Sprookje

Door Pamela Hemelrijk

8 november 2006

Er waren eens drie rijke mannen die in gewetensnood verkeerden, omdat ze zich in weelde wentelden, terwijl anderen in de rij stonden voor de voedselbank. De eerste was een zakenman, de tweede was een schrijver van bestsellers, en de derde was miljonair geworden door met twee vrienden aan tafel te zitten, liters wijn te drinken, af en toe deel te nemen aan de conversaatsie, en te flirten met alles wat tieten heeft. (“Gut”, zult u misschien zeggen, “dat heb ik nooit geweten, dat aan tafel zitten, dronken worden, prietpraat verkopen en flirten zo goed betaalt. Misschien moet ik me daar ook maar op gaan toeleggen.” Maar het schuift helaas alleen als je dat op de televisie mag doen.)

Op een dag werd het die drie rijke mannen teveel. Ze deden geen oog meer dicht, zo schuldig voelden ze zich als ze in hun BMW stapten om te gaan winkelen op de miljonairsbeurs. “We moeten nou eindelijk eens een DAAD stellen”, zeiden ze tot elkaar. “Wij hebben zoveel en anderen hebben zo weinig. Wat kunnen we daaraan DOEN?”

Dat viel om de drommel niet mede; ze pijnigden hun hersens, maar ze konden niks bedenken. Toen kreeg er eentje een brainwave. “Ik heb het!” riep hij uit. “Weet je wat? We schrijven een brief aan de regering! Met het dringend verzoek om de belastingdruk te verhogen! Zo slaan we drie vliegen in één klap: ten eerste kunnen we er nog eens nadrukkelijk de aandacht op vestigen wat voor een geslaagde en succesvolle hotshots wij zijn, voor het geval de kijkers het nog niet wisten; ten tweede zullen we dan alom worden bewierookt vanwege onze menslievendheid en onbaatzuchtigheid; en het allermooiste van dit plan: HET KOST ONS GEEN ROOIE CENT!”

Zo gezegd zo gedaan. De petitie ging de deur uit, en de drie filantropen verschenen op de tv. Even deed zich een pijnlijk momentje voor, toen iemand in de studio vroeg waarom die drie filantropen niet gewoon elk jaar een ton wegschenken aan een zelfgekozen Goed Doel, als ze het zo te kwaad hebben met de kloof tussen arm en rijk. Maar daar konden die filantropen niet aan beginnen. Zelf geld weggeven, helemaal vrijwillig? Zodat je er zelf op kunt toezien dat het ook daadwerkelijk terechtkomt bij een arme weduwe, en niet bij Ferdi E? Zelf geld weggeven, zonder dat een kwart van dat geld opgaat aan de jaarsalarissen van de ambtenaren die het incasseren en vervolgens op hoogst onrechtvaardige wijze weer verdelen? Dat nooit! Ze waren wel goed, maar niet gek!

Beste Jan Mulder, als je werkelijk liefdadigheid wilt bedrijven, dan is de staat wel de aller- allerlaatste aan wie je je centen moet toevertrouwen. Want die koopt er, zoals bekend, Joint Strike Fighters mee. Die gebruikt jouw geld om deel te nemen aan oorlogen in zes landen, die ons nooit hebben aangevallen. Die gebruikt het om peperdure deelraadkantoren van te bouwen die we niet nodig hebben. Die schenkt het weg aan Jasser Arafat, die als ik het wel heb 1,2 miljard op zijn privérekening had staan toen hij stierf. Die pompt het in verwende huisvrouwen, die zonodig moeten kutjekleien met asielzoekers. Tegen de tijd dat jouw centen bij die arme weduwe zijn aangeland is er geen spat meer van over. Wat een hartverwarmende gedachte moet dat zijn, voor een groot filantroop als jij.

Pamela Hemelrijk

Over de auteur

Pamela Hemelrijk (1947 - 2009) heeft twaalf jaar voor het ANP gewerkt als algemeen verslaggeefster, en tien jaar voor het Algemeen Dagblad, als feature-reporter en columniste.

Steeds meer conflicten met de hoofdredactie wegens het buiten hangen van de vuile was, en censuur op columns. Kreeg in 1995 een verbod om nog langer columns te schrijven over Srebrenica. (Hoofdredacteur: "Jij altijd met je gezeur over de waarheid, de hele waarheid en niets dan de waarheid; wij moeten hier een krant maken ja? Wij hebben hier te maken met de orde van de dag ja?")

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl