“You are neither right or wrong because the crowd diasagrees with you. You are right because your data and reasoning are right. ”
Benjamin Graham

In perspectief: Economen tegen de economie

Door Sheldon Richman

19 december 2007

Vijf economen die winnaars zijn geweest van de Nobelprijs voor de Economie of voorzitter zijn geweest van de American Economic Association -en drie die beiden zijn geweest- hebben zich recentelijk bij 600 andere economen gevoegd om de federale overheid ertoe te bewegen het minimumloon te verhogen.

De handtekeningen waren verzameld door de door de vakbonden gesteunde Economic Policy Institute (EPI) die, wat niet verbazingwekkend is, een stevig ingrijpen door de overheid in de economie voor staat.

Ik neem aan dat dit ons er toe zou moeten brengen beter over minimumloon te denken. In plaats daarvan denk ik nu slechter over de Nobelprijs voor de Economie en de American Economic Association.

De economen claimen dat het minimumloon "gebaseerd is op het principe dat werk gewaardeerd wordt door een minimum uurloon vast te stellen waaronder werkgevers hun werknemers niet mogen betalen".

Dat is kletspraat. Het wettelijk verplichten van een minimum uurloon is geen principe dat over waardering van werk gaat. Werk wordt meer of minder gewaardeerd naargelang het nut dat het produceert. Geen enkele wet kan dat veranderen. Het enige wat een minimumloon doet is voorschrijven: "Als u arbeid wilt kopen (als!), dan mag u niet minder betalen dan dat wat de wet bepaalt."

In een vrije markt wordt een salaris overeengekomen door onderhandelingen tussen een werkgever, die niet meer wil betalen als nodig om de verwachte waarde van de arbeid te verkrijgen, en een potentiële werknemer, die zoveel salaris wil ontvangen als hij voor zijn diensten kan krijgen. Wat beiden bereid zijn te betalen of te accepteren hangt af van hun verwachtingen en andere alternatieven. De alternatieven van een ongeschoold werknemer kunnen worden uitgebreid door meer vaardigheden te leren, maar ook door concurrerende vraag naar zijn diensten.

Als de marktprijs niet alle kosten dekt dan zullen er na niet al te lange tijd helemaal geen salarissen meer worden betaald.
Uiteindelijk hangt de mogelijkheid die een werkgever heeft om het salaris te betalen af van de bereidheid van de consument om het product dat ontstaat tijdens het productieproces te kopen tegen een prijs die de kosten (en de "opportunity cost") ervan dekken. Als de marktprijs niet alle kosten dekt dan zullen er na niet al te lange tijd helemaal geen salarissen meer worden betaald.

Een salaris is dus het resultaat van een transactie. Als concurrentie vrij is van politieke belemmeringen neigen salarissen naar de marginale waarde (minus het ondernemersrisico) van een bepaalde dienst op de markt. Het is dan ook zo dat competatieve salarissen de enige manier zijn om die waarde te bepalen. Die waarde heeft alleen een betekenis dankzij het marktproces. Er is geen externe standaard waarmee over een door de markt bepaalde waarde kan worden geoordeeld. Bovendien, als beide partijen (politiek) vrij zijn, ergo het systeem vrij is van fysieke kracht, dan voldoet de uitkomst aan de criteria van rechtvaardigheid en eerlijkheid.

Het is waar dat we geen volledig vrije markt hebben, maar het juiste antwoord zou zijn om de subsidies, belastingen, reguleringen en andere privileges af te schaffen die concurrentie en investeringen en zo de vraag naar arbeid onderdrukken. Het zou ook helpen om het verrotte schoolsysteem te vervangen door een concurrerende onderwijsmarkt. Een beetje knutselen aan het minimumloon leidt ons af van wat we eigenlijk moeten doen.

De economen zeggen ook dat "het minimumloon helpt om de onbalans in onderhandelingsmacht die werknemers met een laag inkomen op de arbeidsmarkt hebben tegen te gaan".

Maar dat doet het niet voor werknemers die ontslagen worden omdat hun productiviteit minder wordt geacht dan het verplichte salaris. Daarom kan het minimumloon ook niet, zoals ze zeggen, "een belangrijk hulpmiddel zijn om armoede te bestrijden". De economische theorie laat zien, en eindeloze onderzoeken illustreren het, dat als je de prijs van iets verhoogt er, ceteris paribus, minder van gekocht zal worden. Als tegenstanders van roken mensen minder sigaretten willen laten kopen, roepen ze om hogere belastingen opdat tabak duurder wordt. Hoe kan het zijn dat de vraagcurve voor alles omlaag loopt behalve voor ongeschoolde arbeid?

De economische theorie laat zien, en eindeloze onderzoeken illustreren het, dat als je de prijs van iets verhoogt er, ceteris paribus, minder van gekocht zal worden.
De economen stellen verder: "Wij geloven dat een bescheiden verhoging van het minimumloon het welzijn van laagbetaalde werknemers zou verbeteren en niet de schadelijke effecten zou hebben die er volgens de critici zou zijn."

De schadelijke effecten waaraan gerefereerd wordt is het verlies van banen door ongeschoolde arbeiders en minder nieuwe banen op het instap-niveau. Andere schadelijke effecten zijn mogelijk. Een bedrijf kan bezuinigen om het hogere minimumloon te betalen, maar die bezuinigingen kunnen het leven minder leuk maken voor werknemers. Het aantal werkuren kan bijvoorbeeld verlaagd worden, of bedrijfstrainingen kunnen worden afgelast. De 650 economen zouden kunnen denken dat de kosten niet opwegen tegen de baten, maar zouden zij die beslissing moeten nemen? Wat doen ze zelf om de mensen die de prijs moeten betalen te helpen?

Het statement dat deze economen maken illustreert een probleem dat ontdekt werd door F.A. Hayek. Bij het banket de nacht voordat hij werd gelauwerd met de Nobelprijs in de Economie van 1972 zei Hayek: "Ik moet toegeven dat als mij om advies was gevraagd of er een Nobelprijs in de Economie zou moeten komen ik beslist een negatief advies zou hebben gegeven. [..] De Nobelprijs verleent een autoriteit die niemand in de economische wetenschap zou moeten bezitten. [..] Er is geen reden waarom iemand die een bijzondere bijdrage aan de economische wetenschap heeft geleverd alles zou moeten weten van alle problemen van de maatschappij, zoals de pers geneigd is hem te behandelen totdat hij er uiteindelijk zelf van overtuigd raakt. "

Sheldon Richman

Dit is een vertaling van het artikel op de site van Foundation for Economic Education.

Gerelateerde links:
- Naar een vrije arbeidsmarkt, Frank Karsten
- Werk en werkloosheid: een inleiding, Walter Block
- Issues: Minimumloon
- Over werkloosheid en looploosheid

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl