij Mugabe op diens vingers tikken, dan zou Pronk ongetwijfeld het verwijt van neo-kolonialistisch cultuurimperialisme naar zijn hoofd geslingerd krijgen; zou hij Mugabe's woorden zomaar laten passeren, dan zou hij ongetwijfeld de homobeweging over zich heen krijgen.

Voor Pronk was hier sprake van een lose-lose situatie: welke oplossing hij ook koos, hij zou altijd worden veroordeeld als een verwerpelijke reactionair.

Pronks hersens werkten op topsnelheid, en hij kwam met de volgende oplossing: hij besloot om niet zelf Mugabe te kritiseren, maar nodigde de andere Afrikaanse leiders uit om Mugabe te kritiseren. Waarlijk een sublieme zet: enerzijds zou zo de homobeweging worden tevredengesteld, anderzijds kon Pronk geen imperialisme meer verweten worden.

Helaas voor Pronk bleken ook de overige Afrikaanse heersers weinig homovriendelijk; niemand van hen voelde de behoefte het voor de homo's op te nemen. Resultaat: Pronk kreeg woedende reacties van de Nederlandse homobeweging over zich heen. Pronk kon deze smet op zijn blazoen uiteraard niet tolereren; duidelijk was dat hij vroeg of laat hard terug zou slaan. Na een paar weken broeden was Pronk eruit: eind januari kondigde hij aan Afrikaanse studenten beurzen te gaan verstrekken om in Amsterdam homostudies te kunnen studeren.

(Hier komen we weer zo'n opmerkelijke kloof tussen theorie en praktijk tegen: in theorie moet Jan Modaal elk jaar honderden guldens belasting betalen om de honger in de Derde Wereld te bestrijden; in praktijk wordt hem dit geld ontfutseld om Afrikaanse studenten in de gelegenheid te stellen homostudies in Amsterdam te studeren.) Tevens kondigde Pronk aan om in Afrika een conferentie over homoseksualiteit te zullen organiseren.

De vraag is nu hoe de Afrikaanse leiders zullen reageren op Pronks neo-kolonialistische provocatie. Zullen ze de homoconferentie boycotten? Zullen ze hun studenten verbieden om homostudies te gaan studeren in Amsterdam? Zal het misschien zelfs tot een diplomatieke crisis komen? Of zijn ze bang dat Pronk de geldkraan dan zal dichtdraaien?

Ik houd u op de hoogte!

Bart Croughs

Over de auteur

Bart Croughs (1966) is een van de vruchtbaarste libertarische geesten van Nederland. Hij is afgestudeerd in de filosofie en was voorheen hoofdredacteur van het tijdschrift "Reactie".

Bart Croughs schreef het boek "In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon". U kunt het bestellen bij Lulu.com of delen ervan hier lezen. Het is een humoristische en felle aanval op het links intellectuele denken in Nederland en legt op zeer leesbare wijze de inconsequenties ervan bloot.

Verder schreef hij voor Playboy zijn eigen column in de periode van maart 1997 tot en met augustus 1998. Gedurende enkele jaren had Croughs een column in het opinieweekblad HP/de Tijd.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl