Balkenende zuinig?

Door Syp Wynia

6 november 2006

De kabinetten-Balkenende hebben de reputatie zuinig te zijn.

Toch hebben CDA-premier Jan Peter Balkenende en de zijnen nog elk jaar meer uitgegeven dan het jaar ervoor, zelfs in de economisch zwakke jaren 2003-2005.

In dit begrotingsjaar, 2006, maakten de rijksuitgaven een gigantische sprong, te weten een stijging van bijna 8 procent tot 146,7 miljard. Volgend jaar zet het derde kabinet Balkenende deze stevige groei in de rijksuitgaven verder door, met bijna 7 procent (6,9 procent, om precies te zijn). Daardoor komt het totaal van de rijksuitgaven uit op het recordbedrag van 156,8 miljard euro. Dat blijkt uit een vergelijking van de samenvattingen van de Miljoenennota's die het ministerie van Financiën elk jaar zelf samenstelt.

Ook als rekening wordt gehouden met de inflatie - naar verwachting 1,5 procent - is de stijging van de uitgaven nog altijd anderhalf keer zo groot als die van de totale Nederlandse economie.
De eerste begroting van het eerste kabinet-Balkenende, die voor het jaar 2003, omvatte 'slechts' 132,8 miljard euro aan uitgaven. De eerste jaren was de uitgavengroei nog beperkt, maar de laatste twee begrotingen stijgen de bestedingen pijlsnel. De stijging is bijna twee keer zo hoog als de economische groei (3 procent) zou rechtvaardigen.

Ook als rekening wordt gehouden met de inflatie - naar verwachting 1,5 procent - is de stijging van de uitgaven nog altijd anderhalf keer zo groot als die van de totale Nederlandse economie.

De grootste groeier is volgend jaar het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Onder het motto 'Investeren in mensen' wil minister Aart Jan de Geus 2,4 miljard euro meer uitgeven dan dit jaar, bijna een-tiende extra. Dit is des te merkwaardiger omdat het kabinet er prat op gaat dat het aantal werklozen en dus ook het aantal uitkeringen met honderdduizenden aan het afnemen is. De sterke stijging laat zich nog enigszins verklaren doordat de zoete koopkrachtcadeautjes die het kabinet uit wil delen (kinderopvang, kinderbijslag) deels door dit ministerie worden betaald.

De tweede grote stijgende uitgavenpost vormen de uitgaven voor provincies en gemeenten, deels omdat de gemeenten zelf geld gaan besteden aan orde en veiligheid. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mag voor l miljard extra in de buidel tasten met geld voor bèta- en technologie studies en voor leerwerktrajecten. Er wordt ook een fors bedrag (90 miljoen) uitgetrokken voor het restaureren van oud beeldmateriaal.



Eigenlijk stijgen alle rijksuitgaven behoorlijk explosief, met uitzondering van Gerrit Zalms eigen ministerie van Financien, dat het net als dit jaar met 3,9 miljard euro moet doen, en van hel ministerie van Defensie, dat 'slechts' 100 miljoen mag groeien tot 7,9 miljard euro.

Verhoudingsgewijs opvallende stijgers zijn Binnenlandse Zaken (bijna l miljard erbij) en Justitie (0,5 miljard erbij tot 5,9 miljard euro), onder meer voor tbs'ers en andere psychisch gestoorde gevangenen. De toch weer stijgende kosten van de groeiende opvang van asielzoekers en de kosten van terugkeerregelingen vragen hun prijs op de justitiebegroting.

Maar de verhoudingsgewijs grootste stijger is het ministerie van Economische Zaken van de nieuwe minister Joop Wijn (tevens CDA-coryfee), dat volgend jaar bijna de helft meer mag uitgeven dan dit jaar en zo op 2,3 miljard euro uitkomt.

Over de auteur

Syp Wynia is columnist en redacteur van het opinietijdschrift Elsevier.

Syp Wynia heeft geruime tijd als journalist gewerkt voor de politieke redactie van het Parool en is later werkzaam geweest in Brussel. Deze ervaringen hebben hem veel kennis verschaft over zowel de nationale als internationale politiek. De opgedane kennis komt uitstekend van pas bij zijn huidige werk bij Elsevier, waar hij in zijn columns het beleid van de overheid aan een zeer kritische blik onderwerpt. In 2004 sprak hij over Europa op het politiek café van MeerVrijheid. Wynia is niet verbonden aan de Stichting MeerVrijheid.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl