Het nieuwe asielbeleid van Zwitserland

Door Alain van der Horst

10 november 2006

Zwitserland gaat zijn asielbeleid nog strenger maken dan het al was. De meeste Nederlanders die er wonen, begrijpen dat heel goed. ‘We willen gewoon niet overspoeld worden met problemen, zoals jullie.’

Met misprijzen werd in Nederland gereageerd op een tot de verbeelding sprekend referendum in Zwitserland. Een comfortabele meerderheid van bijna zeventig procent van de opgekomen Zwitsers stemde in met een aanzienlijke verscherping van het asielbeleid, dat toch al niet erg soepel was.

‘Zwitsers weren migranten’, kopte Het Parool. ‘Zwitsers: grens dicht’, maakte NRC Handelsblad ervan. Die toonzetting is koren op de molen van degenen die het vooroordeel koesteren dat temidden van de hoge bergen tussen het zuiden van Duitsland en het noorden van Italië een xenofoob volk woont dat zich afkeert van de buitenwereld. Tenzij die buitenwereld (zwart) geld komt brengen, uiteraard.

Maar is dat wel terecht? Zou er niet ook enige logica kunnen schuilen in de manier waarop de Zwitsers omgaan met buitenlanders die hun land in willen? Is het per se fout om asielzoekers die geen paspoort kunnen of willen overleggen te weigeren? Is het een idiote gedachte om immigratie vooral toe te staan aan ‘uitzonderlijk gespecialiseerde werkkrachten’ waaraan de Zwitserse economie behoefte heeft? Zou het toeval zijn dat Zwitserland de absolute nummer één is op de ranglijst van meest concurrerende economieën ter wereld, zoals onlangs bekend werd gemaakt door het World Economic Forum, een jaarlijkse bijeenkomst van internationale CEO’s, presidenten, minister-presidenten en andere vooraanstaande decision makers?


Bern


De meeste Nederlanders die naar Zwitserland zijn verkast – in totaal woonden er in 2002 volgens gegevens van Swiss Statistics zo’n vijftienduizend – denken van niet. Degenen die zich er in dit artikel over uitlaten, zijn bijzonder te spreken over de duurzame wijze waarop de Zwitsers hun samenleving hebben ingericht. Ze snappen over het algemeen ook heel goed dat de Zwitsers hebben ingestemd met een wet die het immigranten van buiten Europa erg moeilijk maakt om binnen te komen. Toch zouden ze hun nieuwe vaderland nooit racistisch noemen. Eerder realistisch. Een voorbeeld voor Nederland zelfs. Ze denken dat als in Nederland een soortgelijk referendum zou worden gehouden de uitslag niet zo gek veel zou afwijken. Maar ja, in Nederland heeft het volk het niet voor het zeggen en in Zwitserland wel. Dat helpt enorm bij het op peil houden van de welvaart.

"Er wordt hoog gehouden dat Nederlanders zo tolerant zijn, maar in de praktijk betekent dat gewoon dat alles van iedereen is en dus van niemand. Er is weinig respect meer voor het bezit van anderen."
Ronald Holtkamp is er zo een, een ‘Nederzwitser’. Hij woont nu zeseneenhalf jaar permanent in het bergland dat in omtrek ongeveer even klein is als Nederland, maar dat niet in de Europese Unie zit en wel een hoger welvaartspeil kent. Hij is vermogensbeheerder bij de private bank Sarasin & Co in Zürich. Toevallig was hij net een paar dagen in Nederland. Daardoor kon hij een stukje meepikken van de Algemene Beschouwingen die in Den Haag aan de gang waren. Wat hij hoorde, sloeg hem met stomheid.

“Ik begrijp dus,” zegt hij, “dat de Nederlandse regering wil dat kinderen van 3 jaar voortaan worden getoetst op hun taalvaardigheid. Ongelooflijk. Hoe ver gaat dat wel niet? Tja, als je wat selectiever bent bij het binnenlaten van immigranten, hoef je achteraf niet zo krampachtig te redden wat er te redden valt.”

Holtkamp legt uit dat Zwitserland inmiddels bilaterale overeenkomsten heeft gesloten met alle EU-landen. Maar dat was na zijn aankomst in het land. “Zwitsers zijn detailfetisjisten. Ze zijn niet voor niets zo goed in het samenstellen van uurwerkjes. Met hun wetten en regels zijn ze precies zo. Ik ben buitenlander en word ook als zodanig behandeld. De Zwitsers maken geen onderscheid tussen een Serviër, een Afrikaan of een Nederlander. Ik vestigde me in een land dat me cultureel na ligt, ik zag achter de loketten allemaal blanke mensen en toch werd ik zwaar als buitenlander behandeld. Ik vond dat een eyeopener. Heel consequent. En heel eerlijk ook.”


Zürich
Hij ontmoet wekelijks Nederlanders en Duitsers die naar Zwitserland willen verhuizen. Ze vinden Zwitserland fantastisch. En door de asielregelgeving aan te scherpen zullen er waarschijnlijk alleen maar meer welgestelde Nederlanders en Duitsers komen. Wie rijk is, is welkom. Daar doen ze niet moeilijk over. Bovendien is het geen geheim dat de fiscale omstandigheden er erg prettig zijn. Maar volgens Holtkamp komen de welgestelden uit het noorden ook omdat ze weten hoe goed ‘het landje’ is georganiseerd. Zürich en Genève worden jaar na jaar verkozen tot de aangenaamste steden ter wereld.

“Iemand van 55 of 60 jaar wil in het villawijkje waar hij woont op een zomeravond om elf uur gewoon met zijn hondje uit kunnen, zonder dat hij elke vijf meter achterom hoeft te kijken. Dat is de belangrijkste reden, het subjectieve gevoel van onveiligheid bestaat hier niet. Hier kun je nog gewoon je auto onafgesloten parkeren in de binnenstad van Zürich. En toen wij hier net kwamen wonen, vroeg de buurman of we zijn bloemetjes wilden gieten als hij weg was. Dus ik vroeg om een sleutel. Zei hij: nee, joh, de deur is gewoon open. Ja, daar sta je als Nederlander dus erg van te kijken. Dat zijn wij niet meer gewend.

“In Zwitserland is de veiligheid niet volledig geoutsourcet zoals in Nederland. Wist je dat steeds meer kantons in Zwitserland hun agenten dumdumkogels meegeven? Die zijn volgens het Verdrag van Genève zelfs in oorlogstijd overal verboden, maar de Zwitserse politie gebruikt ze. Ze zeggen: een gewone kogel stopt een vluchtende misdadiger niet. Dat is Zwitserland. Ik heb ook weleens gehoord dat als je vijf uur lang winkelt in Zürich, je maar tien minuten niet bent opgenomen op een camera. Ik vraag me weleens af wat het geheim nu precies is. Ik denk toch: het gevoel dat alles hier klopt. Dat is heel prettig.”

Voor Robert Grootes uit Küsnacht, president van het Gesellschaft Schweiz-Holland (voertaal: Zwitserduits) en ‘bemiddelaar in de financiële wereld’, is het nog simpeler: “We willen gewoon niet overspoeld worden met problemen, zoals jullie. We willen niet alles binnenhalen.”


Zwitsers bergdorpje


Hij mag ‘we’ zeggen, want hij is genaturaliseerd tot Zwitser. Bij het referendum heeft hij ‘ja’ gestemd. “We zien dat er de afgelopen jaren met die asielaanvragen zo ontzettend veel misbruik is gepleegd, dat we zeggen: nu moet er een einde aan komen. Ik kijk hier regelmatig naar Nederlandse televisie, via BVN. Als ik ’s avonds NOVA zie, dan krijg ik de indruk van de verkiezingsparolen van de Nederlandse partijen dat ze ook deze kant op willen. Een referendum is een goede manier om met het vraagstuk om te gaan, want je krijgt een veel strenger beleid. En dat is goed. Absoluut.”

Grootes zou niet meer in Nederland willen werken. In zijn ogen is de mentaliteit in negatieve zin veranderd. “Er wordt hoog gehouden dat Nederlanders zo tolerant zijn, maar in de praktijk betekent dat gewoon dat alles van iedereen is en dus van niemand. Er is weinig respect meer voor het bezit van anderen. Ik hoor van familie en vrienden in Nederland dat er voortdurend wordt geschreeuwd: er moet iets veranderen, we wonen zo langzamerhand in een islamitisch land. Misschien dat de meerderheid van de Nederlanders het nog steeds prachtig vindt dat iedereen binnen kan komen, maar iedereen die ík ken, zegt: er moet een eind aan komen. We krijgen Roemenië en Bulgarije er nu ook bij. Ik zeg we, maar ik moet natuurlijk zeggen: jullie. Sorry, hoor, maar daar haal je de criminaliteit mee binnen. Daar zeggen wij in Zwitserland dus ‘ho’ tegen. Als ik hoor hoezeer de criminaliteit in Nederland is toegenomen, schrik ik gewoon. Bij ons in Zwitserland, dat klinkt misschien een beetje racistisch, wordt tachtig procent van de misdrijven door ex-Joegoslaven gepleegd. Dan moet je toch als volk kunnen zeggen: nu vinden we het genoeg?

“Naar hier verhuizen kan trouwens alleen als je het je financieel kunt veroorloven, want Zwitserland is godvergeten duur. Dus zelfs als we de grenzen openzetten, komt nog niet iedereen. Die mensen hebben snel in de gaten wat je kwijt bent om hier een flat te huren en wat een stukje vlees bij de kruidenier kost. Als je naar het paradijs wilt, moet je zien dat je het bekostigen kan.”

Paradijselijk is vooral de Zwitserse natuur, vindt Chris de Wolf, die zeven jaar in Zwitserland woont, in Genève, maar al vijftien jaar weg is uit Nederland. “Hier sta ik nooit in de file. En ik vind het prachtig dat ik overal bergen zie en dat hier zo’n mooi meer ligt. Als ik met de trein naar mijn werk in Fribourg ga, denk ik: jezus, het lijkt wel vakantie. Maar ik wóón hier. Dat is dat Zwitserleven-gevoel, hè.”

Het bevalt De Wolf ook dat de Zwitsers zo hechten aan hun normen en waarden. In Nederland wordt daar weliswaar veel over gepraat, maar daar blijft het dan ook bij. In Zwitserland vindt iedereen het vanzelfsprekend dat je je gedraagt zoals zij onderling hebben afgesproken. De buren komen er wat van zeggen als je per ongeluk tussen twaalf en twee je auto wast op straat. Dat doe je niet, want ‘das haben wir damals mit einander abgemacht’.

Zelf heeft hij geen enkele moeite gehad om te integreren. “Maar dat komt waarschijnlijk omdat ik arts ben. Iedereen wil wel een arts als buurman.”
Dat er over heel veel kwesties referenda worden gehouden, zorgt in zijn ogen voor een beter leefklimaat dan in Nederland. “De kans is minder groot dat de politiek je dingen door de strot duwt die je niet wilt. Ieder land probeert het aantal asielzoekers af te remmen, mevrouw Verdonk toch ook? Alleen kiezen de Zwitsers voor de strategie om meteen al bij de deur heel duidelijk te zijn. In Nederland kunnen asielzoekers zes jaar wonen, hun kinderen zelfs naar school laten gaan, en dan alsnog horen dat ze weg moeten. Wat is eerlijker? Zulke toestanden heb je in Zwitserland niet.”


Matterhorn


Die directe democratie is een groot goed, vindt ook Rob van het Veld uit Sankt Gallen, die al in 1958 naar Zwitserland vertrok omdat hij in Nederland niet in militaire dienst wilde. “Ik ben inmiddels misschien nog wel Zwitserser dan de Zwitsers zelf,” zegt hij. “Ik vind dat in dit land een uitzonderlijke situatie heerst. De echte democratie die hier bestaat, vind je nergens. Veel mensen die balen van Nederland, kloppen bij mij aan. Ze vinden het mooi dat in Zwitserland de bevolking alles bepaalt. De onderwijzer op school wordt gekozen, de dominee, de hele gemeenteraad, de politieofficier. Als er een brandweerauto moet worden gekocht of een schooltje moet worden gebouwd, wordt er over gestemd. Zo heb je controle over je leven. Zo moet je die stemming over de asielwet ook zien. Veel mensen, ik ook, zijn bang dat als de deuren opengaan een oncontroleerbare situatie ontstaat, zoals in Nederland. Luister, er is geen enkel land in de hele wereld waar ik zonder paspoort in kan. Zelfs in Nederland moet ik me legitimeren. De Zwitsers willen baas in eigen huis blijven en ik geef ze groot gelijk. Mijn kleinzoon noemt me een ouwe reactionair. Hij is links en zegt: laat iedereen maar komen. Maar ik vind: dan is het hek van de dam.”

Als hij met een schuin oog de situatie in Nederland beziet – zijn moeder woont er nog – heeft hij medelijden met de Nederlanders. “Vooral omdat ze geen enkele invloed kunnen uitoefenen op hun eigen leven. Ik ben echt trots op Zwitserland, maar het prachtige systeem van de directe democratie staat onder druk. We hebben zes miljoen Zwitsers hier en anderhalf miljoen buitenlanders. Met zes miljoen gaat het nog, maar met zestien miljoen niet meer.”

"Prettig, aangenaam en veilig. Maar we zeggen wel tegen elkaar: we moeten beseffen dat dit de laatse oase in Europa is.”
Ook bankier Ron van Kralingen uit Zürich houdt zijn hart vast. “Over een jaar of tien, vijftien is de unieke positie die Zwitserland in de wereld heeft, een soort sprookjesland, verdwenen. De Zwitser heeft altijd op zijn eigen Alp gewoond en trok zich weinig aan van wat er naast hem gebeurde. Dat kan niet meer. De Zwitsers willen wel, maar gaat de rest van de wereld dat accepteren? Denk het niet. De druk neemt toe, ook in mijn eigen vak. Er worden voortdurend verhalen rondgestrooid over crimineel en zwart geld, alsof Zwitserland een safe haven voor misdadigers is. Onzin. Allemaal stigma’s. Ze houden van discretie, dat is wat anders. Van een goede service op een hoog niveau. In het hotelwezen, bij de banken, de farmacie. Negenennegentig procent van de buitenlanders hier wil voor altijd in Zwitserland blijven. God, het lijkt wel alsof ik zelf Zwitser ben...”

Van Kralingen vindt strenge regels niet verkeerd. “Kijk hoe het in Nederland gaat. Of in Frankrijk. Je leest voortdurend over opstanden en autobranden. Mensen die echt in nood zitten, dat is het mooie van dit land met Henri Dunant en het Rode Kruis, zijn welkom. Maar iemand die met zijn hele familie komt en alleen maar zijn hand ophoudt, willen we liever niet.”

Het is vast geen toeval dat het zo goed gaat met de Zwitserse economie.
“Nou, dat zijn uw woorden, maar ik denk wel dat het klopt. Als je bereid bent je handen flink uit de mouwen te steken, is dit het ideale land. Er is veel luxe, de levenskwaliteit is erg hoog. Als je ziek wordt en je hebt een dokter nodig, dan heb je geen gedoe met doorverwijzen, zoals in in Nederland. Als je goed verzekerd bent, kun je morgen door de scanner. Geen wachtlijsten. Niets.”

Eens in de zoveel tijd organiseert Pauline Berger gezellige avondjes voor de Nederlandse Stam Frauenfeld. Ze woont in Warth en is al veertig jaar weg uit Nederland. Ze heeft nog wel de Nederlandse nationaliteit, maar ook de Zwitserse. Dus mocht ze meestemmen bij het referendum. Ze was tegen.

“De wet op zichzelf is niet slecht, helemaal niet. Maar in Zwitserland is alles zo subsidiair geregeld, dus ik heb mijn twijfels over de uitvoering. Ik geloof dat het nóg beter geregeld zou kunnen worden. Nu ben ik bang dat de echte vluchtelingen eraan onderdoor zullen gaan. Er zijn hier zo veel mensen die geen echte vluchteling zijn... ik wil niet dat die mensen blijven, maar het gebeurt dus wel. Er onstaat langzamerhand ook in Zwitserland een zwarte markt van mensen die er eigenlijk niet zijn, maar die toch een hoop werk wegnemen van de mensen die er wel zijn.”

‘Frau Berger’ is helemaal thuis in Zwitserland, maar ze is ook nog een echte Rotterdamse. Als ze haar oude vrienden uit die stad over de vloer krijgt, hoort ze veel geklaag. “Ik ben in ’63 hier gekomen, en niet voor niets gebleven. Hier kon ik een fantastische woning huren, in Rotterdam zat ik ergens op een kamer als een verschoppeling. Als ik in Nederland kom, denk ik: mens, wat is het hier een troep! Overal ligt iets op straat. Hier niet. Nooit, eigenlijk.”

Ja, dat gevoel kent de eerder aangehaalde Ronald Holtkamp ook. “Als ik van Schiphol naar Groningen wil met de trein,” zegt hij, “moet ik staan tot Zwolle. Het kost iets van vijftig euro, ook nog. En ik zit in hetzelfde materiaal als waar ik twintig jaar geleden als studentje inzat. In Zwitserland zijn er niet maar drie treinstellen, maar twaalf, als het moet. Ze zijn comfortabel, airconditioned, niet volgeklad en niet vies.

“In Nederland hebben we een grens overschreden. De omgang die we met elkaar hebben, vind ik, zeker nu ik vader ben, gedegenereerd. Onze normen en waarden zijn in een glijdende schaal naar beneden gegaan. Als ik in de Kalverstraat een HEMA-worst wil kopen, kan ik wel op mijn kop gaan staan voordat ik een keer bediend word.”
Nee, dan Zwitserland. Het is volgens Holtkamp misschien een beetje kleinburgerlijk, maar naarmate je ouder wordt, hecht je daar meer waarde aan.

“Ik ben altijd blij als ik na drie dagen Nederland weer thuis in Zwitserland ben. Wij blijven. Ons bevalt het prima. We hebben zelfs een huis gekocht. Er is geen betere plek voor een kind om op te groeien dan hier. Zwitserland lijkt op hoe Nederland vroeger was. Prettig, aangenaam en veilig. Maar we zeggen wel tegen elkaar: we moeten beseffen dat dit de laatse oase in Europa is.”

Alain van der Horst

Dit artikel verscheen eerder in HP/De Tijd

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl