Zouden we ├╝berhaupt moeten handelen?

Door Walter E. Williams

4 april 2007

Er zijn maar een paar producten die Amerikanen importeren die niet in Amerika gemaakt kunnen worden, wat voor banen voor Amerikanen zou zorgen. Laten we er een paar bekijken.

We importeren cacao uit Ghana en koffie uit Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen. We importeren saffraan uit Spanje en India en kaneel uit Sri Lanka. India is zelfs verantwoordelijk voor 86% van de wereldproductie van kruiden. Er is absoluut geen reden waarom deze producten niet door Amerikanen geproduceerd zouden kunnen worden. Zo zouden we "cacao-, koffie- en kruidenonafhankelijk" zijn.

Je zult zeggen: "Williams, dat is belachelijk! We hebben het klimaat en de geschikte grond niet om die producten te maken. Veel kruiden hebben bijvoorbeeld een vochtige, tropische omgeving nodig". Geen probleem. We hebben de technologie waarmee we zowel de bodem als de weersomstandigheden kunnen simuleren.

We kunnen broeikassen bouwen om kaneelbomen in te telen en we kunnen onze wetenschappers dezelfde bodemomstandigheden laten maken als die in Sri Lanka. Broeikassen kunnen ook het klimaat in Afrika en Latijns-Amerika simuleren om cacao en koffie te kunnen telen. In het geval van cacao zouden de broeikassen het formaat van de Superdome moeten hebben om bomen van 20 meter erin te laten passen.

Je zult zeggen: "Williams, dat is nog steeds belachelijk! Denk je de hoge kosten in en de hogere prijzen door jouw belachelijke plan.". En dan zeg ik: "Aha, je begint het te snappen".

Er zijn meerdere overduidelijke factoren die meespelen als we cacao-, koffie- en kruidenonafhankelijk willen zijn. Zonder twijfel zouden er banen gecreëerd worden in de cacao-, koffie- en kruidenindustrie, maar de consument zou een veel hogere prijs betalen dan nu. Daardoor zouden 300 miljoen Amerikanen slechter af zijn, door meer te moeten betalen of deze producten niet meer te hebben, maar de mensen met de nieuwe banen zouden beter af zijn.  

Handelsrestricties op bagage bespaarde 226 banen en kostte de consument 1.2 miljoen dollar per geredde baan. De handelsrestricties op kleding bespaarde 168.786 banen wat bijna 200.000 dollar per geredde baan kostte.
Dus laten we eerlijk zijn. Waarom kiezen we ervoor cacao, koffie en kruiden te importeren in plaats van ze zelf te produceren? Het antwoord is dat het dan goedkoper is. Dat betekent dat onze levensstandaard hoger is dan als we zouden proberen ze zelf te produceren.

Als we van bijvoorbeeld koffie voor een lagere prijs kunnen genieten dan als we het zelf produceren hebben we meer geld over om andere dingen te kopen. Dat principe geldt niet alleen voor cacao, koffie en kruiden. Het is een algemeen principe: Als een goed goedkoper elders gekocht kan worden dan is onze levensstandaard hoger door handel dan als we het zelf zouden produceren.

Niemand zal ontkennen dat internationale handel vervelende consequenties heeft voor een aantal werknemers. Zij zullen een andere baan moeten zoeken die wellicht minder betaalt. Maar moeten we die banen beschermen met handelsrestricties? Het Institute for International Economics in Washington heeft gegevens verzameld die zouden kunnen helpen bij de beantwoording van deze vraag. Door importheffingen en quota's op de import van suiker zijn in de jaren negentig 2.261 banen gered.

Het resultaat van deze restricties is dat het gemiddelde huishouden 21 dollar per jaar extra betaalt voor suiker. De totale kosten zijn, voor heel Amerika, 826.000 dollar voor elke geredde baan. Handelsrestricties op bagage bespaarde 226 banen en kostte de consument 1.2 miljoen dollar per geredde baan. De handelsrestricties op kleding bespaarde 168.786 banen wat bijna 200.000 dollar per geredde baan kostte.

Je zou je kunnen afvragen hoe het komt dat bijvoorbeeld de suikerindustrie in staat is de consument zo af te zetten. Er zijn tenslotte veel meer consumenten dan werknemers en werkgevers in de suiker. Het antwoord is simpel. Er staat veel op het spel voor de mensen in de suikerindustrie, de werknemers en werkgevers. Ze zetten enorm veel in om de regering ertoe te bewegen handelsrestricties in te stellen.

Maar hoeveel van ons, consumenten, zouden hetzelfde doen om iemand uit het Congres te krijgen die voor de handelsrestricties op suiker heeft gestemd die ons gezin 21 dollar extra voor de suiker kostte?

Het is het probleem van de zichtbare mensen die voordeel hebben van handelsrestricties, de werknemers en werkgevers in de suikerindustrie, ten koste van de onzichtbare slachtoffers - de consumenten van suiker. Je zou het kunnen zien als ontoelaatbare prijsafspraken gemaakt door het Congres.

Walter E. Williams

Dit artikel is uit het Engels vertaald door Stichting MeerVrijheid. Bron op Townhall.com. Met dank aan JV.

Over de auteur

Dr. Williams is econoom en doceert aan de George Mason University.

Hij is de auteur van More Liberty Means Less Government: Our Founders Knew This Well.

Homepage Walter Williams

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl