“Een samenleving die een individu berooft van de vruchten van zijn arbeid is strikt genomen geen samenleving, maar een roofbende die bijeengehouden wordt door geinstitutionaliseerde bendewetten.”
Ayn Rand

De macht aan de burger III

Door Henry Sturman

3 oktober 2006

Ondanks haar onvolmaaktheden heeft de democratie belangrijke voordelen ten opzichte van alternatieve regeringssystemen. Ten eerste zorgt ze dat de machthebbers hun macht proberen te behouden door verkiezingspropaganda in plaats van het uitmoorden van hun politieke tegenstanders. Ten tweede zorgt ze ervoor dat burgers op een vreedzame wijze hun regering kunnen veranderen. En ten derde zorgt democratie voor een vrij politiek debat en de mogelijkheid om slechte idee├źn te bekritiseren en weg te stemmen.

Maar dat laatste voordeel is tegelijkertijd het nadeel van de democratie, omdat de meerderheid ook vóór slechte ideeën kan stemmen. Laten we drie mogelijkheden bekijken die misschien de scherpe kantjes van de democratie zouden kunnen afhalen.

Minder democratie
Nederland kende in de negentiende eeuw het censuskiesrecht, wat inhield dat alleen mannen die minimaal een bepaalde hoeveelheid belasting betaalden, mochten stemmen. Dat was ongeveer tien procent van de bevolking. Zo gek was dat idee nog niet (behalve dat vrouwelijke belastingbetalers natuurlijk ook stemrecht zouden moeten hebben). Uitkeringstrekkers die zelf mogen meebeslissen over hoeveel geld ze van de belastingbetaler mogen afpakken, is net zoiets als een dief die rechter is in zijn eigen rechtszaak. Herman Heinsbroek pleitte dan ook voor het afschaffen van het stemrecht voor mensen met een uitkering (HP/De Tijd, 2 juli 2004). Ook publicist Paul Frentrop heeft gepleit voor de terugkeer naar een vorm van censuskiesrecht. Misschien is het ook een goed idee om het stemrecht van ambtenaren en politici af te schaffen. De belastingbetaler die ambtenaren en politici stemrecht geeft, is net zoiets als een werkgever die een werknemer de macht geeft om over zijn eigen salaris, budget, bevoegdheden en arbeidsvoorwaarden te beslissen.

Kortom: minder democratie, in de zin dat mensen die belasting aan de overheid betalen stemrecht hebben en mensen die hun inkomen ontvangen van de overheid niet, leidt waarschijnlijk tot een eerlijker besteding van het belastinggeld. Wie betaalt, bepaalt.

Minder centralisatie
Stel, men wil in Zwitserland een dam bouwen. Zou het dan logisch zijn dat Nederlanders daarover meebeslissen en daaraan via de belastingen meebetalen? Uiteraard niet. De Zwitsers hebben het recht daar zelf over te beslissen, en het is ook logisch dat ze zelf de kosten betalen. Waarom zou het dan wel logisch zijn dat bijvoorbeeld Zeeuwen meebeslissen en meebetalen aan snelwegen, woningbouw en gezondheidszorg van Groningers, en omgekeerd? Hoe groot moet het gebied zijn waarbinnen mensen over elkaar mogen meebeslissen? Zo groot als Nederland? Europa? De hele wereld?

Bern
Bern, Zwitserland


Het zou misschien het beste zijn vrijwel alle politieke besluitvorming af te schaffen door bijna alles wat de overheid nu doet aan de vrije markt over te laten, maar zolang mensen daar ideologisch nog niet aan toe zijn, zou het zo lokaal mogelijk houden van de politieke besluitvorming een mogelijkheid kunnen zijn om de schade van de overheid zoveel mogelijk te beperken. Als de zeggenschap zo dicht mogelijk bij het individu ligt, hebben burgers meer invloed op dingen die hun aangaan, zullen beslissingen beter zijn afgestemd op lokale wensen en zijn politici beter en directer controleerbaar.

Een regel zou kunnen zijn: lokaal waar het kan, globaal waar het moet. Beslissingen die een individu zelf kan nemen, zoals hoe hij zich verzekert tegen arbeidsongeschiktheid, zouden aan het individu kunnen worden gelaten. Waarom zouden mensen immers het recht hebben mee te beslissen over de keuzes van anderen? Beslissingen die niet op individueel niveau genomen kunnen worden, zoals of er een kinderspeelplaats in de buurt komt, zouden door de wijkbewoners kunnen worden genomen en betaald. Of er een ringweg om een stad heen komt, zou op gemeenteniveau besloten en via gemeentelijke wegenbelastingen of tol betaald kunnen worden. Een natuurgebied zou onder de provincie vallen. En het leger, bijvoorbeeld, zou landelijk bestuurd en betaald worden.

Dat een soortgelijk systeem goed werkt, valt in de praktijk te zien aan Zwitserland, een van de meest welvarende landen ter wereld. In Zwitserland heeft de federale overheid weinig macht. Daarentegen hebben de 26 kantons relatief veel bevoegdheden, terwijl de grootste macht ligt bij de 2914 afzonderlijke gemeenten. Elk van deze bestuursniveaus heft ongeveer een derde van de totale belastingen. En Zwitserland is geen lid van de EU. Dit politieke systeem functioneert beter en is efficiënter dan dat van omringende landen waar meer centralisatie is. Wellicht speelt ook de mate van directe democratie een rol bij het succes van Zwitserland. Per jaar zijn er gemiddeld een stuk of tien nationale referenda en volksinitiatieven. Als het parlement een wet aanneemt, zijn er slechts 50.000 handtekeningen van tegenstanders nodig (ongeveer één procent van de stemgerechtigden) voor een volksraadpleging. En afhankelijk van waar men woont, kunnen Zwitsers bovendien stemmen over een nog groter aantal kantonale en gemeentelijke besluiten. In verschillende steden zijn experimenten gedaan met het stemmen via internet en sms.

Minder overheid
Je zou kunnen zeggen dat democratie gebaseerd is op de misvatting dat we allemaal hetzelfde moeten doen, waardoor ofwel steeds een minderheid ontevreden is, ofwel in het geval van een compromis niemand zijn zin krijgt. De gedachte is dat er nu eenmaal besloten moet worden over onze gezondheidszorg, ons onderwijs, onze sociale uitkeringen, onze economie enzovoort. Dus moeten we die zaken via de democratie beslissen. Blijkbaar gaan we ervan uit dat we allemaal hetzelfde moeten doen. Maar waarom? Als 51 procent van de bevolking gezondheidszorgstelsel A wil en 49 procent wil gezondheidszorgstelsel B, waarom moet iedereen dan verplicht worden tot A? De eerste groep kan toch gewoon systeem A opzetten, terwijl de rest systeem B opzet? (Binnen het nieuwe zorgstelsel mag je wel kiezen waar je je verzekert en naar welke arts je gaat, maar mensen mogen geen alternatief zorgstelsel met andere regels opzetten.) Het idee dat iedereen dezelfde soort gezondheidszorg moet kopen, is even absurd als het idee dat iedereen bij Albert Heijn boodschappen moet doen omdat de meerderheid dat wil.

Je zou kunnen zeggen dat democratie gebaseerd is op de misvatting dat we allemaal hetzelfde moeten doen.
Een mogelijke oplossing van de chronische ontevredenheid van de kiezer is om kiezers écht te laten kiezen wat ze willen, zodat hun keuze 100 procent van de uitslag bepaalt, in plaats van ze de schijnkeuze van het stemmen te geven, waarbij hun keuze een tienmiljoenste van de uitslag bepaalt. Zo lastig is dat niet, want we hebben al een universeel systeem dat zorgt dat iedereen zelf kan kiezen wat hij koopt: de vrije markt. Als de overheid op zou houden van alles voor ons te regelen, dan zou iedereen op de vrije markt die gezondheidszorg, onderwijs, sociale verzekeringen, et cetera kunnen kopen die hij wil. Wij lachen erom dat de communistische Russen allemaal in dezelfde Lada reden. Maar is het niet even idioot dat wij allemaal hetzelfde zorgstelsel hebben?

Hier zou je tegenin kunnen brengen dat de overheid de armen helpt met allerlei gesubsidieerde overheidsdiensten. Maar volgens onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau komt 67 procent van het profijt van de belangrijkste overheidsvoorzieningen en -subsidies bij de rijkste 50 procent van de bevolking terecht (bron: Profijt van de Overheid III, 1994). Misschien is zowel arm als rijk beter af met drastisch lagere belastingen, volledige keuzevrijheid en de efficiëntie van de markt.

Onlangs werd bekend dat een aantal medisch specialisten via een nieuw commercieel bedrijf zijn diensten aanbiedt buiten de reguliere zorg om. De reactie van Agnes Kant van de SP: “Als deze specialisten tijd overhebben en meer willen werken, waarom doen ze dat dan niet in de reguliere zorg?” Een betere vraag zou zijn: als het door de overheid gereguleerde stelsel zo slecht werkt dat er privéklinieken nodig zijn om mensen de zorg te geven die ze willen, waarom dan niet het gereguleerde stelsel afschaffen?

De markt is gebaseerd op vrij ondernemerschap, vrije initiatieven, vrije keuze, diversiteit, concurrentie en flexibiliteit, terwijl de overheid is gebaseerd op uniformiteit. Daarom bieden de vrijwillige verbanden van de markt vaak meer mogelijkheden om problemen op te lossen dan de wettelijke dwang van de overheid. De markt is niet perfect, maar dat hoeft ook niet zolang hij beter werkt dan als de overheid het regelt. De markt is niet perfect omdat de markt uit mensen bestaat, en mensen zijn nu eenmaal niet perfect. Zo was de liberalisering van taxi’s in eerste instantie geen succes, en stegen de prijzen tussen 1999 en 2003 met maar liefst 25 procent. Dat kwam voornamelijk doordat consumenten niet gewend waren kritisch op de prijs te letten, zodat taxibedrijven konden rekenen wat ze wilden. Daarnaast is het probleem dat klanten bij door de overheid gemaakte opstapplekken vaak alleen in de voorste taxi kunnen stappen, zodat die wederom kan rekenen wat hij wil. Maar omdat de consument prijsbewuster wordt, ontstaan er nieuwe initiatieven die inspelen op de behoefte aan een goedkope taxi. Zo rekent vrijetaximarkt.nl slechts 1 euro per kilometer (met een minimum van 5 euro). Wat het contractvervoer betreft (van bijvoorbeeld gehandicapten, scholieren en vips) was de liberalisering overigens direct een doorslaand succes: de prijzen daalden gemiddeld bijna 50 procent.

Als argument tegen het bijvoorbeeld zelf mogen kiezen van je energieleverancier wordt soms gegeven dat mensen geen behoefte hebben aan die keuzemogelijkheid, aangezien slechts 8 procent van de consumenten van de mogelijkheid om van energieleverancier te veranderen gebruik heeft gemaakt. Maar dat is evenmin een argument om die keuzevrijheid te beperken als het feit dat slechts 5 procent van de Nederlanders homoseksueel is een argument is om heteroseksualiteit verplicht te stellen. Het feit dat de grote meerderheid geen behoefte heeft aan een bepaalde keuzemogelijkheid is geen reden om de minderheid die keuzemogelijkheid te ontnemen. Een fundamenteel verschil tussen een overheidsoplossing en een vrijemarktoplossing is dat een individu zich niet kan onttrekken aan de dienstverlening van de overheid als hij ontevreden is, terwijl hij op de vrije markt wel kan overstappen naar een andere leverancier.

Een alternatief voor het privatiseren en dereguleren van overheidsdiensten is wat de Vlaamse publicist Paul Belien ‘institutionele secessie’ noemt. Dat wil zeggen dat elke burger zelf mag kiezen of hij wel of niet meedoet met bepaalde overheidssystemen. Mensen die vertrouwen hebben in het nieuwe zorgstelsel zouden daaraan mee kunnen doen, en mensen die er geen vertrouwen in hebben zouden zelf op de vrije markt hun gezondheidszorg en/of ziekteverzekering mogen regelen en zouden geen belasting hoeven te betalen voor het overheidszorgstelsel. Mensen die geen vertrouwen meer hebben in de bescherming van de overheid, zouden mogen kiezen om geen belasting meer te betalen voor de politie en in plaats daarvan een abonnement kunnen nemen op een lokale particuliere wijkbescherming. Mensen zouden zelf kunnen kiezen of ze in een ongereguleerde taxi willen stappen of in een taxi waarop duidelijk staat aangegeven dat hij zich houdt aan de standaardtarieven en regels van de overheid. Waarom niet de overheid zelf onderwerpen aan de tucht van de markt? Als de overheid niet voor goed onderwijs, goede zorg en veiligheid kan zorgen, waarom dan burgers niet het recht geven die dingen zelf te regelen? Zou dat niet de meest democratische vorm van democratie zijn?

Misschien ligt een deel van de oplossing van ons huidige overheidsfalen in een demythologisering van de democratie. Zodat we weer beseffen dat niet democratie maar vrijheid het hoogste ideaal is. Maar er is ook een prettige paradox: we kunnen onze falende democratie gebruiken om dat te bereiken, door op partijen te stemmen, of partijen op te richten, die de macht willen teruggeven aan de burger. |

Henry Sturman

Over de auteur

Henry Sturman studeerde technische natuurkunde in Delft. Hij is freelance auteur voor o.a. HP/De Tijd en is actief binnen de Nederlandse libertarische beweging.

Sturman is eigenaar van Sturman Enterprises, een Haags bedrijf dat diensten verleent op het gebied van automatisering en internet.

Op zijn homepage kunt u meer over hem lezen.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl