Zal microkrediet de wereld redden? - deel 1

Door Jeffrey Tucker

4 augustus 2007

Het is een razend populair idee: door het verstrekken van kleinschalige leningen aan armen kunnen deze investeringen doen (naaimachines kopen, panden huren etc.) en zo hun eigen handeltje beginnen. Met de winst daarvan kan het geleende geld dan weer worden terugbetaald. Een win-win situatie zo lijkt het. In 2006 kreeg de bedenker van dit zogenaamde 'microkrediet', de Bengaal Muhammad Yunus (zie foto) een Nobelprijs voor zijn idee en zijn werk, en inmiddels lijken allerlei ontwikkelingsorganisaties, prinsessen (Maxima) en politici ook groot fan. Een wat onderbelicht gebleven probleem van deze theorie is echter dat het economisch gezien volslagen onzin is. Daarnaast is Yunus' Grameen Bank een schimmige organisatie die zijn eigen broek niet kan ophouden. Jeffrey Tucker legt uit hoe het zit.


Na de Tweede Wereldoorlog waren Amerikaanse politici ervan overtuigd dat Europa heropgebouwd zou kunnen worden door miljarden dollars aan hulp en leningen. Dit Marshall Plan werd een feit, maar niet zonder de felle oppositie van Henry Hazlitt, wiens boek Zullen dollars de wereld redden? aantoonde dat welvaart het resultaat is van sparen, kapitaal accumulatie, en ondernemerschap en níet van het simpelweg geven of uitlenen van geld. Hoewel de mythe dat Marhall Europa redde blijft bestaan, heeft serieus onderzoek aangetoond dat de hulp voor het grootste deel misbruikt werd en dat het herstel van Europa juist tot stand kwam door de principes die Hazlitt noemde.
 
Maar na al deze jaren is het idee dat we landen die in de problemen zitten, kunnen helpen door ze geld te geven of uit te lenen, nog op zijn minst zo in de mode als in de tijd van Marshall. Naast de nog steeds populaire ontwikkelingshulp is er nu een nieuw instituut ontstaan dat met hosanna ontvangen wordt en dat met buitensporige claims om iedereen rijk te maken komt: microkrediet en microbankieren. Om deze reden heeft het comité van de Nobelprijs voor de Vrede besloten de prijs in 2006 toe te kennen aan Muhammad Yunus en zijn Bengaalse Grameen Bank. Dit leidde van links tot rechts tot groot gejuich en werd gezien als een glorieus moment in de geschiedenis van de mensheid.
 
Waarom? Omdat Yunus blijkbaar wordt gezien als de ontdekker van het idee dat de armen sterker kunnen worden gemaakt door ze geld uit te lenen waarmee ze hun eigen bedrijven kunnen beginnen, waardoor ze een economische boost krijgen en zo echte spelers in de markteconomie kunnen worden.  
 
Het lijkt zo op het eerste gezicht een mooi idee, maar als je er even bij stilstaat wordt het heel wat twijfelachtiger. Yunus begon in 1976 met zijn bank. Er zijn sindsdien dus 30 jaar verstreken. Als Yunus werkelijk een entrepreneuriële ontdekking had gedaan, dan zouden meer conventionele banken nu toch onderhand wel zijn ideeën overgenomen hebben. Maar dit is niet zo. 


Maxima is officieel ambassadrice van het microkrediet
De meeste leningen aan armen rekenen een hoge rente en zijn bedoeld voor consumptiedoeleinden. Zakelijke leningen vereisen een onderpand, een kredietgeschiedenis, en een redelijk inkomen. Dat is de ervaring op de markt.
 
En die ervaring is sinds 1976 niet veranderd. Yunus' Grameen Bank heeft vanaf haar begin geteerd op overheidssubsidies en giften van liefdadigheidsorganisaties, en ze vertrouwt op nogal dwingende tactieken om het uitgeleende geld terug te krijgen. Yunus' eerste kapitaal kwam van de Verenigde Naties. Daarna ging ie naar de Bengaalse overheid. Toen bezocht ie Amerikaanse liefdadigheidsorganisaties. En in de jaren '80 en '90 ontving zijn Bank bijna 150 miljoen dollar aan schenkingen. Op hetzelfde moment begon hij tegen lage tarieven geld te lenen van overheden over de hele wereld terwijl hij het geld vervolgens uitleende aan armen tegen hogere tarieven. Zijn organisatie houdt het verschil.
 
In 2001 onthulden Daniel Pearl en Michael Phillips in de Wall Street Journal dat de cliënten van de Bank veel minder vaak hun leningen terugbetalen dan de Bank wil doen geloven, dat tenminste een kwart van het geleende geld wordt gebruikt voor consumptie en dus niet voor het opzetten van een eigen bedrijf, dat de Bank faillissementen vertraagt en problemen met leningen verbergt, en dat de bank onder geen enkele vorm van toezicht staat, noch privaat noch publiek.
 
De overheid is eigenaar van 6 procent van de bezittingen van de Bank, en de resterende 94 procent is slechts op oppervlakkige wijze eigendom van leningverstrekkers die hun aandeel niet kunnen verkopen of verhandelen, wat dus betekent dat ze feitelijk geen echte eigenaar zijn van hun aandelen. De Bank zegt dat het niet langer giften van liefdadigheidsorganisaties aanneemt - dat geld gaat nu naar een dozijn of wat gerelateerde spinoff 'ondernemingen'- maar het leent nog steeds tegen lage tarieven en leent dit tegen hogere tarieven aan de armen uit, en aangezien de boekhouding van de Bank geheim is en de aandeelhouders alleen in naam eigenaren zijn, zullen we nooit zeker weten of Grameen in stand wordt gehouden door subsidies.
 
Maar dit is wat we wél weten: de Grameen 'organisatie' ontving in 2006 1.5 miljoen dollar van de Bill and Melinda Gates Foundation. En George Soros heeft ongeveer 12 miljoen dollar gedoneerd aan allerlei verschillende Grameen spinoffs, inclusief giften om het bankieren naar andere landen uit te breiden. Sinds Yunus en zijn Grameen de Nobelprijs wonnen, zijn vele instituten naar voren gekomen om het succes op te eisen doordat zij claimen enorm veel aan de organisatie gedoneerd hebben. Het is dus twijfelachtig of Grameen ook zonder giften en subsidies zou kunnen overleven, en dus of hun business plan, het microkrediet, überhaupt rendabel is.


Dit is het eerste deel van de vertaling van Jeffrey Tuckers 'Will Microcredit Save the World?' dat eerder werd gepubliceerd in de Free Market. Het tweede deel vindt u hier. Jeffrey Tucker is verbonden aan het Ludwig von Mises Institute te Auburn, Alabama.
 

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl