De dwang van de islam

Door Michiel Hegener

7 december 2006

Eind november werd paus Benedictus XVI met alle egards in Turkije ontvangen. Maar gewone christenen zitten in de islamitische wereld zwaar onder de knoet. Voor moslims is er nog minder godsdienstvrijheid: op afvalligheid staat de doodstraf.

Een mooi perspectief zat verborgen in de wereldwijde protesten tegen de Mohammed-cartoons die de Deense krant Jyllands-Posten op 30 september 2005 afdrukte. De betogers eisten dat de redactie, de Deense regering en liefst het hele Westen excuses zouden aanbieden, en brachten daarmee impliciet een blijde boodschap: het was voortaan ook afgelopen met beledigingen door moslims van wat heilig is in het Westen. Anders zou er immers sprake zijn van meten met twee maten.

Er bestaat een grote onevenwichtigheid tussen de vrijheden die moslims in het Westen genieten en de beperkte vrijheden van christenen en andere niet-moslims in overwegend islamitische gebieden. In het Westen mogen moslims alles wat niet-moslims ook mogen. In de islamitische wereld mogen niet-moslims bitter weinig. Van wederkerigheid is in de verste verte geen sprake.
In feite hadden we zicht op een win-win situatie. Geen beledigingen meer van de islam, maar ook geen moslims meer die het christendom beledigen, bijvoorbeeld door te stellen dat de kruisdood en de wederopstanding van Jezus verzinsels zijn. En ook nooit meer moslims die de Holocaust ontkennen.

Een soortgelijk vooruitzicht ging schuil in de felle protesten van de mondiale moslimgemeenschap toen de paus, tijdens een rede in Regensburg op 12 september, de Byzantijnse keizer Manuel II Paleologos (1349-1425) als volgt citeerde: "Laat me zien wat Mohammed voor nieuws bracht, en je zult alleen slechte en onmenselijke dingen vinden, zoals zijn bevel het geloof met het zwaard te verspreiden."

Weliswaar kondigde de aan al-Qaida gelieerde Moedjahedien Sjoera in Irak aan: "We zullen het kruis vernietigen en dan zijn er nog maar twee mogelijkheden: aansluiting bij de islam of de dood." Maar de afkeuring door moslims was universeel. En die verwerping van het pauselijk citaat bood een geweldige kans op verzoening: dankzij de massale, woedende reacties mogen we er gevoeglijk van uitgaan dat moslims voortaan niet meer zullen herinneren aan moord en doodslag uit naam van andere religies. Bijvoorbeeld aan de kruistochten die zo veel ellende brachten.

Het is waarschijnlijk te vroeg om nu al concrete resultaten te verwachten van deze verheugende nieuwe detente tussen de islam en de niet-islamitische wereld. Wellicht zal er komende week iets van blijken als paus Benedictus XVI een bezoek brengt aan Turkije. Heel gunstig zijn de voortekenen niet. De Turkse premier Erdogan zal bijvoorbeeld niet aanwezig zijn om de paus te verwelkomen, wat eerder wel de bedoeling was.

Als er over en weer geen beledigingen meer komen van religies lijkt dat pure winst, want het was bar de afgelopen eeuwen! Bijvoorbeeld: sinds Mohammed hebben moslims beweerd dat christenen, gelovige joden, hindoes, boeddhisten en zoroastrianisten ongelovigen en heidenen waren.

Maar hoe verstandig is het om de bloedbaden en andere vormen van geweld uit het verleden te verzwijgen teneinde de lieve vrede te bewaren? Is het wijsheid om zwarte bladzijden uit geschiedenisboeken te scheuren?

Het idee doet in elk geval vreemd aan. In brede kringen in het Westen begon net een beetje door te dringen met hoeveel geweld de kruistochten gepaard gingen. De inname van Jeruzalem op 15 juli 1099 kostte bijvoorbeeld vrijwel de hele moslimbevolking het leven, en zelfs de christenen van Jeruzalem werden uitgemoord door de kruisvaarders, die volgens ooggetuigen tot hun enkels in het bloed waadden.

Evenmin zou meer worden verwezen naar wat de Amerikaanse historicus Will Durant (1885-1981) schreef in zijn elfdelige werk The Story of Civilisation: "De Mohammedaanse verovering van India is waarschijnlijk het bloedigste verhaal uit de geschiedenis. Islamitische geleerden en historici hebben met trots en plezier geschreven over de slachting onder de hindoes, de gedwongen bekeringen, het afvoeren van hindoevrouwen en kinderen naar slavenmarkten en de vernietiging van tempels door islamitische strijders tussen 800 en 1700. Miljoenen hindoes werden met het zwaard tot de islam bekeerd."

Toch is het ondanks de winst voor de interreligieuze verhoudingen moeilijk verdedigbaar om delen van de geschiedenis maar gewoon te vergeten, ook omdat we dan mogelijkheden laten liggen om van het verleden te leren. Manuel II Paleologos had het wél ergens over. Het christelijke Byzantijnse Rijk werd indertijd in hoog tempo onder de voet gelopen door de mohammedaanse Turken. Paleologos had alleen nog Constantinopel en een paar stukjes Griekenland over.

Maar met het behoud van de vrijheid om historische bronnen te citeren en feiten te memoreren, zijn we er niet. Er liggen nog een paar cruciale kwesties die al veel langer spelen, soms al eeuwen. Er bestaat namelijk een grote onevenwichtigheid tussen de vrijheden die moslims in het Westen genieten en de beperkte vrijheden van christenen en andere niet-moslims in overwegend islamitische gebieden. In het Westen mogen moslims alles wat niet-moslims ook mogen. In de islamitische wereld mogen niet-moslims bitter weinig. Van wederkerigheid is in de verste verte geen sprake.

Neem de kwestie van de bouwvergunningen. Moslims in het Westen mogen zoveel moskeeën bouwen als ze willen en kunnen financieren - of laten financieren, door Saoedi-Arabië of de Turkse achterban van de Turkse moskeevereniging Milli Görüs. In Nederland steeg het aantal moskeeën in vijftig jaar van nul naar vijfhonderd. En dat beeld is representatief voor andere westerse landen. In de Verenigde Staten, voor menige moslim de grote satan, steeg het aantal moskeeën sinds 1994 van 962 naar 1209.

In Egypte is tien procent van de bevolking christelijk, maar al sinds 1856 moet het staatshoofd voor elke nieuwe kerk of verbouwing van een bestaande kerk ontheffing verlenen. De laatste tien jaar kregen de zes miljoen christenen in totaal tien maal toestemming voor de bouw van een nieuwe kerk.
Maar dat betekent allerminst dat niet-moslims in overwegend islamitische landen vrij zijn om zo veel kerken en tempels te bouwen als ze willen bouwen en kunnen bekostigen. In Egypte is tien procent van de bevolking christelijk, maar al sinds 1856 moet het staatshoofd voor elke nieuwe kerk of verbouwing van een bestaande kerk ontheffing verlenen. De laatste tien jaar kregen de zes miljoen christenen in totaal tien maal toestemming voor de bouw van een nieuwe kerk.

Turkije kent redelijk wat vrijheid in de wet, maar het is vreemd dat een kerk aan de staat vervalt als het aantal gelovigen naar het oordeel van de staat te gering is. Als er volgens de gemeenteleden reden is voor een hernieuwde ingebruikname kunnen ze een petitie indienen, die kan leiden tot teruggave. Maar volgens het International Religious Freedom Report 2004 van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken ‘wordt het overgrote deel van de petities niet gehonoreerd of aangehouden omdat er, volgens de autoriteiten, gebrek aan documentatie was’.

Een jaar geleden meldde De Telegraaf dat de enige katholieke kerk van Adana dicht moest omdat kort daarvoor in het belendende pand een restaurant was geopend, terwijl de Turkse wet verbiedt dat een restaurant minder dan tien meter van een kerk staat. Het Amerikaanse rapport meldt verder dat af en toe Turkse en buitenlandse christenen worden vastgehouden ‘op verdenking van het houden van bijeenkomsten zonder toestemming’.

Om misverstanden over de islamitische identiteit van Turkije helemaal uit te sluiten, vallen niet-moslims in Turkije onder het ministerie van Buitenlandse Zaken. "Stel je voor dat Nederland de islam als een zaak van buitenlanders beschouwt," aldus Othmar Oehring, voorzitter van de Turkse katholieke bisschoppen in 2005 op een conferentie over geloofsvrijheid.

De ongelijkheid reikt veel verder. Neem de Grieks-orthodoxe kerk in Turkije, die in 1923 180.000 leden had en nu nog maar vijfduizend. Het hoofd van de kerk moet de Turkse nationaliteit hebben, zegt Turkije. Hoeveel van dergelijke beperkingen worden opgelegd aan Turkse imams in Nederland? Geen, ze hoeven slechts een verblijfsvergunning te hebben.

Nederland heeft imamopleidingen en telt tientallen islamitische basisscholen, maar hoe staat het met de vrijheid om christelijke scholen te stichten in Turkije? Het enige Grieks-orthodoxe seminarie werd in 1971 door de regering gesloten. De Europese Unie en de Verenigde Staten oefenden tevergeefs druk uit op Ankara.


Een pelgrim bij de Masjid Al Haram moskee, Mekka, Saoedi Arabië


In het Westen wordt aan de distributie van de koran en andere heilige boeken geen enkele beperking opgelegd - uiteraard niet. Maar vreemd genoeg stuit het verspreiden van de bijbel in islamitische landen vaak op problemen. In Iran is het zonder meer verboden. In Turkije (99,9 procent islamitisch) mag het wel, maar juist de laatste tijd zijn er in de praktijk problemen. Vooraanstaande politici spreken graag van ‘een complot om Turkije christelijk te maken’, signaleerde de Turkse columnist Mustafa Akyol vorig jaar. In antwoord daarop ‘eisen conservatieve moslims nu dat christenen die bijbels distribueren worden gearresteerd’. Op een boekenbeurs in Bursa, in maart van dit jaar, verzamelde een groep moslims zich bij een stand van Turkse christenen met bijbels. Ze begonnen nationalistische slogans te scanderen. Tien minuten konden ze hun gang gaan voor de politie ingreep, lang genoeg voor een cameraploeg om opnamen te maken die ’s avonds landelijk op televisie werden uitgezonden, wat weer voer was voor anti-christelijke commentaren.

In één cruciaal opzicht zijn de niet-moslims in de islamitische wereld verrassend in het voordeel. Als het gaat om een fundamenteel aspect van vrijheid - de vrijheid om van godsdienst te veranderen - hebben zij meer rechten dan moslims. Katholieken in Irak, zoroastrianisten in Iran en kopten in Egypte, maar ook boeddhisten in Afghanistan en hindoes in Pakistan zijn stuk voor stuk vrij om hun geloof af te zweren en zich vervolgens eventueel aan te sluiten bij een andere religieuze groep. Dat recht hebben moslims absoluut niet. In al die landen verkeren moslims die van religie willen veranderen in levensgevaar.

Dat is opmerkelijk. Bijna overal ter wereld gunnen meerderheden zichzelf meer vrijheden dan de minderheden in hun samenleving, maar hier doet zich het omgekeerde voor. Het recht om van godsdienst te veranderen, vervalt wel zodra een christen in Iran of een hindoe in India overstapt op de islam: wie spijt heeft en de islam weer vaarwel wil zeggen, moet volgens de sharia-wetgeving rekenen op de doodstraf. Voor elke moslim geldt: hoe je ook tot de islam bent gekomen, eruit stappen mag nooit.

Het gaat hier niet om een geografisch bepaalde vorm van rechtsongelijkheid, zoals de belemmeringen bij het bouwen van kerken in islamitische landen versus de vrijheid om moskeeën te bouwen in het Westen. Het verbod om de islam te verlaten geldt wereldwijd, want Mohammed zelf stelde de doodstraf op het door hem gestichte geloof. Het achterliggende idee: een moslim is bezit van Allah, en wie uit de islam stapt, steelt dus van Allah.

De doodstraf voor afvalligheid is in menig islamitisch land realiteit. In Soedan staat het in het wetboek van strafrecht (artikel 126.2), in Mauretanië in de Grondwet (artikel 134).
Deze ultieme straf zou in dezelfde categorie vallen als de oudtestamentische teksten die steniging eisen bij overspel en godslastering, ware het niet dat het in die gevallen gaat om dode letters. De doodstraf voor afvalligheid is in menig islamitisch land realiteit. In Soedan staat het in het wetboek van strafrecht (artikel 126.2), in Mauretanië in de Grondwet (artikel 134). De Grondwet van de Malediven stelt simpel dat elke staatsburger moslim is. In Iran zegt artikel 167 van de Grondwet dat de sharia geldt voor alles waarover de reguliere wet zwijgt, zoals afvalligheid. In Maleisië hebben enkele deelstaten heropvoedingskampen voor mensen die uit de islam willen stappen, al blijft dat in de Malaysia Truly Asia-spotjes onderbelicht.

Turkije kent wel de wettelijke vrijheid om van religie te veranderen, ook voor moslims. De sharia werd hier weliswaar in 1926 afgeschaft, maar de geest van de sharia werkt door. Wie overgaat tot het christendom moet rekenen op vele vormen van vijandigheid en zware beperkingen bij het vinden van werk. Volgens Otmar Oehring laten nieuwe christenen doorgaans op hun identiteitspapieren staan dat ze moslim zijn. Officieel stapten de laatste tien jaar gemiddeld veertig Turkse moslims per jaar over naar het christendom, een absurd laag aantal gelet op de normale mobiliteit tussen religieuze groepen in vrije samenlevingen.

Het verbod op afvalligheid voor moslims geldt overal, ook in Nederland. Niet volgens onze landelijke wetgeving, maar wel volgens de sharia. In principe is het in Nederland niet anders dan in Koeweit en Egypte, landen waar individuele vrijheid van godsdienst, en dus ook de vrijheid om van godsdienst te veranderen, vastligt in de wet. Maar wie daar de islam verlaat, hangt een volksgericht boven het hoofd, vaak in de vorm van moord of dreiging met moord. Ook intimidatie door de autoriteiten is deel van het pakket. De Declaration by the Christian Converts of Egypt geeft een aardig beeld. In Afghanistan had in maart een moslim de moed zich tot het christendom te bekeren. Hij werd prompt ter dood veroordeeld door een sharia-rechtbank. Onder westerse druk verleende de Afghaanse president Hamid Karzai weliswaar gratie aan Abdul Rahman, maar de bekeerling moest vervolgens linea recta en in het geheim het land verlaten omdat woedende demonstranten zijn dood eisten.

In Turkije werden begin deze maand nog twee mannen, Hakan Tastan en Turan Topal, voor het gerecht gesleept omdat ze ‘de Turksheid’ zouden hebben beledigd door christen te worden. Ook hadden ze zich bezondigd aan pogingen om middelbare scholieren te bekeren.

In Nederland en omringende landen kunnen islamverlaters zo veel represailles verwachten - uitstoting, doodsbedreigingen, geweld - dat ze daar doorgaans van afzien of in het geheim breken met de islam. In 2004 maakte de Evangelische Omroep een documentaire over Nederlandse moslims die christen waren geworden, en vond er twee bereid te spreken. Een van de twee, een Iraakse man, ging kort daarna terug naar Irak en werd toen veiligheidshalve maar weer moslim.

Onlangs vertelde een Nederlands-Koerdische kennis me dat ze een paar jaar geleden had gebroken met de islam, maar dat haar ouders en zoon daar nooit achter mochten komen. Een bizarre uitzondering? Integendeel, het is normaal. Websites voor afvallige moslims maken sinds een paar jaar duidelijk hoe groot het probleem is. Steeds weer is het anoniem opgetekende verhaal: ik ben blij dat ik geen moslim meer ben, maar niemand mag het weten, anders loop ik groot gevaar. Wereldwijd moeten er miljoenen mensen rondlopen die bij hun geboorte moslim werden en met de islam gebroken hebben, maar daar uit lijfsbehoud met bijna niemand over durven te praten.

Naast de internetbekentenissen zijn er harde cijfers: tienduizenden Nederlandse christenen stapten zonder veel problemen over op een ander geloof, honderden Nederlandse hindoes deden hetzelfde, maar het aantal moslims dat openlijk met de islam brak, is minimaal: tientallen hooguit, en ze houden zich muisstil.

Er zijn goede redenen waarom westerse overheden, anders dan nu het geval is, zouden moeten toezien op de vrijheid van moslims om openlijk over te stappen op een ander geloof, of atheïst of agnost te worden.

Ten eerste is er nu sprake van ernstige rechtsongelijkheid, al is dat niet de schuld van het Nederlands recht maar van de sharia. Elke andere religie erkent de individuele vrijheid van godsdienst van het individu. Bij hindoes en boeddhisten is het zelfs een centraal leerstuk. Iedereen is geheel vrij, onverstandige beslissingen wreken zich hooguit in een slecht karma en problemen in de toekomst, toekomstige levens inbegrepen. Katholieke afvalligen weten zich gesteund door de verklaring Dignitatis Humanae, die in 1965 werd opgesteld tijdens het Tweede Vaticaans Concilie. De kern van het stuk: het individuele geweten staat boven de kerk, en religieuze keuzes kunnen alleen betekenis hebben als ze in vrijheid worden genomen.

Dat laatste voert naar een tweede bezwaar tegen het verbod op afvalligheid in de islam: nu weet niemand hoeveel moslims er zijn. De overgrote meerderheid van de één miljard mensen die als moslim door het leven gaan, werd bij de geboorte tot moslim gebombardeerd en kreeg al opgroeiend te horen dat het niet is toegestaan de islam te verlaten.

Wat is de betekenis van een ‘keus’ voor een religie als de vrije wil er niet aan te pas is gekomen? Elsevier claimde deze zomer nog in een speciale editie over de islam dat het om ‘de snelst groeiende religie ter wereld’ zou gaan. Dat is onzin. Wie in een islamitisch milieu wordt geboren, mag maar één religie aanhangen, de islam. Alternatieven zijn er niet.

Hoeveel moslims zouden moslim blijven als de islam een open huis was, waar iedereen vrij in en uit kan lopen, zonder vrees voor represailles van de overheid, de geloofsgemeenschap of de familie? Niemand die het kan zeggen, tot de dag dat de muren rond de islam omvallen.

Deze ongelijkheid tussen de islam en andere grote religies is nog veel ernstiger dan de ongelijkheid bij het al dan niet mogen bouwen van kerken en moskeeën. Of bijvoorbeeld de plicht voor christelijke vrouwen in Iran om hoofddoeken te dragen.

De hele tegenstelling tussen islam en niet-islam wordt gevoed door de berichten over de snelheid waarmee de islam zich wereldwijd verspreidt. Maar de aantallen geven een schijnwerkelijkheid weer zolang het niet is toegestaan de islam te verlaten. |

Michiel Hegener

Van Michiel Hegener verscheen in 2005 bij uitgeverij Contact: Vrijheid van Godsdienst

Dit artikel verscheen op 24 november 2006 in HP/De Tijd


Gerelateerde link:
- Een interview met Michiel Hegener

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl