“Extremism in the defense of liberty is no viceā€¦.and moderation in the pursuit of justice is no virtue. ”
Barry Goldwater

Mijnbouw voor de volgende miljoen jaar

Door George Reisman

27 april 2007

Mijnbouw mergelt de aarde uit zo vinden vele mensen, maar George Reisman, emeritus hoogleraar economie, meent dat dat qua volume in ieder geval heel erg meevalt. Eigenlijk, zo vindt hij, is de mijnbouw op aarde nog maar nauwelijks begonnen, in dit tempo duurt het honderd miljoen jaar voordat we een volume van 1% van de totale aarde hebben opgegraven. Voor tekorten aan wat dan ook hoeven we wat hem betreft dus niet te vrezen. Meer mijnbouw, veel meer mijnbouw betekent in zijn ogen: meer welvaart. Het prikkelende essay werd door De Groene Rekenkamer vertaald en u kunt het hieronder lezen.



Gedurende vele jaren heb ik er op gewezen dat de totale massa van de aarde, van de buitenste grenzen van de atmosfeer 4000 mijl omlaag tot het binnenste van de aarde, uit niets anders bestaat dan stevig op elkaar gepakte chemische elementen. Er is niet één kubieke centimeter ergens in de massa van de aarde die niet bestaat uit een chemisch element of een combinatie daarvan. Dit, heb ik gezegd, is de bijdrage van de natuur aan de voorraad van natuurlijke hulpbronnen, samen met alle enorme hoeveelheden energie uit fossiele brandstoffen, uranium, wind, water, de kern van de aarde, onweer en statische elektriciteit.

Hoe veel van deze immense hoeveelheid materie en energie omgezet kan worden in de kleinere categorie van natuurlijke hulpbronnen die economisch bruikbaar zijn en toegankelijk voor de mens hangt af van de stand van de stand van wetenschap en de technologie en de beschikbaarheid van machinerie. Met andere woorden, het hangt af van de menselijke kennis van de natuur en diens fysieke vermogen om die naar zijn hand te zetten.  Als de mens deze kennis en macht vergroot dan vergroot hij het economisch bruikbare deel van de natuur. Hij verandert wat tot dan toe slechts natuur was in economische goederen en welvaart.

Ik heb er altijd op gewezen dat onze macht over de natuur, ons vermogen om bij de ‘inhoud’ ervan te komen en voor de bevrediging van onze behoeften in te zetten – eerder in een diepte van decimeters dan in kilometers moet worden uitgedrukt en zich hoofdzakelijk beperkt tot de 30% van het oppervlak die uit land bestaat. De duidelijke implicatie daarvan is dat we nog maar aan het begin staan van onze mogelijkheden om economisch bruikbare hulpbronnen aan de natuur te onttrekken.

Ik heb enkele empirische gegevens verzameld die duidelijk maken hoe bescheiden de mijnbouwactiviteiten van de mens zijn vergeleken met de omvang van de aarde. Bijvoorbeeld: de totale wereldproductie van petroleum is ongeveer 30 miljard barrels per jaar ( bron  ). Iedere barrel is ongeveer een zesde  (0.16) van een kubieke meter ( bron ). Dat betekent dat het fysieke volume van alle petroleum die er jaarlijks aan de aarde onttrokken wordt  0.16 maal 30 miljard is,  hetgeen neerkomt op  4.8 miljard kubieke meter. Aangezien  duizend meter 1 kilometer is, is een miljard kubieke meter gelijk aan een kubieke kilometer. We hebben het hier dus over 4.8 kubieke kilometer per jaar.

Dit is bij elkaar voldoende om te suggereren dat de totale mijnbouw operaties weinig ruimte in beslag nemen ten opzichte van de omvang van de aarde die 1.1 biljoen (1012) kubieke kilometer ( bron ) bedraagt. Deze conclusie wordt bevestigd als je de totale jaarlijkse wereldproductie van andere belangrijker mineralen zoals ijzererts, steenkool, aluminium en aardgas beschouwt.

De wereldwijde winning van ijzererts bedroeg in 2003, het meest recente jaar waarvoor cijfers beschikbaar zijn, ongeveer 1.16 miljard metrieke tonnen ( bron ), De dichtheid van ijzererts varieert tussen de 4 en de 5 metrieke ton per kubieke meter ( bron ), afhankelijk van het soort erts. Hoe kleiner het aantal metrieke tonnen per kubieke meter des te groter het aantal kubieke meter dat je voor een bepaald tonnage nodig hebt. Uitgaande van het lagere getal van 4 metrieke tonnen per kubieke meter zou de totale productie van ijzererts in 2003  291 miljoen kubieke meter bedragen oftewel 0.291 kubieke kilometer. Omdat veel van het ijzererts een hogere dichtheid heeft is het werkelijk onttrokken volume nog aanzienlijk kleiner.

De wereldwijde  steenkoolproductie bedroeg in 2004 2.73 miljard metrieke tonnen. ( bron ).  Aangezien de dichtheid van  steenkool ongeveer 1.3 metrieke tonnen per kubieke meter bedraagt ( bron ) is  het totale volume  ongeveer 2.1 kubieke kilometers,

De wereldwijde productie van aluminium bedroeg in 2001 32 miljoen metrieke tonnen  ( bron ). Voor 1 ton aluminium heb je 4 tot 6 ton bauxiet nodig, dus 32 miljoen ton aluminium impliceert een winning van 192 miljoen ton bauxiet. De dichtheid van bauxiet is 1.28 metrieke ton per kubieke meter (  bron ), hetgeen het totale volume gewonnen bauxiet in 2001 op 150 miljoen kubieke meter brengt oftewel  0.15 kubieke kilometers.

De wereldwijde productie van aardgas bedroeg in 2004 ongeveer  2774 kubieke kilometers ( bron ). Om dit cijfer in perspectief te zien moet je je realiseren dat dit gas wordt samengeperst tot de vloeibare vorm en daarbij een factor 600 kleiner wordt ( bron ). Het vloeibare equivalent van deze hoeveelheid gas bedraagt dus  4.62 kubieke kilometers. Dat is wat minder dan het volume van de gewonnen aardolie.

Als we deze getallen optellen dan komen we op  11.43 kubieke kilometers. Laten we nu gemakshalve uitgaan van een totale wereldwijde jaarlijkse mijnbouw, alle mineralen bij elkaar, met een volume van 100 kubieke kilometer.

In een enigszins vrije rationele maatschappij is een gemotiveerd mens eenvoudig in staat om niet alleen deze hoeveelheid aan de aarde te onttrekken, maar de hoeveelheid zelfs aanmerkelijk te vergroten. Uitgaande van het huidige niveau zouden we 100 miljoen jaar door kunnen gaan. Tegen die tijd zou een totaal van 10 miljard kubieke kilometers zijn ontgonnen, iets minder dan 1% van het totale aardvolume.

Als de economische vooruitgang in de komende eeuwen gebruikt wordt om de mijnbouwoperaties met een factor 100 toe te laten nemen dan zou men op die grote schaal een miljoen jaar door kunnen gaan voordat 1 percent van het aardvolume zou zijn ontgonnen.  Uitputting van bruikbare toegankelijke ertsvoorkomens is simpelweg geen probleem voor een economie die net zo vrij is als de VS enkele generaties terug was.

Onze groeiende problemen bij de benutting van natuurlijke hulpbronnen worden niet veroorzaakt door de natuur, maar door ons zelf. We hebben  de rede verlaten en de vrijheid opgegeven. We hebben ons laten leiden door mensen die ons willen laten bevriezen en immobiliseren in plaats van wat olie te morsen op de sneeuw (iets wat nauwelijks iemand zal zien), of het verstoren van het leefgebied van wilde dieren waar niemand om geeft. Als we dat door laten gaan, dan zijn we op weg naar een wereld die goed wordt beschreven in deze wanhopige woorden:
‘Je moet weten dat de wereld oud is geworden en zijn oude kracht niet meer heeft. Hij ziet zichzelf aftakelen. De regenval en de zonnewarmte nemen af, metalen zijn bijna uitgeput, de boer faalt in de velden, de visser faalt op zee, de soldaat in het kamp, de eerlijkheid op de markt, het recht in het Hof, de hartelijkheid in de vriendschap,  de vaardigheid in de kunst, de discipline in de moraal. Dat is de straf die de wereld krijgt, dat alles wat begonnen is zal wegkwijnen, dat wat rijp is geworden zal verouderen, de sterken zwak, de groten klein en na die zwakheid en krimp komt het verdwijnen.1
Zoals ik schreef in Capitalism, is deze passage geen citaat van een hedendaagse milieuactivist of natuurbeschermer. Hij was geschreven in de derde eeuw – lang voordat het eerste brok kool, de eerste druppel olie, het eerste ons aluminium of welke significante hoeveelheid van welk mineraal dan ook uit de aarde was gehaald. Toen, zowel als nu was dit geen fysiek maar een filosofische en politiek probleem. Toen zowel als nu draaiden mensen weg van de rede naar de mystiek Toen zowel als nu werden mensen steeds onvrijer en vielen steeds vaker onder met geweld afgedwongen regels.  Dat is waarom ze ervan overtuigd waren en onze tijdgenoten er van overtuigd raken dat de mens hulpeloos is tegenover de krachten van de natuur. Maar die hulpeloosheid is er feitelijk niet. Aan mensen die de rede gebruiken en die vrij zijn geeft de natuur meer en meer. Mensen die de rede verlaten of onvrij zijn krijgen steeds minder. Om iets anders gaat het niet.
  1. De bovenaangehaalde passage komt uit W. T. Jones, The Medieval Mind, vol. 2 van A History of Western Philosophy, 2d ed. (New York: Harcourt, Brace, and World, 1969), p. 6

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl