Arm en het rijk

Door Henk Steenhuis

5 april 2007

De pas aangetreden ministers trekken er graag op uit, op bezoek bij 'de mensen in het land' (Hans Wiegel) om zich te vergewissen van hun nieuwe vakgebied. Bravo. Met eigen ogen zien wat zich voordoet, is een mooie aanvulling op de nota's en adviezen die een bewindsman ter beschikking staan.

Minister Ella Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie) trok deze week door Rotterdam, stad met maar liefst zeven achterstandswijken, zoals dat tegenwoordig heet, ooit achterbuurten genaamd. Zo kon ze ter plekke zien waar een deel van de 400 miljoen euro terecht zal komen die haar ministerie vorige week heeft gereserveerd voor de veertig grootste achterbuurten van Nederland.

Mensen heten hier arm omdat ze aan de onderkant van de inkomenshiërarchie zitten en ze worden arm genoemd omdat ze minder hebben dan de rijken.
Veel geld? Zie het liever als een bonus op de kolossale bedragen die eerder al waren gereserveerd voor de minst bedeelden. Zo is de komende tien jaar alleen al in Rotterdam een miljard apart gelegd (door overheid en door coöperaties) voor de wijken waar het slecht gaat. Maar zelden hoor je een kritisch geluid als bekend wordt hoe de staat dit geld als manna rondstrooit, en dat zal wel komen doordat het richting arme mensen gaat.

Armoede is complex. In zijn belangrijke boek Arm en rijk (1998) probeerde de Amerikaanse econoom David Landes in kaart te brengen hoe rijkdom en armoede tot stand komen. Erg eenduidig is dat niet. Godsdienst, bevolking, klimaat, oorlog, volksgezondheid en de ligging van een land - heel diverse factoren kunnen leiden tot grote verschillen in welvaart. Afgaande op het inkomen per hoofd van de bevolking, stelt Landes dat Zwitserland vierhonderd keer zo rijk is als Mozambique.

Zo groot zijn de verschillen in ons werelddeel bij lange na niet. Toch wordt het woord armoede hier te pas en te onpas gebruikt, en dat bevalt iemand als Theodore Dalrymple in het geheel niet. Het gaat immers niet om mensen die honger hebben of die moeten leven zonder stromend water of zonder medische zorg. Ze hebben voedsel, kleding en onderdak, en het zal niet vaak gebeuren dat ze zoals vroeger veertien uur per dag moeten werken voor een schamel loon. De armen van vandaag zijn niet arm op een traditionele manier.

Armoede, zo betoogt hij, is bijna ongemerkt opnieuw gedefinieerd. Mensen heten hier arm omdat ze aan de onderkant van de inkomenshiërarchie zitten en ze worden arm genoemd omdat ze minder hebben dan de rijken. In deze opvatting is er maar één manier om armoede uit te bannen en dat is herverdeling van welvaart. Een dergelijke herverdeling is het doel van de verzorgingsstaat, maar het gekke is dat de zogenaamde armoede nog steeds niet is uitgebannen, ook al zijn er kolossale bedragen mee gemoeid.

En dat zou weleens kunnen komen doordat in de verzorgingsstaat niemand hoeft te knokken om te overleven, toch dikwijls de drijfveer om iets te maken van je leven. De verzorgingsstaat - we halen nog een keer Dalrymple aan - leidt vooral tot 'gesubsidieerde apathie'.

Henk Steenhuis

Deze editorial werd gepubliceerd op de website van HP/De Tijd, week 13, 2007

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl