Eigenbelang

Door Bart Croughs

16 februari 2002

Opvallend is dat verlichte geesten steeds vaker 'eigenbelang' opvoeren als een rechtvaardiging voor overheidsbeleid.

Tijdens de Golfoorlog nog werd het behartigen van het eigenbelang als iets bijzonder verwerpelijks voorgesteld.

'De Amerikanen is het er helemaal niet om te doen de internationale rechtsorde te handhaven, het is ze slechts om de olie te doen', aldus veroordeelde het progressieve volksdeel het Amerikaanse ingrijpen in Koeweit. Het dienen van het eigenbelang werd als iets zeer verwerpelijks beschouwd, voldoende om het Amerikaanse optreden te veroordelen.

Nu, een paar jaar later, lijken steeds meer vooruitstrevende denkers omgeslagen. Zo verdedigde minister Pronk in een interview in het tijdschrift Bijeen (november 1995) Westerse hulp aan de Derde Wereld aldus: "Wat we doen in Azië, Afrika, of Centraal-Amerika, dat is ook in ons eigen belang."

Aanvankelijk meende ik dat Pronk in een ongekende bui van openhartigheid doelde op het feit dat het ontwikkelingsbudget voor een flink deel verdwijnt in de loonzakken van Pronk en zijn mede-bureaucraten; maar nee, Pronk bleek iets anders te bedoelen: "Het zenden van blauwhelmen naar Angola is in het belang van de stabiliteit in Afrika en van de internationale rechtsorde en dus ook een Nederlands belang."

Ook van milieu-ondersteuning aan de Derde Wereld weet Pronk een zaak van eigenbelang te maken: "financiële steun om de bossen in de Filippijnen op peil te houden, heeft iets te maken met de longfunctie van de tropische wouden en dat is ook een Europees belang."

Een ander voorbeeld: in Elsevier (23-12- 95) stelde polemoloog Hylke Tromp dat de politieke elite minder hoogdravende argumenten moest aandragen om militair ingrijpen in Joegoslavië te rechtvaardigen; volgens Tromp zou het verstandig zijn te zeggen dat militair ingrijpen in Bosnië een zaak van eigenbelang was. En het officiële beleid van Buitenlandse Zaken gaat nu zelfs uit van 'verlicht eigenbelang'.

Hoe moet deze ontwikkeling geduid worden? Theoretisch is het natuurlijk mogelijk dat vooruitstrevende intellectuelen en politici eindelijk verstandig zijn geworden, en daarom het dienen van het nationale eigenbelang niet langer veroordelen. Deze interpretatie lijkt me iets te optimistisch. Als we kijken naar de doelen die gerechtvaardigd worden met een beroep op het eigenbelang (ontwikkelingshulp, militair ingrijpen in Bosnië), dan valt op dat het precies het soort doelen zijn dat tot voor kort altijd op grond van solidariteit en zelfopoffering werd gerechtvaardigd.

Waarschijnlijker lijkt het me dat zaken als ontwikkelingshulp en ingrijpen in Bosnië nog steeds worden nagestreefd uit ouderwets progressieve overwegingen -de neiging om mooi weer te willen spelen met andermans geld en levens - maar dat men dit uit tactische overwegingen verbergt.

Het lijkt erop dat er een heilzame ontwikkeling op gang is gekomen: intellectuelen en politici voelen aan dat steeds minder mensen het slikken als ze verteld wordt dat ze moeten bloeden voor progressieve idealen. Wanneer de belastingbetaler geld afhandig moet worden gemaakt, neigen steeds meer verlichte geesten ertoe hem ervan te overtuigen dat de besteding van zijn centen in zijn eigen belang zal zijn; op deze manier hopen ze via een slinkse omweg alsnog hun idealen te verwezenlijken.

Deze tactiek mag op het eerste gezicht een slimme manier lijken om progressieve idealen van de ondergang te redden, uiteindelijk is het een doodlopende weg die de ondergang van het progressieve denken alleen maar zal bespoedigen.

Immers, door steeds opnieuw het eigenbelang op te voeren als rechtvaardiging van overheidsbeleid wordt de boodschap verspreid dat niet solidariteit maar eigenbelang de basis hoort te vormen voor overheidspolitiek. En als die boodschap eenmaal algemeen geaccepteerd is, zullen steeds meer mensen zich gaan afvragen of de progressieve doelen die onze overheid nastreeft inderdaad in ons eigen belang zijn.

Men zal zich gaan afvragen of wij inderdaad Filippijnse bomen nodig hebben om in Nederland te kunnen ademhalen, en of gevechten tussen Angolezen, Bosniërs en Serviërs onze veiligheid werkelijk bedreigen, of dat deze dreiging slechts bestaat in de fantasie van progressieve intellectuelen. Op het moment dat er over deze vragen serieus wordt nagedacht, is het gedaan met de progressieve idealen.

Bart Croughs

Over de auteur

Bart Croughs (1966) is een van de vruchtbaarste libertarische geesten van Nederland. Hij is afgestudeerd in de filosofie en was voorheen hoofdredacteur van het tijdschrift "Reactie".

Bart Croughs schreef het boek "In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon". U kunt het bestellen bij Lulu.com of delen ervan hier lezen. Het is een humoristische en felle aanval op het links intellectuele denken in Nederland en legt op zeer leesbare wijze de inconsequenties ervan bloot.

Verder schreef hij voor Playboy zijn eigen column in de periode van maart 1997 tot en met augustus 1998. Gedurende enkele jaren had Croughs een column in het opinieweekblad HP/de Tijd.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl